Achter zware velours gordijnen

Het neo-barokke stadspaleis van de Leidse studentensociëteit Minerva brandde in 1959 af, nadat eerstejaars leden een sigarenrookwedstrijd hadden gehouden. In de bibliotheek, of all places....

WIE DE massieve houten deur van de Leidse sociëteit Minerva opent, wordt meteen getroffen door de geur die een ouderwets studentenleven vergezelt. Een weeë mélange van verschraald bier, bleekwater en boenwas.

De brede trap leidt naar de grote zaal waar het verenigingsleven van de Leidse Studentenvereniging Minerva (LSVM) zich hoofdzakelijk afspeelt. De zware velours gordijnen houden het meeste daglicht tegen. De meterslange leestafel staat sinds de jongste festiviteit schuin tegen de muur geplaatst: een promovendus - en reünist (oud-lid) van de vereniging - is er tegenop geklommen om een met mosterd ingesmeerde plaquette van een uil te kunnen kussen. Niemand kent de herkomst van dit gebruik, noch van de andere codes die hier van kracht zijn. En dat hoeft ook niet. De leden hebben genoeg aan de wetenschap dat het altijd zo is geweest, en dat het altijd zo zal blijven.

Of die verwachting gegrond is, mag echter worden betwijfeld. Drie weken geleden presenteerde de gemeente Leiden drie scenario's voor de herinrichting van de binnenstad, waarvan er twee nogal bedreigend zijn voor Minerva. Eén plan voorziet in de sloop van het gebouw, in een andere variant wordt er een flinke hap uit de sociëteit genomen.

Het bestuur van de LSVM maakt zich vooralsnog niet zoveel zorgen over de planologische ontwikkelingen. De contacten met de gemeente zijn goed, dus uiteindelijk zal daar het inzicht wel doordringen dat de corpsleden nogal gehecht zijn aan hun sociëteit. Bovendien gaat het nog maar om plannen. Zoals er ook in de jaren zeventig en tachtig plannen hebben gecirculeerd waarin het pand een andere bestemming kreeg. En mocht het onheil ditmaal niet overwaaien, dan is er altijd nog de Nederlandse inspraakfolklore die op z'n minst één generatie Minervanen voor een gedwongen verhuizing behoedt.

Opmerkelijk is de belangstelling van gemeente en projectontwikkelaars overigens niet. Het gebouw - aan de Breestraat - is centraal gelegen, en is - met zijn vier verdiepingen en een perceeloppervlak van 59 bij 126 meter - kloek van omvang. Eventuele sloop zou bovendien door weinigen als een aanslag op de goede smaak worden ervaren. De sociëteit stamt in haar huidige vorm uit 1965 en is met haar bunkerachtige functionaliteit het volmaakte contrast van haar voorganger: een neo-barok stadspaleis dat in 1959 afbrandde nadat eerstejaars leden een sigarenrookwedstrijd hadden gehouden. In de bibliotheek, of all places.

Wat formaat en fraaie ligging betreft, heeft het onderkomen van de Leidse corpsleden veel gemeen met de sociëten in de andere universiteitssteden. Het oudste exemplaar bevindt zich in Delft: de 122 jaar oude sociëteit Phoenix. Het verenigingsgebouw van het Gronings studentencorps flankeert de oostzijde van de Grote Markt aldaar. Het Amsterdamse corps betrok in 1994 een voormalige drukkerij aan de Warmoesstraat. En de Utrechtse sociëteit Placet hic Requiescere Musis ('het behaagt de muzen hier te rusten') - ook wel Hare Majesteits Eerste Herberg of Het Gele Kasteel genoemd - domineert het Janskerkhof.

Tijdens de Duitse bezetting vormden deze panden geliefde objecten om te confisqueren. In de Utrechtse sociëteit bijvoorbeeld, werden al in de zomer van 1940 Duitse militairen gelegerd. Een oud-senator (bestuurslid) van het Utrechtsch Studenten Corps (USC) herinnert zich nog dat de Duitsers het goed hadden gevonden dat de vorige eigenaar alles mocht meenemen wat hij als 'besonders erinnerungsvoll' ervoer. 'Uiteraard was in dat grote gebouw niets te vinden dat níet ''besonders erinnerungsvoll'' was. De soldaten die hier kwamen zijn werkelijk onder Spartaanse omstandigheden gehuisvest.'

De nabijgelegen sociëteit Hestia van de Utrechtse Vrouwelijke Studenten Vereniging (UVSV) kreeg tijdens de bezetting eveneens een nieuwe bestemming. Voor hun vertrek zaaide het bestuur enorme hoeveelheden goudsbloemzaad in de achtertuin, zodat de nieuwe gebruiker zou uitzien op een 'zee van oranje'.

De vraag is of zowel omvang als ligging van de sociëteiten zich op termijn niet tegen hun voortbestaan richt. In Leiden bijvoorbeeld, was er twee jaar geleden al even sprake van dat het dalende ledental - van bijna 3000 tot 1900 in enkele jaren tijd - de exploitatie van het immense gebouw snel onmogelijk zou maken. Er ging een 'bedelbrief' aan de reünisten de deur uit, en er werd een reorganisatie doorgevoerd. Van de vijftien personeelsleden werden er zes ontslagen. Taken die tot dan toe waren uitbesteed - zoals de administratie, de buffetdiensten en het klein onderhoud - werden voortaan door de leden zelf verricht.

Volgens preses Niels de Jong kan de crisis van twee jaar geleden achteraf als een blessing in disguise worden beschouwd. 'Ze heeft ons behoed voor een gewisse ondergang. Als er toen niets was gebeurd, hadden zich nu ware rampen voltrokken. Bovendien blijkt de daling van het ledental de onderlinge saamhorigheid te hebben bevorderd. De verhoudingen zijn overzichtelijker, en de betrokkenheid van de leden is groter dan voorheen.' Met het huidige ledental - en de daarmee sporende drankomzet (de grootste bron van inkomsten voor de vereniging) is de exploitatie van de sociëteit volgens De Jong goed vol te houden. 'We hanteren een ondergrens van 1500 leden. Als we daar onder komen, hebben we een probleem. Maar ik verwacht niet dat het zover komt.'

Of hij zijn voorgangers, de onbezorgde langstudeerders van weleer, weleens stilletjes benijdt? 'Nee, geen moment. De weelde van toen was natuurlijk maar heel betrekkelijk. Studeren stond al snel op gespannen voet met het lidmaatschap van een vereniging. Nu is dat niet meer het geval. Wie niet studeert, komt niet in aanmerking voor bepaalde baantjes. Punt. We gaan bovendien wat doelmatiger met onze tijd om, zodat er ook veel meer kán. Ik denk niet dat iemand daar slechter van is geworden. Van die nostalgie over het zogenaamde vrije studentenleven van vroeger begrijp ik eigenlijk niet zoveel.'

Buiten Leiden is de daling van het ledental weliswaar minder pregnant geweest, maar ook daar heeft de nieuwe zakelijkheid de overhand gekregen. Bedienden die vroeger in livrei met alcoholische versnaperingen rondgingen, zijn vervangen door al dan niet aangewezen vrijwilligers onder de leden. De verenigingen worden - met wisselend succes - als bedrijf uitgebaat. Ze proberen de exploitatiekosten te drukken, en genereren eigen inkomsten, bijvoorbeeld door een discotheek te exploiteren. Het lidmaatschap van zo'n club geldt niet langer als 'voorbereiding op het leven' (een pretentie die vroeger ruwe omgangsvormen rechtvaardigde), maar als voorbereiding op de loopbaan. Een commerciële loopbaan, in de meeste gevallen.

A AN DE omwonenden van de studentensociëteit gaan deze veranderingen echter vaak voorbij. Studie of niet: het gezelligheidsleven speelt zich gewoontegetrouw 's nachts af, en het vergezellende rumoer heeft vaak een grote reikwijdte. Zo hebben de bewoners van de Amsterdamse Warmoesstraat geregeld ondervonden. Het begon al met de feesten die in 1994 bij de opening van de nieuwe sociëteit werden georganiseerd. Drie dagen zouden ze duren, maar de politie maakte er op verzoek van buurtbewoners voortijdig een einde aan.

En sindsdien is het nooit meer helemaal goed gekomen tussen het corps en zijn buren. Getrainde actievoerders hebben een vuistdik dossier opgesteld met vergrijpen tegen de nachtrust, klachten over urinerende studenten en gebroken glas op de stoep. Vroeger, toen studenten en 'burgerij' nog aparte categorieën vormden, konden de gezelligheidsverenigingen betrekkelijk ongestoord hun gang gaan. Nu kunnen de studenten niet langer aanspraak maken op tolerantie jegens hun leefstijl.

In de meeste sociëten, waaronder de Amsterdamse, zijn inmiddels peperdure geluids- en stankwerende voorzieningen aangebracht. Sommige (vermogende) verenigingen hebben het probleem op een andere manier aangepakt: zij kochten in de omgeving van de sociëteit panden op, die vervolgens aan leden werden verhuurd. Daarnaast hebben zij het relatiebeheer ter hand genomen. In Leiden wordt de buurt tevoren schriftelijk van elk feest op de hoogte gesteld. Daarnaast onderhoudt het bestuur intensieve contacten met de politie, en wordt éénmaal per jaar in de sociëteit de 'favoriete Leidenaar' borrel gehouden. 'Dan mogen de leden hun favoriete bakker of zo meenemen', legt de asessor van het bestuur uit.

In Amsterdam pakt men het anders aan. Daar werden de bewoners van een naburig klooster onlangs aan een goodwill-offensief van het plaatselijke corps onderworpen, zo meldde het universiteitsblad Folia. Hoe? Door hen veertig dozen chips te bezorgen. Ongevraagd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden