Achterstallig onderhoud symbolisch voor de Belgische staat

Vorig week langs de Belgische E19 (Antwerpen-Brussel): een klein beetje wind blaast twee lichtmasten omver. Afgebroken bij de voet, bovenop de snelweg. Het gaat om lantaarnpalen van het model 'ossenkop', een massief stalen pyloon met bovenop twee gebogen armen waaraan de lampen hangen. Wonder boven wonder blijft de schade beperkt tot blik en twee lichtgewonden.


'Gebrek aan onderhoud', concludeert het Agentschap Wegen en Verkeer. Na een noodinspectie worden uit voorzorg nog zeven palen neergehaald. De masten blijken, net als de twee omgedonderde exemplaren, bij hun verankering doorgeroest.


Vermoedelijke oorzaak: de piramidevormige rubber dop die de masten van boven afsluit was al eerder weggewaaid. De regen sijpelde vervolgens naar binnen, verzamelde zich onderin, waarna de tijd de rest deed. Van buiten is de 4 mm dikke stalen paal beschermd tegen corrosie, aan de binnenkant niet.


Gebrek aan onderhoud.


Het is tekenend voor België en zeker voor Brussel. Neem de straat voor mijn huis, of eigenlijk alle straten waarover ik loop, fiets en rijd. Na iedere winter zien ze eruit als een foto uit het kapot geschoten Sarajevo, vol gaten met soms de diepte van een mortierinslag. In februari komt de dienst Onderhoud, dat wel. Fel oranje driehoek ernaast, wat vers asfalt in het gat en een half uurtje later is het gefikst. Tot de volgende winter. Mijn straat oogt met al die kunstige vlakjes als een werk van Mondriaan, maar dan in grijs. Auto Boogie Woogie.


Gebrek aan onderhoud.


Onlangs bezocht ik een lagere school, op zoek naar een plaatsje voor mijn dochtertje. Van buiten een fris geverfde gevel, hoopgevend. Een overweldigende pislucht knijpt mijn keel echter dicht zodra de deur opengaat en de directrice me welkom heet. De gangen, de trappen en de lokalen, overal zie ik stofvlokken en grote hoeveelheden ondefinieerbaar gruis. 'De schoonmaakster is al enige weken ziek', zegt de directrice gelaten. 'Het is behelpen'.


Ik zie kinderen met jassen in vochtige souterrains, voorovergebogen in de schoolbankjes uit mijn jeugd. Mijn beleefde weigering het 18 pagina's tellende leerplan door te lopen - 'ik lees het thuis wel' - wordt begrepen. 'Weet u' zegt de directrice als we weer bij de deur staan: 'Mensen die de school van buiten zien, raken enthousiast. Na een bezoek is daar weinig van over.'


Het is mijn verdriet van België: achterstallig onderhoud. Het doet me pijn als ik zie hoe mijn huisbaas zijn herenhuis met spuug en plak heeft 'gerenoveerd'. 'U wilde licht in de badkamer? Amai, ik heb net het verlaagde plafond dichtgesmeerd.' Het doet me pijn, al die gemeentehuizen met versleten bureaus, Pritt-plakstiften en stempels - veel stempels! - maar niet één computer. Waar het personeel dezelfde verweesde houding heeft aangenomen als zijn omgeving.


Symbolisch in achterstallig onderhoud is de staat België. Vijf opportunistische staatshervormingen in dertig jaar tijd hebben het land uitgewoond. Een zesde echte renovatie raakt na acht maanden vruchteloos formeren steeds verder uit beeld.


Terwijl België anders kan. Vlakbij mijn huis bevindt zich een prachtig art nouveau pand. Ontworpen door Gustave Strauven, adembenemend. Ook dit pareltje stond tien jaar achter smoezelige lappen in de steigers. Achterstallig onderhoud. Maar het is bijna klaar, verzekerden de bouwvakkers me vorige week. En het wordt prachtig.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden