Acteren tussen Aken en Parijs Het toneel in Limburg slaat zijn vleugels uit tussen Aken en Parijs

Toen in de jaren zeventig het Groot Limburgs Toneel werd opgeheven, was het lange tijd gedaan met de professionele toneelbeoefening in de provincie....

MARIAN BUIJS

TEGENOVER de grote Servaeskerk op het Vrijthof proberen twee mannen hun opwaaiende riddertuniek op zijn plaats te houden. 'D'r wind sjteit good', zegt de een. Hij heeft een doedelzak voor zijn buik, de ander gaat schuil achter een reusachtige tuba. Uit de kerk komt de heilige zelf, Sint Servaes. Onder een baldakijn deint zijn beeld, levensgroot, op de schouders van vier keurige heren, een wit gewaad over hun goeie goed. Maastricht maakt zich deze zondag op voor de jaarlijkse processie ter ere van haar beschermheilige. De stoet is onafzienbaar. Zeker twintig fanfares, wierook, bloemen, engelachtige communicantjes, misdienaars en zomaar hardop biddende mensen.

De Limburger is dol op verkleden, niet alleen met carnaval. En toch, hoe zwierig het leven ook lijkt, behalve talrijke amateurgezelschappen heeft theater hier nooit willen floreren. Na het Groot Limburgs Toneel dat in de jaren zeventig werd opgeheven, was het voorbij met professionele gezelschappen in Limburg. Tot een groepje studenten van de Toneelacademie het rond 1980 opnieuw probeerde. Collectief improviseerden ze voorstellingen bij elkaar die op campings en op straat werden gespeeld. Gaandeweg kregen ze succes, noemden zich Het Vervolg en werden door de subsidiënt serieus genomen.

Sindsdien is de groep hèt gezelschap van Limburg. De collectieve werkwijze is verlaten, er zijn twee artistiek leiders, Hans Trentelman en Léon van der Sanden, die ook regelmatig bij het RO Theater in de grote zaal produkties regisseert. Maar de gemeenschapszin is gebleven. Het is een klein, hecht ensemble, verbonden door een licht groteske, fysieke speelstijl. Van der Sanden: 'In al onze stukken gaat het over kleinburgerlijkheid, de kloof tussen grootse verwachtingen en de hang naar zekerheid. Dat is komisch èn tragisch. Op die dubbelheid komen we telkens weer uit.'

Het Vervolg is dol op dialecten. Door de expressieve, licht karikaturale speelstijl krijgen psychologische stukken bij hen een verrassende draai. Norén als zwarte komedie, Heijermans als snijdende cartoon, Kroetz als een deerniswekkend stripverhaal. 'We vergroten dingen uit, maar niet te clownesk, het moet herkenbaar blijven. Bij elk gebaar vraag je je af of het niet te veel is, te vet. Wat wij doen kun je een verhevigde vorm van realisme noemen. Als je goed kijkt, zie je de figuren uit onze voorstellingen ook om je heen.'

Aan het Vrijthof huist Het Vervolg in een monumentaal pand, Het Generaalshuis, waar na hun komst ook de schouwburg en het Limburgs Symfonie Orkest in trokken. De groep beschikt hier over een eigen theater, tachtig plaatsen. Het publiek zit er met zijn neus bovenop. Dat publiek groeide vooral door de huisvoorstellingen, produkties die speciaal voor deze kleine ruimte werden gemaakt. Het idee ontstond ooit uit nood. 'We hadden een seizoen extreem weinig geld. Om te besparen maakten we kleine, simpele dingen waarmee we niet gingen reizen. Vaak twee op een avond. Eerst kwam het publiek mondjesmaat, nu hebben we een vriendenclub van een paar honderd leden.'

Het gaat Het Vervolg voor de wind. Volgend seizoen doen ze een geheide publiekshit, De Avonden, Van der Sandens bewerking van Reves roman. 'Het is mijn lievelingsboek, dat is gevaarlijk.' Ook die voorstelling gaan ze eerst rustig inspelen in het eigen theater, tot alle publiciteit is overgewaaid. Ze moeten niets hebben van het randstedelijke gewoel, hier werken ze in relatieve rust.

Maar hun theater, daar barsten ze uit. Naast het nieuwe Bonnefantenmuseum, dat zijn glanzende granaatkop overal bovenuit steekt, zullen ze over twee jaar een nieuw, eigen theater betrekken. In een voormalige porseleinfabriek met de imposante contouren van een basiliek: De Bordenhal. Nu is het nog een ruïne waar junks rondhangen. Het stoppelige veld rondom zal veranderen in een stadswijk met parken en waterpartijen, vlakbij de Maas. Een Europese toplocatie, zoals het in de wervingsfolder heet.

Wordt er eenmaal verbouwd dan doet Maastricht het ook goed. Wie de Toneelacademie betreedt, achter het Vrijthof, waant zich in een vijfsterrenhotel. Eeuwen lang was het een gereformeerd weeshuis, nu is de school bijna te mooi: overal spiegels, originele plavuizen vloeren en strak stucwerk dat her en der de ruwe, eeuwenoude stadsmuur laat zien. In het fraaie Academietheater programmeert de Schouwburg haar kleine-zaalprodukties. Grote namen als Pierre Bokma, Johan Simons, Gijs Scholten van Aschat, Elsie de Brauw en Ariane Schlüter komen hier vandaan. Maar ook Anne-Wil Blankers, Eric Schneider. Sinds 1951 worden hier acteurs opgeleid. Maastricht geldt als dè plek waar je een goede spel- en spraaktechniek leert, nog steeds wordt een zachte g niet echt gewaardeerd.

Sinds 1971 kun je hier ook studeren voor docent en/of regisseur. In de praktijk levert die afdeling all-round theatermakers af, zoals schrijver Peer Wittenbols en regisseur Rob Ligthert bewezen. Zij vormen de kern van de jonge, dynamische groep De Federatie. Twee seizoenen terug doken ze ineens op met de voorstelling Zeestuk. 'Zo plotseling was dat niet, we zijn al zes jaar bezig.' Ze zeggen het stralend, Ligtert (32) en Wittenbols (30). Al op de toneelacademie waren ze onafscheidelijk, de enige jongens in een klas met meisjes.

Na school haakte het tweetal aan bij het net opgerichte Kruis van Bourgondië in Maastricht, de theaterwerkplaats voor het Zuiden. Ze maakten er vier produkties en begonnen daarna voor zichzelf. Met niet aflatend succes. Ook in hun volgende voorstellingen, het tekstbombardement Doodrijp, het melancholieke Zog en de zelfkant-groteske Smegma, klonk een strikt eigen geluid. Schitterende teksten van Wittenbols, in een hyperrealistische vorm gegoten, nauwgezet geacteerd. Familiedrama's zijn het, waarin ontroerende sukkelaars vat proberen te krijgen op hun gebrekkig bestaan. 'We houden van dat aanmodderen dat mensen doen. Met je kop tegen de muur en toch maar doorgaan. Dat doen wij toch zelf ook?'

Volgend seizoen gaat Ligthert regisseren bij Het Vervolg, waar hij al een aantal malen regie-assistent is geweest. Binnen de Federatie bereiden ze momenteel hun nieuwe produktie voor, Noordeloos. Wittenbols schrijft scènes, fragmenten, die hij keer op keer aan zijn kompaan Ligthert laat lezen. Met diens commentaar gaat hij opnieuw aan de slag. 'Zo voel ik me als schrijver veel vrijer. Ik weet dat ik gecorrigeerd word als ik de bocht uitvlieg.'

Al krijgen ze in het Westen meer erkenning dan hier, ze zijn verknocht aan de stad. 'Op de een of andere manier aarden we tussen dit volk.' Maar de liefde komt van één kant: de gemeente Maastricht stopte ze een paar duizend gulden toe zolang ze nog semi-professioneel waren. Inmiddels zijn ze te professioneel. En krijgen ze niets. 'Het is toch dat onterechte, maar diepgewortelde minderwaardigheidscomplex waardoor Limburgers alles wat van buiten komt meer omarmen dan wat onder hun neus gebeurt.'

TERUG NAAR het Vrijthof, waar toeristen in drommen langs de terrassen slenteren. De winkels puilen uit van de luxe, restaurants serveren gourmetmenu's en men viert het weekeinde met bier van de meest uitheemse soorten. De Maastrichtenaar is een levensgenieter die de Franse cuisine onder handbereik heeft en de blik richt op Europa. Parijs is tenslotte drie uur rijden.

Ook menig theatermaker kijkt over de grens. In een straatje achter het Vrijthof met rustieke keitjes en de romantische naam Hoogfrankrijk, zetelt Limburgs theaterwerkplaats. Het Kruis van Bourgondië. Aan het roer staat Guido Wevers en ook hij neemt de term 'euregionaal' in de mond.

Dit seizoen strekt het werkterrein van Het Kruis zich uit tot Luik, Aken en zelfs Parijs. Wevers: 'We kunnen de stroom jonge makers nauwelijks aan. Ze staan te dringen om hier een produktie te maken. Daarna kunnen ze vaak nergens terecht. De markt in Nederland wordt te klein, de theatermakers lopen elkaar voor de voeten. Door contacten met theaters in het buitenland kan ik ze elders introduceren. Als het lukt, gaan we deel uitmaken van een heel internationaal circuit. In Luik staat een uitstekend theater dat Peter Brook en Ariane Mnouchkine presenteert. Maar ook in Huy en Charleroi broeit er van alles.'

In 1990 ontstond Het Kruis vanuit een groeiende behoefte van jonge, ambitieuze makers. De Toneelschool leverde steeds meer acteurs en regisseurs die noodgedwongen hun heil zochten in het Westen. Wevers, net vertrokken als artistiek leider van het Friese Tryater, besloot de gok te wagen. 'We sprokkelden geld bij elkaar en kregen een lokaal in de Toneelschool met een stoel die er nog stond en een telefoon. Verder niks. De eerste voorstellingen repeteerden we in een hal op het industrieterrein, we speelden in de zaal van Het Vervolg. Na een half jaar kregen we de sleutel van dit gebouw. Een puinhoop. Drie maanden later stond hier onze eerste voorstelling.'

Nu herbergt de voormalige klompenschool, ooit onderdeel van een klooster, een foyer, repetitielokalen, kantoren en beneden een kleine theaterzaal. Hier kunnen jonge regisseurs aan de gang, met uitzicht op een tehuis voor bejaarde missiezusters èn missionarissen. 'Gemengd, dat is heel bijzonder.' Vrijwel iedereen die hier aanklopt komt van de Toneelacademie. Vorig jaar kreeg Wevers 52 projecten aangeboden. Daarom presenteert hij soms vijf regisseurs op één avond met korte voorstellingen. Maar behalve een goed plan moeten de gegadigden ook iets met de regio hebben.

'Je moet aan de voorstellingen kunnen zien waarom ze juist hier worden gemaakt. Pas dan is het zinvol een huis als dit in het Zuiden te financieren. Het gaat om een artistiek proces, niet om werkgelegenheid. Wat hier leeft, moet voelbaar worden in de voorstellingen. Dat kan als je open oog en oor hebt voor de cultuur. Alle hypocrisie, alle kleinburgerlijkheid, maar ook het bourgondische, het genieten.'

IN DE theaterzaal staat het decor klaar voor een internationale coproduktie, gefinancierd met Europees geld van de Pépinières Européennes, een internationale werkplaats waar tot dusver vooral beeldend kunstenaars een beurs kregen. De regisseuse, Victoria Beattie, komt uit Glasgow. Drie acteurs, afgestudeerd aan de Toneelacademie, spelen een stuk van een jonge, Franse schrijfster met de merkwaardige titel Hoeveel nachten moeten we nog door de stad dolen. Voor de première zijn er nog wat praktische problemen. De lampen zitten geperst in blokken ijs die tijdens de voorstelling smelten. Maar dat moet wel zonder kortsluiting. Wevers hoopt de voorstelling, die drie weken in zijn theater staat en begin volgend seizoen door Nederland reist, ook te verkopen aan internationale festivals als Avignon en Edinburgh.

'Die internationalisering is een tendens die je hier overal voelt. De Limburger is nog altijd op Frankrijk georiënteerd, dat dateert uit het verleden. We hebben hier geen commissaris van de koningin, maar een gouverneur. Geen gedeputeerde, maar een député.' Europa ligt om de hoek. Ook voor iemand als Frans Malschaert die met zijn theater Sirkel een heel eigen plaats inneemt in Limburg. Zijn beeldende voorstellingen, afgestemd op de tomeloze fantasie van de jeugd, speelt hij tot ver in Duitsland en België. Op de belangrijke Europese festivals is Sirkel regelmatig te zien, en als beeldend kunstenaar is hij tot over de grenzen geliefd.

Met zijn blokkentoren verluchtte hij jaren geleden het Amsterdamse Museumplein; inmiddels heeft hij zich in een volgend avontuur gestort. In een uithoek van de Maastrichtse Beatrixhaven, naast twee Oostduitse sleepboten deint in het Maaswater een wonderlijk gevaarte. Een metershoge constructie op een drijvende container die binnen twee jaar als een glanzend object moet dobberen in de Maas.

Tussen de Servaesbrug en het Bonnefantenmuseum. Een kruising tussen beeldende kunst en theater stelt Malschaert zich voor, waar zo nu en dan in wordt gespeeld. Aan de wal heeft hij een werkplaats ingericht, een reusachtige loods bezaaid met werktekeningen die een gigantisch spektakel beloven. Vooralsnog is alleen het binnenwerk klaar: staal en hout. De afmetingen zijn die van een flink passagiersschip.

HET Sirkeltheater ligt iets noordelijker, in het centrum van Sittard. Daar heeft Malschaert in een voormalige drukkerij een theaterzaal, kleedkamers, drie werkplaatsen, een theatercafé, een discotheek en een kantoor gebouwd. De binnentuin grenst aan de oude stadswallen van Sittard, en na veel vieren en vijven is de zaal door de gemeentelijke autoriteiten erkend. Sinds twee jaar programmeert de Schouwburg hier het aanbod voor de kleine zaal. Elk seizoen wordt geopend met een minifestival met belangwekkend buitenlands en Nederlands jeugdtheater uit het voorbije seizoen. Maar Sirkel maakt ook eigen produkties en daarnaast zet het gezelschap voorzichtige stappen om een jeugdtheaterwerkplaats van de grond te krijgen.

Sirkel draait goed, toch adviseerde de Raad voor Cultuur de rijkssubsidie stop te zetten. Omdat Malschaert zich terug zou trekken en Anandi Teeuw de artistieke leiding over zou nemen. Maar alle toekomstige projecten komen uit de koker van Malschaert, de taken van Teeuw blijven beperkt tot personeelsbeleid en dramaturgische begeleiding. Malschaert is nog steeds van slag. 'Iedereen belt op, je gaat toch niet weg? Stel je voor.' Wereldberoemd in Limburg, maar wat koop je ervoor?

De ambtenaren van stad en provincie hebben nog steeds meer op met muziek dan met toneel. Toch is er de afgelopen jaren in Limburg een theaterklimaat ontstaan. Met een internationaal tintje. De Toneelacademie herbergt de prestigieuze Jekerstudio, waar aankomende acteurs en regisseurs uit binnen- en buitenland les krijgen van internationale grootheden. Maar ook de plaatselijke jonge garde rukt op. Trok Het Vervolg jaren geleden naar de meest onmogelijke plekken, nu doet De Federatie er alles aan om hier een voet aan de grond te krijgen. Desnoods spelen ze in een zwembad of in overdekte winkelcentra na sluitingstijd. Ligthert: 'Het is zo moeilijk om in Limburg te spelen, er zijn weinig geschikte theaters. In Roermond hebben ze nu een nieuwe kleine zaal neergezet, maar er is nog niemand voor de publiciteit. Je staat daar te spelen en geen hond die het weet.'

Op het Vrijthof hebben de processiegangers hun verkleedkleren weer opgeborgen tot volgend jaar. Glimlachend flaneren ze langs de terrassen, links en rechts groetend. Hij verhult zijn buik achter een duur, donker pak. Zij is opgedoft met juwelen. De beau monde dineert in Luik en koopt kleren in Hasselt. In het stadspark scharrelt een junk, maar de methadonbus is vorige zomer verplaatst. Op het Vrijthof schalt de kermis, het reuzenrad draait tot diep in de nacht. Ook op zondag.

Hoeveel nachten moeten we nog door de stad dolen. Vanavond première in Het Kruis van Bourgondië, tot en met 29 juni.

Orgie van Pasolini, vierdejaars acteurs van de Toneelacademie Maastricht, regie Johan Simons. Internationaal Theaterscholenfestival, in De Engelenbak, Amsterdam, 21 en 22 juni.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden