Achter kloostermuren op zoeknaar confronterende stilte

Het kloosterleven trekt. Niet dat honderden tegelijk zich geroepen voelen en intreden, maar als plek om tot rust te komen en verdieping te zoeken....

ZACHTJES WEGDRIJVEN op de stemmen van de nonnen. Buiten is het nog donker. Hier binnen heerst een rust die niet van deze tijd lijkt. Ginds zit half Nederland alweer te stressen in de file. Hier, in de kapel van het Clarissenklooster in het Brabantse Megen, is buiten heel ver weg. Eigenlijk zijn de zusters bevoorrecht: ze hoeven nooit in de file te staan om naar hun werk te gaan.

Nederland heeft het druk. Maar er is iets aan het veranderen, merkt gastenzuster Imma. 'We ontvangen veel gasten. Mensen willen échte rust en bezinning. Ze zijn op zoek naar zichzelf, naar stilte en verdieping. Ze vragen zich af of er niet meer is in het leven.'

Zo'n tien jaar geleden was zuster Imma ook gastenzuster. Ook toen waren er veel gasten. Maar sommigen durfden er destijds niet voor uit te komen dat ze zich wel eens een paar dagen terugtrokken in een klooster. En een enkeling ging naar Megen om het kloosterleven ook eens te hebben meegemaakt. Om deze 'belevenis' af kunnen te vinken op hun lijstje, zoals ze ook de reis naar Tibet, het diepzeeduiken en een weekje New York op dat lijstje hadden staan.

Zuster Imma zit al sinds 1959 bij de Clarissen. Het staat op de lijst met alle bewoonsters en voormalige bewoonsters van het klooster, dat al sinds 1721 in Megen is gevestigd. In 1959 was ik vier. Die gedachte laat me maar niet los. In de ruim veertig tussenliggende jaren ben ik naar school gegaan, heb gestudeerd, ben ettelijke malen verhuisd, al dan niet vergeefs verliefd geweest en heb met vallen en opstaan mijn werk gedaan.

En al die tijd was zuster Imma hier. Wat een ander leven is dat geweest. Geheel gewijd aan stilte en gebed. Met vijf keer per dag, en in het begin ook nog een keer 's nachts, naar de kapel om te zingen en te bidden. Met drie keer per dag in de refter aan de lange houten tafels de maaltijd nuttigen, samen met de andere zusters maar in stilte om zo de aanwezigheid van God tot zich door te laten dringen. Een leven ook van soberheid in een gemeenschap van vrouwen, terwijl in diezelfde jaren buiten de kloostermuren de luxe en individualisering toenam.

De eerste keer dat ik in de refter eet, valt vooral het gekletter van het bestek en de bordjes op de houten tafels op. Het is zo vreemd. Ben je opgevoed met netjes smakelijk eten wensen, fatsoenlijke gesprekken voeren aan tafel en belangstelling tonen voor elkaar. Wordt het hier juist als goed ervaren om je mond te houden. Maar nog vreemder is hoe snel het went. Houd je mond, is mijn eerste gedachte, als iemand tegen me begint te praten, laat me alleen met mijn gedachten.

Op de laatste dag spreekt zuster Chiara, de abdis, me aan op de gang. Of mijn verblijf is bevallen? We voelen beide dat bevallen niet het juiste woord is. Dat lijkt beter te passen bij een nieuwe auto dan bij de confronterende stilte van het klooster.

Niet iedereen kan er tegen, weet zuster Chiara. Sommige gasten lopen er gillend van weg. Zo'n lange lege dag, met alleen bijeenkomsten in de kapel en stille maaltijden, drukt je met je neus op jezelf. De moderne mens is wat hij doet en hier doe je niks, niet eens praten.

De eerste dag is het ook voor mij moeilijk. Kwart over zes op. Om half negen is de mis en het ontbijt al achter de rug. Tot twaalf uur vrijaf. Wat te doen met al die lege uren? Wandelen, dan maar. Twee keer rechts had zuster Imma me verteld en je bent bij de Maas.

De stilte uit het klooster blijft hangen. Ver weg vaart een pont heen en weer, auto's rijden erop of eraf. Soms trekt een vrachtschip voorbij. Ergens wordt gezaagd. Geluiden uit een andere tijd dan die van de zusters. Maar daarmee doe je de zusters onrecht.

Alsof zij niet van deze tijd zijn. Dat zijn ze wel, ze gaan er alleen anders mee om. En blijkbaar willen veel mensen iets van ze leren.

Na anderhalf uur wandelen nestel ik me met een boekje in het gastenverblijf. Een zuster brengt koffie. Andere gasten komen daar ook op af. In de loop van de twee dagen praten we op die momenten af en toe met elkaar. Dat is niet altijd zo, zegt een vrouw die al vaker te gast is geweest. Mensen die dat willen, worden met rust gelaten. Soms willen alle gasten met rust worden gelaten.

Ook zuster Imma dringt zich niet op. Maar vaak begint het praten tegen haar al als ze bij de ontvangst koffie of thee staat te schenken. Iedereen heeft wel een verhaal en velen willen het kwijt. Zuster Imma luistert en schroomt niet de gasten aan het denken te zetten over hun eigen leven en de bron van dat leven.

Maar niemand wordt gedwongen te praten. En tegen mensen die overspannen zijn, wordt eerlijk gezegd dat de Clarissen ze niet kunnen opvangen. Ook vakantiegangers of mensen die een goedkoop adresje zoeken, wordt vriendelijk te verstaan gegeven dat het klooster daarvoor niet is.

Op de laatste dag komt de buitenwereld ruw het klooster binnen. Na de middagmaaltijd staan er twee mannen in de hal. De dranklucht walmt me tegemoet. Of ik ook non wil worden, roepen ze me na. 'Ze komen altijd precies rond etenstijd. Ze zeggen ook gewoon: We komen eten', vertelt zuster Imma bij het afscheid. 'Als ze brutaal worden, zeg ik er wat van. Maar we geven ze altijd te eten. We weten niet of we daar uiteindelijk goed aan doen, maar we hebben onszelf voorgenomen te handelen zoals de heilige Franciscus.'

Afhankelijkheid in stand houden of juist niet. Een dilemma dat van alle tijden is en van alle werelden, ook hier in het klooster. In de auto terug naar huis denk ik erover door. Het Megen-gevoel, de rust van het klooster, blijft de hele weg hangen. En nog langer. Langer dan ik dacht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden