Column

Achter heldenepos schuilde de angst

Ruimte op links

De duikvlucht van Robin van Persie (1-0 tegen Spanje), het mooiste sportmoment van 2014. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Het waren weer heerlijke decemberdagen, met al die nabeschouwingen over de verovering van Brazilië door Oranje, gelardeerd met de glorieuze momenten die het land een collectief gevoel van geluk schonken.

Weggevaagd werden de meeste olympische topsporters bij het uitdelen van de onderscheidingen voor de topprestaties van het jaar. Van Gaal beste trainer, Oranje beste ploeg, Robben beste sportman, Van Persie mooiste sportmoment.

Dat was duidelijke taal van de sport en de sporters zelf. Zo waren daar die schitterende beelden van de duikvlucht van Robin van Persie en zijn kopbal tegen Spanje, waarbij u vooral eens moet letten op de landing in het gras van Salvador. Perfect, hoe Van Persie de tijd vindt om omhoog te kijken naar de bal, te koppen en ook nog eens netjes neer te komen, als een vliegtuig op een korte landingsbaan. Gestel uit, landen, machine parkeren en klaar, om het applaus van het publiek te ondergaan, als bij een toeristenvliegtuig dat de grond veilig bereikt.

Tientallen keren gezien in een paar dagen, op krantenpagina's of op tv. Het kon niet op en het hoefde gelukkig ook niet op. Net als die fenomenale dribbels van Robben, de wissels van held van het jaar Van Gaal, de strafschoppenrol van de helden Krul en Huntelaar, de algemene rol van opperheld Kuijt. Nou ja, wie was eigenlijk geen held? We konden geen genoeg krijgen van het momenten-WK, alsof het één groot voetbalfeest was. Dat was het natuurlijk ook, in zeker opzicht.

De heldenverering in de aanloop naar de jaarwisseling ging vrijwel volledig voorbij aan het meestal vreselijke, angstige spel van het Nederlands elftal, althans, als het gaat om de esthetische waarde van voetbal, of om voor Nederland traditionele waarden als dominantie en aanvalskracht. De spelopbouw bijvoorbeeld was zwaar onder de maat, hetgeen Van Gaal overigens niet betwistte. Maar wie niet meeliep in de polonaise, was een spelbreker. Voetbal was gereduceerd tot een verlies- en winstrekening, met Robben als schrijver van zwarte cijfers.

Uiteindelijk was het niet eens zo erg dat de speltechnische kant van het epos weinig aandacht kreeg in de jaaroverzichten. Mochten de mensen onder de kerstboom zich misschien nog een keertje laven aan de sappige vruchten van het countervoetbal? Welja, dat mocht.

Een beetje jammerlijk werd het toen specialisten en buitenlui gingen betogen dat het afgelopen WK de opmaat voor de toekomst moet zijn. Alleen het resultaat telt. Heerlijk, lekker counteren. Gemeen winnen. Alsof het niet meer anders kan dan de zaak dichttimmeren, bij balbezit snel op Robben spelen en doelpunten maken.

Uitgerekend die redenering, dat succes alleen nog te behalen is op de defensieve manier, is pertinent onwaar. Spanje en Duitsland, de belangrijkste kampioenen van de laatste jaren, lieten juist zien dat aanvallend voetbal loont, al zijn hun spelers gemiddeld dan wat beter dan die van Nederland, het landje dat de wereld in het verleden inspireerde.

Hoewel Van Gaal zich mede door een gebrek aan kwaliteit gedwongen voelde een stap achteruit te zetten en hij alle lof verdient voor zijn vondsten, is het overdreven om resultaatvoetbal heilig te verklaren. Gelukkig was hier en daar een protest te horen, van de broers De Boer, en zelfs van de huidige bondscoach Hiddink.

Het is verstandig om dat proces van leidend naar reagerend voetbal niet te makkelijk te laten verlopen. Nederland was altijd een gidsland in voetbal, door aan te vallen en lef te tonen. Als dat ophoudt, zal Nederland verdwijnen achter de letter g in de kaartenbak van het wereldvoetbal: grijs.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.