Achter de gevelrij van de Haagse Hofvijver

De premier zit er pas 30 jaar, maar niettemin is dat kleine, achthoekige Torentje een begrip geworden in de Nederlandse politiek.

Zoals de koningin kantoor houdt in een paleis, zetelt de minister-president in het Torentje. Het Torentje is een begrip en een uitdrukking als 'Torentjesoverleg' is dat al evenzeer. Dat het Torentje deel uitmaakt van het historische gebouwencomplex aan de noordzijde van het Haagse Binnenhof, versterkt het idee dat Nederlandse premiers hier van oudsher hun onderkomen gehad moeten hebben.


Toch is dat niet waar. Het Torentje is een 'invented tradition', een term die wil uitdrukken dat tradities kunnen ontstaan door al dan niet gemanipuleerde ontwikkelingen en toevallige initiatieven. Het Torentje is een 'bedachte traditie', want tot begin jaren tachtig zaten de premiers in een gewoon kantoor aan Plein 1813.


In Van Torentje tot Trêveszaal, een boek dat onder redactie van de Leidse historici Diederik Smit en Henk te Velde een 'interdisciplinaire' geschiedschrijving van het Binnenhof wil zijn, zegt oud-premier Piet de Jong over dat kantoortje: 'Dat was wel gezellig. Een beetje verkeer buiten en je liep zo de straat op.' Het Torentje was in gebruik door Binnenlandse Zaken. De Jong: 'Voor mij was het Torentje gewoon een kamer.'


Ruud Lubbers was in 1982 de eerste minister-president die zijn intrek nam in het Torentje. Dat hij dat bewust deed, is bekend uit De geheimen van het Torentje, een journalistiek boek van Arendo Joustra en Erik van Venetië uit 1993. In de wetenschappelijke bundel van Smit en Te Velde wordt die geschiedenis verder uitgediept. Het hoofdstuk waarin de zes nog levende premiers aan het woord komen over hun werkomgeving is een absoluut hoogtepunt.


'De schaal en de ambiance van het Torentje bevielen mij. Het Torentje past bij Nederland', zegt Lubbers in het boek. Hij leerde de kleine ruimte kennen toen hij in '82 op bezoek kwam bij informateur Jos van Kemenade, die er zijn intrek had genomen. Lubbers: 'Het Torentje zette de plaats van de minister-president ook enigszins apart. Tenminste, dat was mijn idee. Het is goed dat de mensen zien dat er niet alleen Algemene Zaken is, maar een aparte minister-president.'


Van Torentje tot Trêveszaal is een boek met bijdragen van diverse auteurs, die zowel de gebouwen en interieurs van het Binnenhof beschrijven, toegespitst op alles wat achter de gevelrij aan de hofvijver schuilgaat, als hun functies en hun werking op het publiek. Met name dat laatste onderdeel is een boeiende rode draad, zoals het verhaal over het Torentje aantoont.


Op het Binnenhof heerst een genius loci, schrijft Te Velde in zijn inleiding, 'een geest van de plek' en dat is mooi geformuleerd. Torentje, Trêveszaal, Eerste Kamer, er huist van alles achter de imposante gevelrij. De ijscoman in de zomer beseft dat net zo goed als de chauffeur die een dienstauto voorrijdt of de Japanse toerist die zich op de trappen van de Ridderzaal laat fotograferen.


Wat dit boek ook aantoont, is dat het een andere 'invented tradition' aan de overzijde van het Binnenhof, namelijk het nieuwe gebouw (sinds 1992) van de Tweede Kamer, niet gaat lukken dezelfde warme gevoelens op te roepen als de Oude Zaal waarin de Kamer vroeger vergaderde. Lubbers zegt: 'In dat oude toneelzaaltje, daar hoorde ik. Toen dat verdween, had ik nog meer het gevoel dat ik niet meer door moest gaan in de politiek.' Mark Rutte: 'Het nieuwe gebouw heeft te veel marmer. Democratie moet sober gehuisvest zijn. Het lijkt nu wel Oost-Europees.'


Diederik Smit en Henk te Velde (red.): Van Torentje tot Trêveszaal.


De Nieuwe Haagsche; 444 pagina's; € 29,50.


ISBN 978 94 91168 10 9.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden