Achterhoeks bedrijf ging vier jaar geleden bijna failliet, maar staat nu weer op de rails Montessori-scholen zijn voor Nienhuis groeimarkt

Nienhuis, producent van 'leermiddelen' voor de Montessori-scholen, werd onlangs overgenomen door het Franse bedrijf Edrasco. De groei van de Montessori-markt wordt door directeur Vriesendorp vooral buiten Nederland verwacht: in Oosteuropese landen en ontwikkelingslanden....

Van onze verslaggever

Geert-Jan Bogaerts

ZELHEM

Onderwijs is een groeimarkt waar veel geld in te verdienen valt. Weliswaar niet door onderwijzers en leraressen, die het over het algemeen moeten doen met een betrekkelijk mager salaris, maar wel door leveranciers van schoolmaterialen die een aardig marktaandeel hebben weten te veroveren.

Het Zelhemse bedrijf Nienhuis verkeert in die gelukkige omstandigheid. De niche in de markt wordt gevormd door de Montessori-scholen. Wereldwijd wordt 80 procent van hen door de firma Nienhuis beleverd.

Nienhuis zit in een bescheiden pand op een industrieterrein in Zelhem, nabij Doetinchem. Het levert Montessori-scholen educatief materiaal. 'Drie-dimensionale leermiddelen voor kinderen van drie tot twaalf jaar', zoals het in het jaarverslag vermeld staat. De omzet mag er zijn: vorig jaar bedroeg die 55 miljoen gulden. Winst maakt het bedrijf tegenwoordig ook: 3,3 miljoen gulden over 1994.

Nog maar vier jaar geleden zag het er lang niet zo rooskleurig uit. In 1991 zochten de toenmalige eigenaars, de banken Pierson, Heldring & Pierson en de NIB, en de familie Nienhuis naarstig naar een oplossing voor de precaire financiële situatie van de onderneming. Het eigen vermogen was tot onder de 10 procent van het balanstotaal gezakt - waarmee de buffer om klappen op te vangen vrijwel geheel afgesleten was.

En klappen kwamen er. In 1991 werd een operationeel verlies geleden van anderhalf miljoen, op een omzet van 27 miljoen gulden. Daarenboven zou nog eens minimaal vijf miljoen aan afwaarderingen en reorganisatiekosten bij het verlies opgeteld moeten worden. Als de familie Nienhuis, aandeelhouder sedert de twintiger jaren, geen koper zou vinden, zouden de 105 werknemers op straat komen te staan.

Een roemloos einde dreigde voor het bedrijf dat als een van de eerste ondernemingen contact had met Maria Montessori, de Italiaanse pedagoge die in de jaren twintig zoveel succes oogstte met haar nieuwe onderwijsformule. Met name in Nederland sloegen haar ideeën aan. Zelf zocht zij het contact met Nienhuis. 'Maria Montessori ging op zoek naar een timmerman die kasten voor haar klaslokalen kon maken', zo vertelt Vriesendorp. 'Ze vond Nienhuis, en was zo onder de indruk van de kwaliteit dat zij hem vroeg alle educatieve materialen voor haar te maken.'

Jarenlang leidde het timmermansbedrijfje een tamelijk slapend bestaan in Den Haag. Totdat in de jaren zestig het Montessori-onderwijs op een brede belangstelling mocht gaan rekenen. Nienhuis groeide mee. Het pand in Den Haag werd te klein en het bedrijf, inclusief zijn vijftien man personeel, verhuisde naar Zelhem. 'Hier in de Achterhoek zat de houtverwerkende industrie,' luidt de verklaring.

Sindsdien werden door Nienhuis andere bedrijven overgenomen, werd er geëxpandeerd, gefuseerd en grote investeringen gepleegd. De overhead groeide, alsmede het vermogen - en de schuldenlast en de risico's. Het management werd geprofessionaliseerd, maar niet voldoende. Met het bekende gevolg: een familiebedrijf groeit boven de macht van het zittende management. De kosten lopen volledig uit de hand, de bank dringt aan op een oplossing, die ten slotte alleen nog maar lijkt te bestaan uit een faillissement. Iets dergelijks was ook bij Nienhuis aan de hand.

'Administratie en automatisering waren onder de vorige directie veel te duur geworden. En ook hielden ze er een dure stijl op na: hun lease-auto's vormden een enorme kostenpost, ze reisden altijd business-class en sliepen in dure hotels.' De gevolgen lagen voor de hand: het reisbudget werd overschreden, waarna op buitenlandse trips bezuinigd werd. 'Voor de hand liggende mogelijkheden werden niet meer nagejaagd, omdat het te veel geld kostte om er te komen.'

Vriesendorp en zijn partners Joep de Valk en Govert Brasser, verenigd in de investeringsmaatschappij Quintus, werden benaderd door huisbankier Pierson. Of zij geen belangstelling hadden voor een management buy-in: een constructie waarbij de zittende aandeelhouders worden uitgekocht door nieuwe, die tevens de leiding van de onderneming op zich nemen.

Pierson had op dat moment samen met de NIB een belang van 70 procent in Nienhuis. Maar het totale risico voor Pierson was veel groter en beliep meer dan tien miljoen gulden. De familie Nienhuis had nog 30 procent van de aandelen. Ook zij had belang bij verkoop, want de waarde van het met veel moeite opgebouwde bezit dreigde tot minder dan nul te zakken.

Pierson was bij Nienhuis betrokken geraakt door een huwelijk tussen een familielid van Maria Montessori en een van de Pierson-bankiers. De bank voelde haast een morele verplichting om niet te verzaken aan de traditionele relatie tussen Montessori en Nienhuis, vertelt Vriesendorp. 'Bovendien kende de bank Quintus al goed, want wij waren al eerder in beeld geweest voor andere management buy-ins. Dat is nooit doorgegaan, maar daardoor kregen zij wel het idee dat wij betrouwbare partners waren.'

De nieuwe aandeelhouders Vriesendorp, De Valk en Brasser hebben 'vele miljoenen' nieuw kapitaal in de onderneming gestort, en kregen een belang van 75 procent. Het resterende kwart van de aandelen bleef bij Pierson.

Vriesendorp en De Valk sloegen aan het reorganiseren. Ze begonnen bij de top: de reizen gingen voortaan per economy class. En de hotels heetten niet meer Hilton, maar Holiday Inn. 'Met hetzelfde budget reizen wij nu drie maal meer dan vroeger.' Bovendien werden de geleaste Opels Senator de deur uitgedaan. 'Ik rijd nu geen lease-auto meer.' Vervolgens werden er 19 man op straat gezet, vooral uit de staf afkomstig. 'Dat is keurig gegaan hoor, wij hebben ze geholpen emplooi te vinden bij andere bedrijven.'

Het viel volgens Vriesendorp niet mee om de cultuuromslag teweeg te brengen. 'Er bestond hier natuurlijk de typische cultuur van een familiebedrijf.' Iedereen wist zich beschermd en geborgen. 'Daar komt bij dat deze streek, de Achterhoek, bijzonder gezagsgetrouw is. Er was niet de gewoonte om tegen de baas in te gaan. Als ze ergens in de gaten kregen dat het fout ging, trok men gewoon te laat aan de bel.'

Nu staat de zaak volgens Vriesendorp weer keurig op de rails. Het eigen vermogen is nog niet helemaal op het gewenste peil, maar de solvabiliteit is via een achtergestelde lening behoorlijk opgekrikt. In drie jaar tijd is het personeelsbestand gegroeid tot 190 man voor de hele Nienhuis Groep.

De Montessori-markt is helemaal dichtgetimmerd. Er bestaat een nauwe band tussen Nienhuis en de AMI, de Association Montessori International, de internationale organisatie die het Montessori-onderwijs wereldwijd promoot. 'Als er ergens op de wereld een Montessori-school geopend wordt, weten wij dat meteen. Onze naamsbekendheid onder Montessori-specialisten is 100 procent.'

Volgens Vriesendorp is Montessori een behoorlijke groeimarkt. Niet zozeer in Nederland, als wel in het oostblok en in ontwikkelingslanden. 'Het belang van goed onderwijs wordt steeds meer onderkend. Wij hebben kort geleden een Russische onderminister van onderwijs op bezoek gehad. Russische leraren worden getraind in het Montessori-systeem. Zo moet dat verder verspreid worden', denkt Vriesendorp.

Er bestaat volgens hem 'geen enkele' culturele barriëre om westerse leermiddelen in landen als Korea of Nigeria te gebruiken. 'Kinderen overal op de wereld gaan op dezelfde manier te werk als ze leren en spelen. Bovendien heeft ons lesmateriaal geen afbeeldingen van figuurtjes van het blanke ras. Het is wat abstracter. En onze catalogi laten kinderen van alle kleuren zien', zo wijst Vriesendorp een paar fotootjes aan.

De verkopen aan Montessori-scholen maken echter nog niet de helft uit van de totale omzet. 'De algemene markt wordt steeds belangrijker. Als geheel groeit die weliswaar nauwelijks, maar wij kunnen nog wel marktaandeel winnen. In Nederland zijn wij nummer twee op de lijst van aanbieders van lesmateriaal. Wij hebben nu vooral de blik op Duitsland, België en de VS gericht. In Duitsland willen we hard groeien.'

Die expansie moet nog gemakkelijker gemaakt worden door de overname door de Franse Edrasco-groep, die twee weken geleden bekend werd gemaakt. De gezamenlijke omzet bedraagt 125 miljoen gulden, waardoor de financiële basis gecreëerd wordt om de 'algemene poot' nog sneller te laten groeien. Edrasco heeft Nienhuis-aandelen gekregen, terwijl de Nienhuis-aandeelhouders een belang in de nieuwe combinatie hebben. De nieuwe naam van de groep wordt Edrasco en de gezagsverhoudingen geven aan dat de Fransen het overwicht hebben: de Fransman Bernard Houlot wordt de nieuwe baas.

Een belangrijk argument voor de fusie waren distributie-overwegingen, zegt Vriesendorp. 'Edrasco was op zoek naar versterking in de Benelux, Duitsland en de VS, landen waar wij goed aanwezig zijn. Wij wilden juist naar Frankrijk en de voormalige Franse koloniën toe, waar Edrasco zit. Dat vult elkaar mooi aan.'

De produkten bijten elkaar niet, meent Vriesendorp. 'Wij maken praktisch alleen houten materialen, terwijl Edrasco veel met kunststof doet. Je kunt produkten voor de algemene markt gaan combineren en dus een completer pakket aanbieden.'

Plannen zijn er nog genoeg: deze zomer wordt een nieuwe produktiefaciliteit geopend op Sri Lanka, in een joint venture met een Srilankaanse houtproducent. En op de lange termijn: wellicht een beursgang. Misschien kunnen onderbetaalde onderwijzers dan toch nog rijk worden met een pakketje aandelen Edrasco.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.