Ad Beenackers (1944 - 2012)

Hij schreef zijn eigen haiku bij de overlijdens- advertentie en bediende zich van een dosis zwarte humor, maar bovenal was hij een vooraanstaand psycholoog.

'Als we nu eens samen drie doodskisten bestellen voor de prijs van twee', zegt hij tegen twee andere kankerpatiënten. De op 31 maart overleden Ad Beenackers zal in de eerste plaats worden herinnerd als een onconventioneel mens, maar zwarte humor was ook een van zijn kenmerken. Hij was een vooraanstaand psycholoog en soms een meedogenloos onderzoeker. Hij stelde de persoonlijke verantwoordelijkheid van de individuele hulpverlener centraal, waarmee hij ook mensen tegen de haren in streek. Bekendheid kreeg hij eveneens als dichter en geschiedschrijver over poëzie. Hierbij specialiseerde hij zich op de traditionele Japanse dichtkunst: haiku's en tanka's, respectievelijk drie- en vijfregelige dichtvormen met een vast aantal lettergrepen. Zijn laatste haiku - Doodshaiku - stond boven de overlijdensadvertentie in de Volkskrant: 'Ik sluit mijn ogen. De man met de kachelpijp rolt zijn meetlint uit.'


Ad Beenackers wordt op 31 augustus 1944 geboren als het tweede kind van een boerenfamilie in het Brabantse Bavel. Als hij twee maanden oud is, wordt de boerderij van het gezin verwoest door een Duitse V1 en verhuist hij van de wieg naar een haverkist. Het kwajongensachtig gedrag lijkt hem aangeboren. Al jong leert hij kalveren over de hekken springen, waardoor ze later voortdurend uitbreken. Hij houdt van het boerenleven - 'De zwaluw scheert in lange sierlijke bochten over het weiland', zo idealiseert hij het later in een haiku - en wil ook boer worden. Maar rugklachten dwingen hem een andere opleiding te kiezen. Na de ulo en hbs besluit hij psychologie te gaan studeren in Utrecht. Hier ontmoet hij zijn latere vrouw Chiena van Gulijk, met wie hij vier kinderen krijgt. Drie van zijn kinderen gaan ook psychologie studeren.


Zelf studeert hij cum laude af en weet in 1986 ook cum laude te promoveren. Tijdens zijn promotieonderzoek test hij de stressgevoeligheid van hulpverleners door 's avonds of 's nachts door de gangen te sluipen, vreemde geluiden te maken en te kijken hoe lang het duurt, voordat de betreffende hulpverlener de schrik om het hart slaat. Ook zijn kinderen neemt hij graag mee naar kerkhoven met open graven of verboden terreinen als munitievelden. Liefst in het donker. Continu laat hij zien dat het leven spannend is en dat men zich niet aan alle regels moet houden. Een andere eigenschap is dat Beenackers uren met dezelfde mensen in één ruimte kan zitten zonder iets te zeggen: alleen gadeslaan en absorberen.


Hij begint zijn carrière in 1968 bij het Psychologisch Laboratorium in Utrecht. Zijn arbeidsmobiliteit als therapeut, coördinator en onderzoeker is ongekend. Behalve bij ziekenhuizen en onderzoeksinstellingen werkt hij als onderzoeker bij liefst drie verschillende Riagg's. In zijn rapporten geeft hij een vernietigend oordeel over het werk daar. 'Het beeld dat je krijgt als je op de dossiers van de hulpverleners afgaat is: de Riagg doet niets, en voor zover de Riagg iets doet leidt het tot niets', schrijft hij in het Maandblad voor Geestelijke Volksgezondheid. 'Collega's nemen liever de trap als ze hem op de lift zien wachten', constateert het weekblad De Groene later in een artikel. Hij onderzoekt echter niet alleen, maar geeft ook cursussen en trainingen om de effectiviteit van de behandelingen te verhogen.


Beenackers blijft ook qua uiterlijk een duidelijke representant van de opstandige generatie van de jaren zestig - lange haren, baard, ribbroek, geruit flanellen houthakkershemd en een zakhorloge, dat met een metalen ketting aan zijn blouse is bevestigd. Hij heeft vele hobby's, maar de belangrijkste is poëzie. In 1995 verschijnt in het literair tijdschrift De Gids zijn Poëtisch Woordenboek met in alfabet korte gedichtjes en aforismen zoals: Lente: 'Er hing vandaag een vleugje toekomst in de lucht: een herinnering'. Zijn productiviteit op poëziegebied neemt een enorme vlucht als hij op zijn 60ste jaar met vervroegd pensioen gaat. Het leidt tot twee standaardwerken: Oude Emmer, verhoor mijn gebed (150 poëziebesprekingen, 500 haiku's, tanka's en dichtregels) uit 2005 en het 854 pagina's tellende Ledig Erf, stel mij niet teleur (Eenvoudige poëzie voor intelligente mensen) uit 2010. Dat laatste boek wordt door hemzelf geïllustreerd. Hartproblemen kunnen zijn werklust niet temmen. In de zomer van 2011 krijgt hij ineens veel ernstigere klachten. Na diagnose blijkt hij slokdarmkanker te hebben.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden