Analyse

Acht miljoen woningen blijken lang niet meer genoeg voor de snel groeiende bevolking

Nieuwe ronde, nieuwe kansen: verkiezingen bieden uitzicht op nieuw beleid voor slepende kwesties. Welke problemen mogen straks niet ontbreken in het regeerakkoord? En waar liggen de grote politieke verschillen? Vandaag: de woningbouw.

null Beeld Matteo Bal
Beeld Matteo Bal

Wat is het probleem?

Nederland krijgt op de eerste zomerdag van dit jaar wellicht zijn 8-miljoenste woning. Eind januari telde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) 7.972.168 woningen. En in de eerste maand van het jaar kwamen er 5.815 woningen bij. Blijven we in hetzelfde tempo bijbouwen, dan passeert Nederland de magische grens van wéér een miljoen woningen inderdaad rond 21 juni, de overgang van lente naar zomer.

Het slechte nieuws: acht miljoen woningen is nog niet genoeg. Het tekort aan koop- en huurwoningen is nu ruim 330 duizend, aldus ABF Research. Dat aantal zal zelfs toenemen tot 419 duizend in 2025.

Het gevolg van dat woningtekort is hoge koorts op de woningmarkt. Zo’n zes op de tien kopers bieden meer dan de vraagprijs, stelt makelaarsvereniging NVM. Een woning wisselde in januari van eigenaar voor gemiddeld 334 duizend euro, een recordbedrag en ruim 9 procent meer dan een jaar eerder.

Daarmee is de zoektocht naar een droomhuis voor steeds meer Nederlanders een nachtmerrie geworden. Waar eigenaren de waarde van hun woning zien stijgen (sinds 2013 met 57 procent), moeten veel teleurgestelde kandidaat-kopers op zoek naar een huurwoning. In de vrije sector kost een appartement volgens de NVM gemiddeld ruim 1.100 euro huur per maand. Voor een sociale huurwoning geldt een lange wachttijd, tot soms meer dan tien jaar.

Hoe is het probleem ontstaan?

Acht miljoen woningen? Dat werd zo’n vijftien jaar geleden onnodig geacht, toen Nederland nog maar 7,1 miljoen woningen had. Een toenmalige adviesraad van de regering voorspelde dat de bevolking tot 2035 slechts beperkt zou groeien en daarna zou afnemen. Dus doe een beetje rustig aan met die woningbouw.

De bevolking groeide echter veel sterker dan verwacht. Nederland telt inmiddels 17,4 miljoen inwoners. Het CBS houdt rekening met een groei naar 18 miljoen in het jaar 2026 en zelfs 20 miljoen in 2063.

Door de kredietcrisis van 2008 werden bouwplannen geschrapt of uitgesteld. In 2014 werden slechts 45 duizend nieuwbouwwoningen opgeleverd, het laagste aantal sinds 1950. In 2020 volgde een nieuwe dip, door de stikstof- en pfas-crisis.

De bouw moest het ook nog eens stellen zonder marktmeester; in 2012 werd afscheid genomen van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM). De woningbouw zou bij gemeenten en provincies in betere handen zijn. Die kennen hun eigen gebied het best, maar bleken ook slechte bewakers van de nationale bouwopgave.

Tegelijkertijd viel de woningbouw door woningcorporaties sterk terug. Een van de redenen daarvoor was de introductie van een kostbare (fiscale) verhuurdersheffing, die de woningstichtingen zo’n 1,7 miljard euro per jaar kost. Ook bouwbedrijven – waarvan veel werd verwacht – bleken maar mondjesmaat te voorzien in betaalbare (koop- en middenhuur-) woningen.

Het kabinet Rutte III nam zich voor het tekort te bestrijden met de bouw van 75 duizend woningen per jaar tot 2030. Ondanks (tamelijk vrijblijvende) ‘woondeals’ met regio’s over versnelling van de woningbouw en (tegen het einde van de rit) enkele miljarden euro’s aan bouwsteun werden die aantallen niet gehaald.

null Beeld

Wat is nu de politieke keuze?

Zo snel mogelijk van acht miljoen naar negen miljoen woningen, dat willen alle politieke partijen. En dat onder leiding van een minister voor volkshuisvesting en ruimtelijke ordening. Of tenminste, zoals de VVD het zegt, met meer ‘ingrijpen van de rijksoverheid’.

Daarbij wordt minder vertrouwen gesteld in marktwerking en projectontwikkelaars. De good old wooncorporaties krijgen weer een belangrijke rol in de nieuwbouwproductie. Het afschaffen of beperken van eerdergenoemde verhuurdersheffing moet de sociale woningbouw weer vleugels geven.

De woningbouw krijgt van veel partijen ook buiten de steden meer ruimte. Nu geldt nog de mantra dat er vooral ‘binnenstedelijk’ wordt gebouwd, om het open landschap te ontzien. Buitenstedelijk bouwen is ‘nodig en reëel’ vindt de VVD. Het CDA ziet daar eveneens plek voor grootschalige nieuwbouwlocaties. Dat geldt ook voor de Partij voor de Dieren, die de ‘monocultuur van veehouderij’ wil verruilen voor meer natuur en woningbouw in het groen.

GroenLinks en ChristenUnie houden vast aan verdichting van de stad, al willen ze wellicht wat woningbouw toestaan op landbouwgrond, bijvoorbeeld als woningbouw het groen in de stad gaat verdrukken. D66 ziet ook graag veel nieuwbouw in de steden, maar denkt dat stadsuitbreidingen onmisbaar zijn, net als grote nieuwe woningbouwprojecten door het hele land, zoals Almere Pampus.

De (uiteraard duurzame) nieuwbouw willen CDA en PvdA met voorrang toebedelen aan onder anderen senioren. Voor die laatste groep geldt een combinatie met zorg als een aanbeveling. D66 hekelt het tekort aan woningen voor een of twee personen. Met GroenLinks wil de partij ook extra steun voor wooncoöperaties en zelfbouwers.

Vastgoedbazen die hun woningbouwgrond of gebouwen niet benutten kunnen zelfs wat de VVD betreft een boetebelasting tegemoetzien. Daarmee leunt de partij van de premier verrassend genoeg tegen de SP en PvdA aan, die de grond willen onteigenen van (speculerende) projectontwikkelaars die hun grond braak laten liggen. PvdA en D66 willen ook een belasting invoeren over de waardestijging van grond en gebouwen als gevolg van overheidsinvesteringen in de buurt. De aanleg van een station bijvoorbeeld wordt zo mede betaald door de gelukkige vastgoedeigenaren in de buurt.

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) was in een analyse van de woningbouwprogramma’s niet optimistisch over de effecten van alle ideeën. Extra geld of een nieuwe minister doet niet af aan een tekort aan bouwgrond en bouwvakkers. En met veel extra vraag (en middelen) zou de bouwprijs wel eens fors kunnen stijgen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden