'Achteraf vind ik het bizar dat er geen aangifte is gedaan'

Jarenlang praatte Carla er met niemand over. Nu wel, in de hoop dat ook andere slachtoffers zich melden bij de commissie-Samson, die onderzoek doet naar seksueel misbruik in de jeugdzorg.

'Mijn misbruiker behoorde niet tot de katholieke kerk, maar maakt dit het minder erg?', vraagt Carla (49) zich af in haar brief aan de Volkskrant. Ze werd van haar 13de tot haar 20ste misbruikt in een kindertehuis. Net als ruim zevenhonderd andere slachtoffers meldde ze zich bij de commissie-Samson. Het eerste deel van het onderzoek dat nu naar buiten komt, doet vermoeden dat dat slechts een fractie is van het totale aantal slachtoffers. Kinderen in de jeugdzorg lopen tot op de dag van vandaag drie tot vier keer meer risico te worden misbruikt dan andere kinderen.

Het ergert Carla dat daar lang niet zo veel aandacht voor is als voor het werk van de commissie-Deetman, die zich richt op ontucht en verkrachting in de katholieke kerk. Ze voelt zich miskend. 'Voor die slachtoffers wordt er nu gepraat over psychologische hulp en schadevergoeding. Waarom geldt dat niet voor álle slachtoffers van misbruik?'

Jarenlang praatte Carla met niemand over haar ervaringen. Nu treedt ze toch naar buiten. Ze hoopt dat haar verhaal anderen over de streep trekt ook naar de commissie-Samson te stappen.

Uit de getuigenis die Carla naar de Volkskrant stuurde:

Carla groeit op als één-na-jongste in een gezin met negen kinderen. Haar moeder drinkt al zolang ze zich kan herinneren. Het is haar vader bij wie ze terecht kan met haar problemen, die haar mee op pad neemt en die het gezin draaiende houdt.

Carla's wereld stort in als haar vader op haar 12de overlijdt. Haar moeder kan niet voor de kinderen zorgen. Na een tijdje bij een oudere zus te hebben gewoond, komt Carla in een kindertehuis terecht.

Als verlegen meisje uit een klein dorpje is ze een buitenbeentje tussen de rebelse meiden uit Rotterdam en Amsterdam, die al in de weer zijn met jongens en make-up. 'Ik voelde me door iedereen in de steek gelaten en heb de eerste dagen geen woord gezegd.'

Toch verovert Carla na verloop van tijd een plekje in de groep. Als een van de begeleiders voorstelt gitaarlessen te gaan volgen, is ze blij. Een uur per week heeft ze eindelijk exclusieve aandacht van een volwassene. Kees, die als docent op de school van het kindertehuis werkt, geeft de lessen in zijn vrije tijd. Hij speelt ook in een band en de kinderen kijken tegen hem op. 'Hij luisterde naar mijn verhalen, troostte me als ik mijn familie miste of als mijn moeder weer een mislukte afkickpoging had gedaan.' Een beetje zoals haar vader dat vroeger deed.

Het eerste half jaar is Kees de lieve, begripvolle gitaarleraar. Carla komt één of twee keer per week bij hem langs. Maar ze schrikt zich kapot als hij op een middag in de hal van de school zijn hand onder haar shirt laat verdwijnen. 'Ik was een stil meisje, had nog nooit een vriendje gehad. En toen begon hij me ineens te zoenen. Ik wilde het niet maar durfde niets te zeggen.' Kees maakt meteen duidelijk dat wat er gebeurt, hun geheim moet blijven. 'Hij kon er niks aan doen, zei hij, ik was veel te lief. Hij moest me wel aanraken. Maar ik mocht er niks over zeggen, want dan zou hij misschien zijn baan kwijtraken en zou ik worden weggestuurd naar een veel strenger kindertehuis. En dat wilde ik toch niet?'

De volgende keren dat ze hem ziet, gaat Kees steeds een stap verder. Hij regelt dat de gitaarlessen 's avonds plaatsvinden, als de school leeg is, of bij hem thuis, als zijn vrouw op bezoek is bij haar vader. 'Maar al gauw kwam er geen gitaar meer aan te pas', zegt Carla. Het is in zijn huis dat hij de eerste keer bij haar binnendringt. Kees zegt het een eer te vinden dat hij haar heeft ontmaagd. Carla schaamt zich kapot, maar durft zich niet te verweren.

Soms huilt Carla als ze bij Kees is. Hij reageert dan quasi-begripvol. 'Ik doe mijn best mezelf in de hand te houden, zei hij dan. Hij deed alsof hij het er ook moeilijk mee had.' Ergens blijft Carla hoop houden dat ze hem terugkrijgt als vaderfiguur. 'Soms liet ik de seks gebeuren, zo van: als we dit hebben gehad, kunnen we daarna weer praten. Maar het ging hem echt maar om één ding. Als hij was klaargekomen, moest hij altijd snel weg, naar een afspraak of zijn vrouw die wachtte. De oude Kees heb ik nooit meer teruggezien.'

Intussen menen de groepsleiders van het kindertehuis dat Carla zich in haar handjes mag knijpen met zo'n goede vriend. Carla houdt angstvallig haar mond. Ook als haar beste vriendinnetje vertelt dat ze heeft gehoord dat Carla verliefd is op Kees, zwijgt ze. 'Die verliefdheid kon ook niet, zei mijn vriendin, want Kees had gezegd dat hij van háár hield. We hebben er nooit expliciet over gepraat, maar ik weet dat hij met haar hetzelfde deed als met mij. Mijn vriendin was een rebels type. Toen ze te lastig werd, heeft Kees geregeld dat zij werd overgeplaatst naar een gesloten instelling. Ze was er kapot van dat hij haar had laten vallen. Jaren later is ze aan een overdosis gestorven.'

Carla raakt in de war. Ze wil niet dat Kees aan haar zit. Maar intussen reageert haar lichaam wel op zijn op aanrakingen. 'Omdat hij ook steeds zei dat het aan mij lag, raakte ik daarvan overtuigd. Blijkbaar wilde ik het onbewust allemaal wel, zo haalde ik in mijn hoofd, anders zou mijn lichaam toch niet tegen mijn zin reageren? Ik voelde me voortdurend schuldig, ook tegenover zijn vrouw.'

Ze voelt zich alleen. Bij de vijver op het terrein staart ze soms uren voor zich uit. Carla probeert een keer weg te lopen, maar weet al bij de poort van het terrein niet waar ze heen moet. Ze vinden haar in het park.

Uit pure wanhoop slikt ze een keer een hele voorraad paracetamol. Als ze overgevend in bed ligt, bellen de groepsleiders Kees. 'Daaruit leid ik af dat ze echt geen idee hadden wat er gaande was.'

Dus als de groep voor de zomervakantie drie weken sluit en Kees aanbiedt dat zij zolang bij hem en zijn vrouw kan blijven, reageren de groepsleiders opgetogen. 'Ze zeiden: wat fijn dat je daar terechtkunt! Maar het waren afschuwelijke weken. Ik herinner me vooral nog hoe zijn handen langs het douchegordijn kwamen om me vast te pakken. Zelfs onder de douche liet hij me niet met rust.'

Het misbruik duurt jaren voort, vaak meerdere keren per week. Als Carla 16 wordt, is het de bedoeling dat ze de groep in het tehuis verlaat. Ze krijgt een kamer op hetzelfde terrein, waar ze leert voor zichzelf te zorgen. Mentor Johan heeft het vermoeden dat er iets gaande is. Voor het eerst vertelt Carla iemand over Kees. Maar als Johan hem ermee confronteert, doet de gitaarleraar alsof er niets aan de hand is.

'Mijn mentor stelde voor er met z'n drieën over te praten. Ik heb dat gesprek zelfs opgenomen op een cassettebandje.' Maar als ze het bandje terugluistert, hoort ze enkel dat hun seksuele relatie wordt gebagatelliseerd. De zaak gaat de doofpot in en Kees blijft Carla lastigvallen. 'Achteraf vind ik het bizar dat Johan geen aangifte heeft gedaan. Doordat er niks veranderde, bleef ik achter met het gevoel dat het allemaal zo erg niet was en dat ik me aanstelde.' Pas als Carla op haar 20ste haar toekomstige echtgenoot ontmoet, komt er een einde aan de ontmoetingen met Kees.

Carla komt van het ene in het andere drama terecht. 'Ik ben veel te jong getrouwd. Het was een vlucht.' Haar man heeft agressieve buien en is enkel met zichzelf bezig. Het wordt een ongelukkig huwelijk, al is Carla wel dolblij met de twee zoons die ze krijgt.

Haar echtgenoot vertelt ze in de loop der jaren oppervlakkig over haar misbruikverleden, maar hij helpt haar er op geen enkele manier mee. Als ze vijftien jaar geleden toch besluit een zaak tegen Kees te beginnen, staat ze er volledig alleen voor. De gebeurtenissen zijn verjaard, dus een strafzaak is uitgesloten. In een civiele zaak komt het uiteindelijk tot een schikking, waarmee Kees zijn schuld voor een paar honderd gulden afkoopt. 'Ik herinner me nog wel hoe hij een uitbrander kreeg van de rechter. Het leek hem niet zo veel te doen. Hij zei wel spijt te hebben. Maar hij was niet bereid een gebaar naar mij te maken.'

Zes jaar geleden is Carla gescheiden van haar echtgenoot. Voor het eerst in haar leven doet ze nu dingen voor zichzelf. Ze volgde een opleiding tot gespecialiseerd verpleegkundige, heeft een eigen appartement met kleurige kunstwerken aan de muur, een bootje en leuke vriendinnen. 'Voor de buitenwereld lijkt het alsof ik het nu allemaal voor elkaar heb. Maar als ik eerlijk ben, geniet ik nergens echt van. Ik blijf niet in het verleden hangen. Maar het misbruik heeft me wel voor de rest van mijn leven getekend.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden