Nieuws

Achttien van oorlogsmisdaden verdachte Rwandezen wonen in Nederland

Nederland herbergt achttien Rwandezen die worden verdacht van oorlogsmisdaden. Dat blijkt uit onderzoek van Rwanda’s Genocide Fugitives Tracking Unit dat onlangs is gepubliceerd. In totaal zijn meer dan duizend verdachten het land uit gevlucht.

Franse soldaten patrouilleren langs een groep bewapende Hutu's in 1994, ten tijde van de genocide in Rwanda. Beeld AFP
Franse soldaten patrouilleren langs een groep bewapende Hutu's in 1994, ten tijde van de genocide in Rwanda.Beeld AFP

Onder de Rwandezen die aan berechting zijn ontkomen zijn enkele bekende commandanten en burgemeesters die door het internationaal Rwanda-tribunaal zijn aangewezen als aanstichters van de volkerenmoord.

Tussen 7 april en 15 juli 1994 vond een genocide plaats op de Tutsi-bevolking in Rwanda, waarbij bijna een miljoen mensen werden afgeslacht. Hutu-extremisten riepen via de radio en in kranten op om de Tutsi’s uit te roeien. Soldaten gingen de huizen af, burgers vermoordden hun buren en sommige mannen doodden zelfs hun Tutsi-vrouwen. Wie zich tegen de gruwelen verzette, werd ook vermoord. Na het bloedbad wisten vele daders het land te ontvluchten. Een kwart eeuw later is Rwanda nog altijd vastbesloten om ervoor te zorgen dat de belangrijkste verdachten worden gearresteerd en berecht.

Rwandatribunaal

Veel mensen die aan de genocide hebben deelgenomen, verschenen voor tribunalen in lokale gemeenschappen, maar een aantal aanstichters is nog voortvluchtig. Enkele tientallen hoofdrolspelers werden gearresteerd en berecht voor het Rwandatribunaal in Tanzania, dat in 2015 is gesloten. Om ook de rest op te sporen richtte Rwanda een speciaal onderzoeksteam op, Genocide Fugitives Tracking Unit GFTU.

In de aanloop naar de 27ste herdenking van de volkerenmoord presenteerde de GFTU op in maart zijn voortgangrapport aan de Rwandese regering. Uit dat rapport blijkt dat de onderzoekscommissie sinds haar oprichting 1.146 aanklachten en arrestatiebevelen heeft uitgevaardigd. Via deze weg heeft het onderzoeksteam echter pas 46 verdachten voor het gerecht weten te slepen.

De GFTU heeft het mandaat om dossiers op te bouwen tegen de verdachten en werkt samen met onder meer de Verenigde Naties en Interpol. Volgens het rapport verblijft het merendeel van de overgebleven 1.100 verdachten in de buurlanden Congo, Burundi en Oeganda, waar zij gemakkelijk opgaan in de bevolking. Daarnaast zijn tientallen verdachten naar Amerika en Europa gevlucht, van wie er achttien zich zeer waarschijnlijk in Nederland schuilhouden.

Politiek asiel

Het hoofd van de onderzoeksgroep, Jean-Bosco Siboyintore, zei tegen de Rwandese krant The New Times dat het moeilijk is de verdachten te traceren omdat ze vaak een andere identiteit en nationaliteit hebben aangenomen. Het team probeert via de diaspora en Rwandese ambassades te achterhalen wie bijvoorbeeld hun naam hebben veranderd. Volgens Siboyintore gebruiken ook veel aangeklaagden ‘hun vluchtelingenstatus en politieke redenen als voorwendsel’ om niet te worden berecht. In sommige gevallen hebben zij politiek asiel gekregen.

Nederland is een van de weinige landen die verdachte daders aan de Rwandese autoriteiten heeft uitgeleverd. Twee verdachten, die sinds 1998 in Nederland verbleven, zijn in november 2016 uitgeleverd. De rechtbank in Den Haag heeft in december besloten dat er geen redenen zijn om de uitlevering van een derde verdachte te weigeren, maar die is hiertegen in beroep gegaan. Eerder werden twee daders door de rechtbank in Nederland veroordeeld tot gevangenisstraffen en drie verdachten overgedragen aan het Rwandatribunaal.

Gebrek aan politieke wil

Nadat Rwanda de doodstraf in 2007 afschafte, werden landen aangemoedigd verdachte daders terug te sturen. Veel landen zeggen dat ze geen uitleveringsverdrag met Rwanda hebben of dat de verdachten in Rwanda geen eerlijk proces zullen krijgen. Het komt echter zelden voor dat aangeklaagden door deze landen zelf worden berecht, volgens Siboyintore vanwege een gebrek aan politieke wil. Hij zei in The New Times dat zijn organisatie voor iedere zaak bewijs heeft voorbereid en nodigde staten uit dit bewijs verder te onderzoeken.

Vorig jaar riepen de VN hun lidstaten op om beter hun best te doen de zaken van voortvluchtigen van de genocide te onderzoeken en zo gerechtigheid voor de nabestaanden te bewerkstelligen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden