Achterdocht bepaalt haar manier van werken

Collega’s die op reis zijn met strafrechtadvocate Inez Weski (51), moeten niet verbaasd zijn als ze in het restaurant te horen krijgen: ‘Laten we dit of dat eten en alles tegelijk bestellen, dan duurt het niet te lang.’..

Haar zus en kantoorgenoot Miriam (54): ‘Sociale conventies vindt zij niet zo belangrijk. Zij bepaalt, geen twijfel mogelijk. Mensen die haar van het werk kennen, kunnen zich hierin plooien, omdat ze humor heeft. Maar er zijn ook mensen die denken: weer geen verjaardagskaartje van haar gekregen. ’

Een sociaal dier is ze niet, geeft Inez Natali Weski zelf ook toe. Cynisch: ‘U zult mij niet bingoënd in het verenigingsleven zien.’ Ze drinkt niet, gaat niet uit en werkt tot ’s avonds laat.

Alleen op vrijdagavond neemt ze doorgaans pauze. ‘Daarom vind ik dat de mooiste avond van de week. Dan staar ik een beetje voor me uit. Ik kan goed dagdromen.’

Weski is bij het grote publiek niet zo bekend als Gerard Spong en Geert-Jan Knoops. Toch behoort ze tot de elite van de strafrechtadvocaten (haar uurtarief is 350 euro). Collega’s roemen haar dossierkennis, werklust en pitbullmentaliteit.

‘Ze is een iron lady, maar fijngepolijst’ (Willem van der Griend) en ‘zeer kundig’ (Bram Moszkowicz). Ze is ‘heel gedreven, petje af’ (Cees Korvinus) en ze is ‘een geduchte tegenstander voor het Openbaar Ministerie’ (Tjarda van der Spoel).

Haar zwartomlijnde ogen zijn haar handelsmerk, net als de enorme gouden ringen aan haar vingers: een slang, een adelaar en een doodshoofd. Ze draagt ze, omdat ze die mooi vindt en niet omdat ze gothic zou zijn, zegt ze. Vanaf het moment dat ze voor het eerst make-up op deed, koos ze voor het zwarte kohl. Ogen fascineren haar. Als kind tekende ze die overal.

Ze kleedt zich in mooie stoffen: fluweel, damast of zijde. ‘Ongepast vrolijke kleuren mijd ik’, zegt Weski. Ze houdt van zwart of, vooruit, donkerrood. ‘Eigenlijk zou ik beter in het Victoriaanse tijdperk passen’, zegt ze in haar kantoor, waar Afrikaanse maskers hangen.

‘Jee, is dit nou dé Inez Weski?’, dacht Willem K. verrast toen hij in 2000 voor het eerst de advocaat ontmoette die zijn zoon Raymond zou bijstaan. ‘Ze leek wel een zwarte panter. Ik schrok niet van haar, maar ik kan me voorstellen dat sommige mensen uit het zakenleven haar imponerend of vreemd vinden. Die rekenen toch op een advocaat in een blauwe blazer.’

Het kwam goed. Weski bleek de juiste advocaat voor Raymond (de Zwolse dj die gevangen zat op beschuldiging van xtc-smokkel naar Amerika). Willem K. kon het prima met haar vinden. ‘Ze is erg meelevend en weet écht alles.’

Doorsnee strafzaken doet ze niet. Tot Weski’s cliënten behoren Sister P., die drie jaar gevangenisstraf kreeg voor mensensmokkel, en Desi Bouterse (drugssmokkel). Ook vertegenwoordigt ze Guus K. die celstraf kreeg voor wapenhandel in Liberia en August B, verdachte van de diamantroof op Schiphol. Ze doet bij voorkeur complexe megazaken, die een intellectuele uitdaging vormen. Haar werk vergelijkt ze met schaken; ze heeft naar eigen zeggen een ‘verzengende scoringsdrift’.

Weski staat erom bekend dat ze voortdurend klaagt over misstanden bij het Openbaar Ministerie en de politie. Haar favoriete gespreksonderwerp: infiltranten, afluisteroperaties, onbetrouwbare opsporingsambtenaren en gemakzuchtige rechters. Gelukkig roept ze na een lang betoog steevast iets als: ‘Bent u er nog?’ Waarna haar harde schaterlach volgt.

Over haar privéleven is ze minder spraakzaam. Zelfs over haar geboorteplaats (Rotterdam) doet ze geheimzinnig. ‘Ik ben een soort kluizenaar. Mijn privéleven en de buitenwereld wil ik gescheiden houden.’ Ze groeide op in een groot, onconventioneel gezin, een intellectueel milieu, waarin veel werd gepraat over kunst en filosofie. De Weski’s woonden overal, onder meer in het Midden-Oosten. Ze bleven nooit lang op een plek. Nu bezit ze een villa, in het midden van het land, op een plek met veel water en, wat haar betreft het grootste voordeel, weinig buren.

‘We zijn als twee-eenheid opgevoed’, zegt haar zus Miriam. ‘We verschillen zowel uiterlijk als innerlijk totaal, maar we zijn close. Toen we klein waren speelden we altijd met en tussen de boeken. We deden alsof we in de bibliotheek werkten en speelden hele toneelstukken van Shakespeare. Dat vonden we prachtig. Ik denk dat daar de kiem voor het pleiten is gelegd.’ Inez was de jongste, met toen al de grootste mond.

Wat haar jeugd vooral heeft meegebracht, is een groot wantrouwen, zegt Inez Weski. ‘De mens is geen mooi wezen, dat heeft de geschiedenis ons geleerd. Opkomen voor individuen die verstrikt raken in de machinaties van de overheid is haar met de paplepel ingegoten.’

Sinds hun studietijd wonen de Weski’s weer in de omgeving van Rotterdam. Miriam begon het advocatenkantoor in 1976, Inez kwam er ruim twee jaar later bij. ‘De zusjes Weski’ werden ze destijds in justitiekringen genoemd. Dat veranderde toen Miriam zich ging richten op civiele en bestuursrechtelijke procedures en Inez zich specialiseerde in strafzaken. ‘Mijn zus is mijn hoeder, zij regelt alles’, zegt Inez Weski. Praktische dingen liggen haar niet en dankzij haar zus is ze volkomen vrij om zich met haar zaken bezig te houden.

Inez Weski scheidde van haar man toen haar zoon en dochter nog klein waren. ’s Avonds was ze zoveel mogelijk thuis, vertelt haar zoon Guy (25). Hij werkt inmiddels bij haar op kantoor als strafrechtadvocaat. ‘Het belangrijkste dat ze me heeft geleerd: je moet niemand vertrouwen, zeker niet in dit beroep.’

Die achterdocht blijkt ook uit haar manier van werken: ze zoekt alles zelf tot op de bodem uit. ‘Uitbesteden lukt niet; ik ben een control freak’, zegt ze. In de diamant-roofzaak heeft ze op deze manier bereikt dat het OM dossierstukken aan haar moet geven. ‘Toen ik het oorspronkelijke dossier kreeg, dacht ik: dit kan niet alles zijn. Ik had meteen het vermoeden dat er iets niet klopte.’

Ze werkt te hard, vindt advocaat Nico Meijering. Samen reisden ze voor een zaak geregeld naar het buitenland. ‘Als ik een keer in het zwembad dook of een pilsje ging drinken, zat zij in de hotelkamer achter haar laptop. Ze vertelde me dat ze met Oud en Nieuw aan het werk was, terwijl het vuurwerk knalde! Haar werk leidt er niet onder, maar ik vind dat niet goed.’

In haar weinige vrije tijd schildert ze. Vooral surrealistische werken. ‘Dat kan ze heel goed’, zegt zus Miriam. Als het even kan, duikt ze, waar ze zich ook bevindt, een museum in. ‘Ik zou het liefst naast Boudewijn Büch hebben gelopen. Curiositeiten trekken me.’ Sushi is haar passie. ‘Zelfs op vakantie zoeken we een Japans restaurant op’, vertelt haar zoon Guy.

Ze is gek op auto’s. Sinds kort heeft Weski een Porsche (een zwarte, uiteraard), waarin ze jaarlijks met stapels dossiers 45.000 kilometer aflegt. Niemand anders mag erin rijden, zegt haar zus. ‘Een tijdje geleden zag ik parkeercontroleurs voor de deur en toen heb ik haar moeten smeken of ik de Porsche mocht verplaatsen. Ze was doodsbang dat er een kras op zou komen.’

Die Porsche heeft ze om esthetische redenen. Schoonheid treft haar, zegt ze. ‘Dat heb ik tot in het absurde. Als iemand in een film wordt vermoord, zie ik ook wat voor kastje er staat.’

Veel intieme vrienden heeft ze niet. Ze spreekt vooral met andere advocaten, zoals Meijering. Hij is erg op Weski gesteld. ‘We hebben een prettige chemie, qua humor - die is enigszins cynisch en zwartgallig. Zodra we elkaar zien, gaan we giechelen.’

Hij heeft haar mobiele nummer. ‘Vaak bellen we om te zeggen: moet je nou eens horen! We vallen van de ene verbijstering in de andere, als je ziet wat de overheid zich permitteert. Als ik haar bel, weet ik dat ik niet alleen sta, dat ik niet gek aan het worden ben.’

De Rotterdamse advocaat Tjarda van der Spoel kent Weski al 25 jaar. Ze zitten samen in het bestuur van de Vereniging van Rotterdamse Strafrechtadvocaten. Hij waardeert zijn collega zeer, maar constateert ook ‘een beetje een negatieve visie op het justitieapparaat’.

Van der Spoel: ‘Ze lijkt verbitterd geraakt door negatieve ervaringen met het OM. Ik ben ook zeer kritisch, zeker in grote zaken. Maar als je die houding ten opzichte van iedere officier van justitie hebt, is dat in mijn optiek het verkeerde uitgangspunt. Niet elke officier is erop uit jouw cliënt op een onjuiste manier veroordeeld te krijgen.’

Oud-officier van justitie Martin Witteveen heeft in de rechtszaal tegenover haar gestaan. ‘Weski is een geduchte advocaat, omdat ze goed op de inhoud is en scherp van tong. Ze dwingt je als officier van justitie om alle verweren te behandelen en inhoudelijk sterk te zijn.’

Hij heeft ook kritiek. ‘Ze kon weleens lang doorgaan met verweren of verhalen. En ik vond haar soms te emotioneel. Ik vroeg me soms af of dat wel handig was.’

Als ze het gevoel heeft dat een zaak niet eerlijk wordt gedaan door het OM, kan ze doordraven, beaamt zus Miriam. ‘Dan zeg ik: doe eens een beetje rustig, maar dat helpt niet.’

Kritiek deert haar niet. Ze probeert alles in het belang van haar cliënt. Geen kans wil ze onbenut laten, faalangst kent ze niet. Dominant, sterk, overtuigd van zichzelf, noemt haar zus haar. Ze luistert wel, maar niet naar iedereen. Zelf erkent Inez Weski: ‘Ik ben een despoot. Ik bepaal wat er gebeurt.’

Een keer per jaar neemt ze een week vakantie en dan nog heeft ze de neiging naar kantoor te bellen. Slechts bij uitzondering klaagt Inez dat ze het te druk heeft, vertelt haar zus. ‘Dan zeg ik: stop er dan mee! Dat is het ergste dat ik tegen haar kan zeggen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.