Achter-achteroom? Ja, de broer van de schoonzus van je tante

Familie aanduiden is in veel talen nog niet gemakkelijk. De balans tussen eenvoud en effectiviteit is vaak zoek, stellen onderzoekers.

Over familieverbanden worden veel grappen gemaakt. 'Is die man familie van jou?' 'Jazeker! Hij is de broer van de schoonzus van mijn tante.' Dit grapje leunt op het gegeven dat het Nederlands tamelijk weinig woorden kent waarmee de relatie tussen verwanten kan worden uitgedrukt.


Bovendien zijn de beschikbare woorden eerder verwarrend dan verhelderend. De meest correcte benaming voor de man in bovenstaand grapje zou misschien 'achter-achteroom' zijn.


Over verwantschapswoorden en de rol die ze spelen in vlotte communicatie schreven twee Amerikaanse psycholinguïsten een artikel dat gisteren verscheen in het tijdschrift Science: Charles Kemp van de Carnegie Mellon University in Pittsburg en Terry Regier van de University of California in Berkeley.


Kemp en Regier brengen in stamboompjes de verwantschapswoorden in kaart van 487 van de ruim zesduizend talen die de wereld kent. Ze kleuren die stamboompjes in met honderd jaar oude onderzoeksresultaten. Uitgangspunt is dat er flinke verschillen bestaan tussen de beschikbare woorden om verwantschappen mee uit te drukken.


Zo onderscheidt het Engels de kinderen van ooms en tantes (cousins) van het kroost van broers en zussen (nieces/nephews). In het Nederlands kennen we alleen neven en nichten, en moeten we daarbij vermelden of we generatiegenoten bedoelen of oom- en tante-zeggertjes. Het Engels heeft twee woorden om grootouders te benoemen: grootvader en grootmoeder, terwijl het Mandarijn (Chinees) er vier kent. Mandarijnen kunnen met één woord uitleggen of ze opa of oma van moederskant bedoelen, of die van vaderskant.


Is het hebben van zo veel mogelijk woorden handig? Dat valt te bezien. Kemp en Regier stellen dat er een zinnige balans zou moeten zijn tussen eenvoud en effectiviteit, met optimale communicatie als resultaat. Communicatie verloopt sneller en efficiënter naarmate de luisteraar vlugger begrijpt waarover de spreker het heeft. Hoe langer de luisteraar erover doet te snappen welk familielid de spreker bedoelt, hoe moeizamer de communicatie.


De stamboompjes laten zien welke structuren talen hanteren om verwantschap uit te drukken. Daarin constateren Kemp en Regier een indrukwekkende diversiteit, mensen blijken creatief bij het benoemen van familieleden. Voor buitenstaanders zijn die benamingen niet altijd even logisch. In het Noord-Paiute, een Amerikaanse indianentaal, gebruiken grootouder en kleinkind wederzijds hetzelfde woord wanneer ze over elkaar praten, terwijl de rest van de stam andere woorden gebruikt om datzelfde familieverband te benoemen. En in het Noord-Paiute gebruiken opa's een ander woord voor 'kleinkind' dan oma's.


Opvallend is dat in veel talen duidelijk meer woorden bestaan om oudere generaties in de stamboom te benoemen dan jongere: er is een breed scala aan woorden in de categorie betovergrootvader en oudoom, terwijl jonger kroost al snel valt onder de brede verzamelnaam (achter-)neefjes en nichtjes.


Aan de stamboompjes is te zien of een taal uiteindelijk veel of weinig, eenvoudige of ingewikkelde verwantschapswoorden kent. De balans tussen eenvoud en effectiviteit is vaak zoek, concluderen Kemp en Regier. Een kleine woordenschat maakt omhaal van woorden nodig. Maar een te grote keuze voor de spreker brengt de luisteraar juist in verwarring. Zo zou het woord 'achter-achteroom' nog altijd weinig licht werpen op de precieze aard van de verwantschap tussen u en die verre broer van die schoonzus van die tante.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden