ACHTER DE KOMMA

'Het management in Nederland moet vaker een stuk gember onder zijn staart geduwd krijgen. Over het algemeen hangt er onder managers in dit land een redelijk zelfgenoegzaam sfeertje....

Ten Doeschate

tuurt naar

doelwitten

Bernard ten Doeschate voelt zich er niet op z'n gemak, blijkt uit een interview met FEM. Liever vecht hij een robbertje met het beursbestuur over het afschaffen van beschermingsmaatregelen, om zijn tegenstanders daarna de hand te schudden.

Het type ruwe bolster, blanke pit, zo omschrijft het zakenblad de 45jarige directeur van het Zutphense handelsbedrijf Reesink.

Het ons-kent-ons-milieu staat hem nog het meeste tegen, de Zwollenaar. 'In de psychologie heb je de theorie van de zelfbevestiging. Dat valt me op in dat milieu: doorlopend jezelf en je collega's bevestigen. Ik vind dat er in dit land wat vaker een meetlat langs de managementinspanning gelegd moet worden. Net als ik zijn het geen ondernemers, maar managers die ondernemen met andermans geld.'

Helaas is het geen instelling waarmee je vrinden maakt in ondernemersland. Vanuit zijn grauwe hoofdkantoor aan de IJssel, nog altijd de skyline van Zutphen verpestend, moest Ten Doeschate verschillende namen van zijn overnamelijstje schrappen. 'Ik denk dat mijn vermeende rechtlijnigheid te veel is aangedikt bij afgebroken overnamepogingen', meent hij. 'Van fusiebemiddelaars hoor ik dat het heel normaal is om een score te halen van één op tien.'

Dus liet hij zich in het laatste jaarverslag fotograferen met een legerbaret op het hoofd, met een verrekijker turend naar nieuwe doelwitten. Voorlopig staat hij er nog, daar aan de IJssel.

Drs Jan Poot van

Chipshol kan op zijn

jongens bouwen

Chipshol Forward, de roemruchte onderneming van drs Jan Poot, heeft zich tot doel gesteld het gebied rondom Schiphol te ontwikkelen tot een groot futuristisch kantoor- en bedrijvenpark.

Maar tot dusver is de onderneming vrijwel uitsluitend in het nieuws gekomen met ontelbare gerechtelijke procedures tegen al of niet voormalige zakenpartners, bankiers, financiers, beleggers, accountants en, niet te vergeten, dagbladen.

Alle aanleiding dus om eens te gaan praten met de man, die in zijn eentje een batterij advocaten van een uitmuntend belegde boterham voorziet. Vastgoed, vakblad voor onroerend goed, voegde de daad bij het woord. Maar de vakbroeders, die geïntereseerd zijn in de achtergronden van de juridische querilla van drs Poot, worden geen woord wijzer. Het blad maakt er geen woord aan vuil, maar beperkt zich tot het eerbiedig noteren van de uitspraken van Het Genie. ('Vitaal en ontspannen, zonder een spoor van zelfvoldaanheid kijkt Jan Poot (70) je recht in de ogen.)

Wellicht had de verslaggever van Vastgoed geen tijd om de dikke stapel krantenknipsels door te nemen of was de documentalist van het blad net op vakantie. Voor het echte verhaal over Jan Poot heeft Vastgoed nog anderhalve eeuw de tijd. 'Met tweemaal veertig hectare in Landinvest vast in bezit en binnen de holding nog eens 120 hectare - gekocht én betaald - en nog eens een right of first refusal op 350 hectare, kunnen we in het huidige tempo de eerste 150 jaar vooruit', zegt Jan Poot.

Voor het gesprek met Vastgoed laat Poot zelfs een vergadering schieten, die 'probleemloos' door een van zijn vijf zonen wordt overgenomen. 'Op mijn jongens kan ik bouwen', geeft Poot als verklaring voor het grote aantal familieleden in de onderneming. Vijf zonen en nog enkele schoonzoons heeft Poot rond zich verzameld.

'Stuk voor stuk hebben ze er de ervaring en kennis voor opgedaan', zegt Poot. 'Eén als bankier bij Mees & Hope en een tweede bij Swiss Bank Coöperation (tikfoutje van Vastgoed?), een derde als financier bij de Westland-Utrecht, één komt van Shell, afdeling investor relations. de laatste zoon is bedrijfsjurist, de schoonzoon doet marketing en PR.' Afgaande op het verhaal in Vastgoed is ieder geval de laatste leuk bezig met zijn vak.

Spijkerbroek

geen symbool

meer voor 'jong'

De spijkerbroek staat niet langer symbool voor 'jong', 'rebels' en 'trendsettend'. Want de ouderen maken een steeds groter deel uit van de kopers van de jeans. Winkeliers kunnen er niet mee zitten, zo blijkt uit Textielvisie.

Manager Jan Keyzer van Levi Strauss Benelux meent dat de primaire doelgroep van zijn merk kleding de jeugd tussen 14 en 20 jaar blijft en dat dat niet zal veranderen. Ook niet door de toename van het aantal koper van boven de 55 jaar. 'Het aantal jeans dat door consumenten boven de 55 jaar wordt gekocht zal wel stijgen, maar de kapitaalconsumptie is lager dan bij de jongeren. Bij jongeren is deze zelfs gestegen. Bovendien is er de verwachting dat vanaf het jaar 1997 het aantal jongeren weer langzaam stijgt.'

Volgens het marktonderzoekbureau NSS stonden de mannen van 55 jaar en ouder in 1990 nog voor slechts 2,6 procent van de verkoop van spijkerbroeken en -jasjes. Vorig jaar was dat 5,3 procent. Bij de jongeren in de leeftijd van 15 tot 20 jaar zakte het aandeel in de verkoop de afgelopen drie jaar met 9 procent.

Toch wil Keyzer niets weten van een aparte spijkerbroek voor de oudere kopers. 'Het is een natuurlijk proces dat ouderen meer jeans kopen. Bijna iedereen is opgegroeid met het produkt. Maar wij zullen nooit onze collectie afstemmen op de oudere jeans-consument. Dan kom je toch op andere produkten, een bandplooimodel bijvoorbeeld, waar je de heavy users, de primaire doelgroep mee afschrikt. Dat zaait verwarring met als risico dat je op een gegeven moment als 'oude lullen'-spijkerbroek te boek staat.'

Whiplash hoge

schadepost voor

verzekeraars

Sinds enkele jaren krijgen de Nederlandse verzekeraars te maken met een stijgend aantal schadeclaims als gevolg van whiplash, een nekletsel dat meestal ontstaat bij inzittenden van auto's die zijn betrokken bij aanrijdingen van achteren. De schattingen van het aantal whiplash-gevallen per jaar lopen uiteen van 15 duizend tot 30 duizend, schrijft Verzekerings Magazine.

Het probleem van whiplash is dat de aandoening bij de patiënt een reeks van klachten veroorzaakt, maar dat de dokter in de meeste gevallen weinig kan vinden. Niet zelden leidt dat tot conflictsituaties tussen de dokter en de patiënt. Er loopt een onderzoek van TNO en het AMC, dat duidelijk moet maken of whiplash medisch-objectief is vast te stellen.

Op een symposium, belegd door de Nederlandse Stichting Whiplash Patiënten, schatte professor J. Wismans, research manager van het TNO Instituut voor Wegtransportmiddelen afdeling Botsveiligheid, dat ruwweg een kwart van de letselschade is terug te voeren op whiplash.

Volgens Wismans is het aantal whiplash-letsels in Japan gestegen van 275 duizend in 1985 tot meer dan 350 duizend in 1991. Er treedt ook een verschuiving op van hoofd- en borstletsels naar het nekgebied. 'De relatieve bescherming van andere lichaamsdelen neemt toe ten koste van de nek.' Uit Duitse gegevens blijkt dat in bijna de helft van het aantal auto-ongevallen sprake is van een aanrijding van achteren en 90 procent van die botsingen veroorzaakt nekletsel.

Het merendeel van de achteraanrijdingen blijkt binnen de bebouwde kom plaats te vinden en 11 procent op autowegen. De gemiddelde botssnelheid waarbij whiplash optreedt, bedraagt 23 kilometer per uur voor lichtere letsels en 29 kilometer voor ernstiger letsel. Opvallend is dat vrouwen een groter risico lopen op nekletsels dan mannen. Volegns Wismans kan nekletsel voorkomen worden door een beter gebruik en beter ontwerp van de hoofdsteun en in samenhang daarmee het ontwerp van de stoelleuning.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden