Direct naar artikelinhoud

Achterhaald en onveilig: de fax moet nu écht verdwijnen uit de zorg

Al jaren wordt tevergeefs geprobeerd om ouderwetse communicatie uit de zorg te bannen, maar binnenkort moeten zorgverleners écht stoppen met de ‘miljoenen faxen’ die ze jaarlijks sturen. De Eerste Kamer nam deze week een wet aan die digitale gegevensuitwisseling verplicht.

Dit artikel is geschreven doorLeestijd 2 min
Een apparaat om mee te faxen, printen, scannen en kopiëren.
Een apparaat om mee te faxen, printen, scannen en kopiëren.Bron ANP

Het mag dan 2023 zijn, maar zorgverleners grijpen nog veelvuldig naar de faxmachine of geven patiënten noodgedwongen een dvd met hun gegevens mee. Vaak kunnen ze niet ­anders, omdat ziekenhuizen, huisartsen en apothekers niet dezelfde software gebruiken, wat het digitaal uitwisselen van gegevens ­bemoeilijkt.

De faxmachines zijn niet alleen achterhaald, ze leveren ook ­problemen op. Zo worden er volgens minister Kuipers van Volksgezondheid onnodige fouten gemaakt in bijvoorbeeld het voorschrijven van medicatie, doordat er verschillende communicatiemethoden worden gebruikt. ­Bovendien zijn er veiligheids­problemen: faxen worden veelal onversleuteld via een internetverbinding verstuurd en zijn dus niet goed beveiligd.

De moeilijkheden werden ook tijdens de coronacrisis pijnlijk duidelijk. Toen vanwege de druk op de zorg patiënten naar ­andere ziekenhuizen moesten worden gebracht, vormde de onderlinge gegevensuitwisseling door alle verschillende systemen een enorme extra last.

‘Vermijdbare fouten’

De minister kwam daarom ­vorig jaar met een wetsvoorstel om digitale gegevensuitwisseling in de zorg te verplichten. Die wet is dinsdag unaniem aangenomen door de Eerste Kamer en gaat later dit jaar in. Uiteindelijk wil Kuipers dat de kans op ‘vermijdbare fouten’ afneemt en dat zorgverleners minder werklast krijgen.

Meer digitale communicatie tussen zorgverleners is hard nodig, ziet ook Iris Verberk, internist en bestuurslid van de Federatie Medisch Specialisten. ‘Nu zijn er soms onnodige risico’s voor de patiëntveiligheid. Als je een recept faxt waarin staat dat een patiënt moet stoppen met een ­bepaald medicijn, komt dat niet vanzelfsprekend goed over. Het kan zijn dat de patiënt het gewoon weer meekrijgt.’

De wettelijke verplichting is een belangrijke stap, maar er moet nog veel gebeuren om de ­situatie echt te verbeteren, zegt Verberk. ‘De wet schept alleen een kader, het is de vraag hoe we die digitale gegevensuitwisseling eruit laten zien. Als je de fax bijvoorbeeld vervangt door de e-mail, dan is dat misschien wel veiliger, maar verbetert er maar weinig qua werkdruk. We moeten informatie nog steeds handmatig overnemen in onze ­eigen systemen.’

Elektronisch patiëntendossier

Verberk hoopt uiteindelijk dat artsen in de toekomst overal over patiëntgegevens kunnen beschikken. ‘Je wilt als zorgverlener snel bij bijvoorbeeld medicatiegegevens kunnen, dat is ook voor de pa­tiënt van belang.’

Uiteindelijk wil de minister daar ook naartoe. Kuipers wil een informatiestelsel optuigen waarin tussen verschillende systemen makkelijk gegevens gedeeld kunnen worden. Dat ligt wel gevoelig omdat een enigszins vergelijkbaar initiatief, het elektronisch patiëntendossier (epd) in 2011 sneuvelde in de Eerste Kamer, onder meer vanwege angst voor privacyschending. Om voldoende steun te krijgen voor zo’n aanpak, zullen dan ook stevige privacywaarborgen nodig zijn. In de wet die nu is aangenomen, wordt zoiets overigens nog niet geregeld; gegevens worden niet standaard gedeeld en patiënten moeten nog altijd toestemming geven.

Het aannemen van deze wet is nog maar de eerste horde. ‘En het effect daarvan is pas over een aantal jaar in de praktijk te merken’, denkt internist Verberk. ‘Maar we komen zo wel dichter een volledige digitale gegevensuitwisseling in de zorg die voor artsen en patiënten echt een verschil gaat maken.’

Help ons door uw ervaring te delen: