Achter elke boom loert de vijand

Regeringstroepen van Ivoorkust proberen sinds zondag de belangrijke stad Bouaké terug te veroveren op de rebellen. Inmiddels is de stad ingenomen, zo beweert het leger. Niets van waar, aldus de inwoners. Op pad met de rebellen nabij Bouaké...

Vietnam: het bestaat nog. De rebellen op patrouille in Ivoorkust zijn te jong om veel te weten van de oorlog die ruim dertig jaar geleden in de jungle van Zuidoost-Azië woedde. Toch lijkt hun mars een herhaling van de geschiedenis in de tropen: het ritselen van de bladeren, het zuchten in de smorende hitte, het balanceren op de rand van paniek.

Een onzichtbare vijand is een vijand die overal kan zijn. Dat beseffen de pakweg twintig soldaten van de Patriottische Beweging van Ivoorkust, de rebellen die sinds enkele weken bijna de helft van het West-Afrikaanse land in handen hebben.

Stilte is daarom een eerste gebod. Aan het begin van hun tocht, als zij door de natte rijstvelden in de omgeving van Bouaké sluipen, lukt dat redelijk. In de verte, uit oostelijke richting, klinken schoten en mortiervuur. De kalasjnikovs van de rebellen staan dan al op scherp.

Na de velden komt het bos, het bijna ondoordringbare regenwoud. De hitte sist tussen de bomen; enorme bladeren slaan de soldaten in het gezicht; het kreupelhout kraakt onder de soldatenlaarzen.

Op een kleine open plek in het woud grijpen de rebellen naar hun veldflessen. Hun gezichten dragen de sporen van spanning en zweet. De soldaat die de gelederen sluit, rukt een paar takken van een struik en veegt de sporen weg die hun aanwezigheid kunnen verraden. Een vogel vliegt krijsend over de boomtoppen.

De dichte jungle zuigt zelf al veel licht weg. Maar nu ook de zon langzaam ondergaat, aan het einde van de middag, gaan de kleuren van het woud en de camouflagepakken van de rebellen in elkaar over. Alleen de donkere krullen en de lichte deining van hun zwarte gezichten verraden nog dat hier mensen door het oerwoud stappen.

De vijand - infiltranten van het Ivoriaanse regeringsleger, naar wie de rebellen speuren - laat een tweede keer van zich horen. De schoten klinken dichterbij nu. Een soldaat verschikt de granaatwerper die hij op zijn schouder draagt. Hij is klaar om te vuren, maar naar richting en afstand blijft het gissen.

Dan maakt de jungle opeens plaats voor een akkertje, waar iemand in vrediger tijden ooit tomaten heeft geplant. De rebellen verspreiden zich over een brede kring en gaan gehurkt zitten. Een enkeling steekt een sigaret tussen de lippen, een ander kauwt op zijn benauwde gedachten. De schemer maakt plaats voor het duister.

De aanvoerder van de groep, die uit noorderlingen en dus voornamelijk uit moslims bestaat, maakt zich klaar voor een geïmproviseerd avondgebed. De richting waarin zijn lichaam zich buigt maakt duidelijk waar Mekka is. De plotselinge geluiden uit de struiken maken duidelijk waar de mogelijke vijand is: achter hem.

De groep springt op en rent naar een pad. De vijand blijkt een verdwaalde burger, die even onschuldig als volkomen in paniek is. De rebellen stellen hem gerust: nee, ze zijn niet gekomen om hem te vermoorden, maar om hem te bevrijden. Dan volgt de lange mars in het donker, terug naar hun basis. De vijand liet zich niet zien. Ze leven, ze leven nog.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden