Achteraf heb ik vreselijke spijt dat ik niet naar Jevtoesjenko ben gegaan

Beeld de Volkskrant

Soms mis je in je leven een gebeurtenis waarvan de portee pas later tot je doordringt. Toen ik, nog geen 20, in het midden van de jaren zestig - van de vorige eeuw, jawel - onder de vleugels van Intourist een bezoek bracht aan Moskou, kreeg ik de uitnodiging om een voorleesavond bij te wonen van de Russische dichter Jevgeni Jevtoesjenko. Waarom het niet doorging, krijg ik niet meer uit mijn geheugen. Vermoedelijk was er ook een voorstelling in het Bolsjoj die ik belangrijker vond. Achteraf heb ik vreselijke spijt dat ik toen niet naar Jevtoesjenko ben gegaan. Het waren grote gebeurtenissen wanneer hij declameerde voor duizenden Russen die zijn werk uit hun hoofd kenden. Een Russische dichter leest voor met een pathos dat alleen Russische dichters kennen en Jevtoesjenko was een kei op zijn gebied.

De volgende dag ben ik wel naar Peredelkino geweest, het schrijversdorp ten westen van Moskou. Het was destijds een hele onderneming daar te komen, want het Sovjetregime was alom aanwezig. Zo was het een buitenlander niet toegestaan te reizen buiten een omtrek van 40 kilometer. Gelukkig werd ik in mijn subversieve onderneming geholpen door Martin van den Heuvel, de correspondent van Het Parool. Hij vond dat ik het graf moest bezoeken van Boris Pasternak. Deze in ongenade geraakte schrijver was in 1960 gestorven, kort nadat hij de Nobelprijs had gekregen.

De onderscheiding was in de Sovjetpers onvermeld gebleven, maar niettemin hadden 1.500 mensen zich verzameld bij het provisorische graf in Peredelkino, waar twaalf dragers de kist lieten zakken in de schaduw van de pijnbomen. Het officiële kerkhof van het schrijversdorp lag verderop, maar daar mocht het overschot van Pasternak geen rust vinden. Dat officiële kerkhof was meer iets voor schrijvers, wier namen vergeten worden.

Martin bracht mij naar een klein stationnetje en zo reed ik in een overvolle trein naar mijn bestemming. Ik vond Pasternaks graf, tegenover het houten huisje waar hij een groot deel van zijn leven heeft gewoond en waar zijn vriendin Olga vermoedelijk nog woonde. Het was armoedig en scheefgezakt. Dat zal nu wel anders zijn. Ook vond ik in een vervallen landhuis een kleine enclave van Russische schrijvers. Ze ontvingen mij allerhartelijkst met thee, wodka en een keur aan zoetigheden, maar het gesprek verliep ineens stroef toen het kwam op Jevtoesjenko.

Deze week is Jevgeni Jevtoesjenko (1932-2017) als emigrant overleden in de Amerikaanse stad Tulsa. Hoewel hij ook in Londen en Parijs volle zalen trok, werd hij noch door zijn westerse collega's noch door de dissidenten in Russische kring vertrouwd.

Karel van het Reve schreef: 'De walgelijkste gedichten van Jevtoesjenko - een zwendelaar in Majakovski-attitudes die precies zo ver met de zwijgende oppositie meegaat als hij weet dat goed is voor zijn reputatie en precies zo ver met de overheid als hij weet dat goed is voor zijn gezondheid - staan in extenso in onze (Russische) dagbladen afgedrukt.' Van het Reve vond Jevtoesjenko een oplichter, die ten onrechte voor een rebel wordt versleten, 'omdat hij altijd braaf berouw toont als hij iets brutaals heeft gezegd'. Joseph Brodsky liet zich op soortgelijke wijze uit: 'Hij gooit stenen precies zo ver als door de autoriteiten is toegestaan.' Jevtoesjenko was vóór, tegen en weer vóór Gorbatsjov, afhankelijk van wat het veiligst was.

Zijn beroemdste gedicht Babi Jar (1961) gaat over de moord door de nazi's op 34 duizend joden, bij dat gelijknamige ravijn. Het is een aanklacht tegen het antisemitisme dat ook in de Sovjet-Unie was blijven bestaan. Of het ook een goed gedicht is, durf ik niet te beweren. Ik houd niet zo van frasen als 'Het komt me voor dat ik zelf Dreyfus/Anne Frank ben', maar laten wij aannemen dat het vers uit een oprecht gemoed is opgeborreld.

Toen het gedicht door Sjostakovitsj op muziek werd gezet en Chroesjtsjov liet weten dat hij de tekst toch te pro-joods vond, was Jevtoesjenko niet te beroerd enkele wijzigingen aan te brengen.

'Vandaag voel ik mij Jodenman/ Ik ga door oud Egypte zwervend op de thuisweg/ Dan zal ik sterven, op het hout gekruisigd/ Sindsdien staan op mijn lijf de stigmata'

werd:

'Hier sta ik dan, als bij een bron waarin ik/ 't Geloof in onze broederschap hervond/ Hier liggen Russen en ook Oekraïners/ En met de Joden in dezelfde grond.'

(Beide versies zijn vertaald door Marko Fondse.)

Mmm... juist ja. In het overlijdensbericht las ik dat het lichaam van Jevtoesjenko naar Peredelkino zal worden gebracht. Net als Pasternak had hij daar een huisje. Er schijnen wat Picasso's aan de muur te hangen, en nog zo wat. De dichter heeft het geschonken om er een staatsmuseum van te maken. President Poetin gaat dat hoogstpersoonlijk regelen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden