Acht keer in staat van hoogst geluk

De polemiek over welke dorpen tot de Acht Zaligheden behoren, duurt al decennia. Maar het doet de gemoedelijkheid van het leven in de Kempen geen kwaad....

gfsfc,40,100,9,00 IJDENS HET ontbijt in motel Steensel hebben ze het in de keuken over Reusel-kermis. Niet over de Reuselse kermis, of over de kermis in Reusel. Nee, het is vanavond Reusel-kermis.

(Het is vanavond ook Knegsel-kermis, maar die telt blijkbaar niet mee.)

Houdoe, zegt het kassameisje in de Eerselse supermarkt wanneer ik afreken en naar buiten loop.

Houdoe, zegt de eigenares van een Bladels café wanneer ik twee koppen koffie betaal.

Op radio Brabant hoor ik Nol van Roessel in het Brabants vertellen over een vakantiebelevenis in Frankrijk. Zijn taal roept het beeld op van allemaal-knus-rond-de-haard-geschaard. Hoewel ik bijna dertig jaar terug de deur van de Kempen achter me dicht sloeg, kan ik hem nog woord voor woord volgen.

Met de handen op zijn rug staat De Contente Mens op de Markt van Eersel, het toonbeeld van gemoedelijkheid, een pet op het hoofd, de voeten iets naar binnen gericht, een weemoedige glimlach op de lippen. Misschien denkt hij aan De Pronte Vrouw, die verderop in de hal van de ABN Amro is geposteerd.

Albert van der Aalst, conservator van het streekmuseum De Acht Zaligheden in Eersel: 'Het dorpsleven in de Kempen is natuurlijk niet meer wat het geweest is. Maar die contente mens kom je nog steeds tegen. Het is iemand die niet zo gauw moeilijk doet, die zich niet zo gauw druk maakt. Die gemoedelijkheid zit in de aard en dat spreekt veel toeristen aan.'

Als boven de Kempen de zon hangt, jubelen de vogels, ruist het goudgele koren, steekt de boer de schop extra diep in de zanderige grond en gloeien de laatste resten hei paars op. Dat wisten de schrijvende broers Snieders uit Bladel al. Graag zochten ze hun toevlucht in clichés wanneer de natuur ze weer eens te machtig werd. Wat nogal eens gebeurde in 'de bossen, de vennen, de purperen hei, een dorpje dat past in je hand'.

Dorpjes zoals de Acht Zaligheden of Selligheden, want daar moet dit verhaal veel meer over gaan dan over de Kempen, al is het ene niet los te maken van het andere. De eerste zeven komen er nog vlot uit: Duizel, Eersel, Hulsel, Knegsel, Netersel, Reusel, Steensel. Dan hapert de spreker, zeker wanneer hij van boven de rivieren komt en niet weet, niet kán weten dat Wintelre voor zijn bewoners Wijntersel is.

Of is de achtste toch Bladel en niet Wintelre? Bladel, 'dat lastige lid van de Acht Zaligheden, dat niet wil uitgaan op -sel', zoals Snieders-biograaf J. Persijn in 1925 schreef.

O heerlijke polemiek die al decennia duurt en vermoedelijk nog vele jaren vooruit kan zonder tot een oplossing te komen. De aanhangers van de Bladel-theorie - tot halverwege deze eeuw in de meerderheid - wijzen een beschuldigende vinger naar een zekere dr. H. van Velthoven die het in 1949 opnam voor Wintelre. Hij werd de voorganger van een hele reeks auteurs en zelfs van de provinciale VVV, die sindsdien allemaal - al of niet klakkeloos - de Wintelre-leer uitdragen.

Wie zich het minst druk maken, zijn die van Bladel zelf gezien het ANWB-bord in hun eigenste dorpskern dat Wintelre als Achtste Zaligheid aanwijst.

Waarmee die van Wintelre weer niet echt te koop lopen. De enige die op deze zonnige ochtend 'in staat van hoogst geluk' lijken te verkeren, zijn twee indrukwekkende witte leeuwen, die op het grasveld naast de Willibrorduskerk de wacht houden bij een Christusbeeld ('Wintelre aan zijn Koning Christus') en tegelijk letten op hun mini-uitvoeringen aan de overkant, die de oprit naar de antieke pastorie bewaken.

Er is een halte voor de lijntaxi Vessem-Hoogeloon, er is een discodancing, een cafetaria, een café (d'n Babbel) met ouderwetse veranda - waaruit een boom groeit - zelfs is er een broodautomaat. Genoeg verworvenheden van de welvaartsmaatschappij. Maar als je er niet woont, blijf je er niet te lang bij stilstaan.

De plaatsnamen eindigen dus merendeels op -sel, en dat komt mogelijk van het Frankische sala (woning) en misschien ook niet. Even goed kan het toeval zijn dat al die plaatsjes dezelfde uitgang hebben gekozen. Ook is er wat te zeggen voor de uitleg dat tijdens de Belgische opstand (1830) Hollandse soldaten, ingekwartierd in Kempische dorpjes, de armoede cynisch met (acht) zaligheden aanduidden.

De wegen en weggetjes die - kriskras door de Kempen - de Zaligheden verbinden, zijn soms van een schoonheid die geacht wordt al lang passé te zijn. Boven de kasseitjes schommelt zachtjes een dak van bladeren. Iedere bocht biedt een nieuw inkijkje, een weggezakt boerderijtje, een stenen put met aker, een kerkspits die zich net boven een rij bomen wringt, een duister bospad, een roerloos vennetje. Hier heeft de tijd vaak stilgestaan waar hij in de dorpskernen even vaak op hol is geslagen.

Ooit trokken vanhier de teuten naar alle Europese uithoeken. Kempenland Teutenland is het motto waarmee de nog jonge stichting Content Kempenland sinds dit jaar het toerisme aanwakkert. Het waren gespecialiseerde handelslui (ketellappers, haarsnijders, textiel- of tafteuten, dierenlubbers), die in compagniesverband bij de eerste lenteknoppen huis en haard verlieten en pas tegen de kerst terugkeerden. Hun rijk duurde vanaf halverwege de zeventiende tot eind vorige eeuw. Dat het hen naar den vleze ging, is nog te zien aan teutenhuizen zoals op de Markt van Eersel.

Toch is de geschiedenis van de Kempen er vooral een van veelvuldige oorlogen en invallen, van brandschatting en veeroof, van schrale grond, van schrijnende armoede. Van der Aalst: 'Maar we moeten daar ook weer geen drama van maken. Een boerenbevolking lijdt nooit honger. Erger was dat het kapitaal ontbrak. Er waren geen kastelen en herenboerderijen zoals in de Meijerij. Er was zodoende ook geen onderwijs. Daardoor is de ontwikkeling heel lang stil blijven staan.'

Het katholieke geloof speelde in die bittere jaren vaak een grote en troostende rol. Van der Aalst: 'Zo van: hier heb je het nu wel slecht, maar straks krijg je je loon. Alles hingen ze vroeger aan de heiligen op. Die waren per slot goedkoper dan de dokter.'

Omdat ook heiligen graag een dak boven hun hoofd hebben, ligt de Kempen bezaaid met kerken en kapelletjes. Alsmede met eenzame torens die hun kerkgebouw in deze eeuw - meestal als gevolg van de zucht naar vernieuwing of verandering - zijn kwijtgeraakt. Ze zijn solide bakens geworden in het Brabantse land, die waken over het kerkhof (Bladel, Duizel) of over de dorpskern (Steensel).

De mooiste kapel is die van Onze Lieve Vrouw op de Eerselse Markt, met 'muizentandfries onder de dakvoet en boerenvlechtingen in de gevel'. Het gebouwtje is meer dan vijfhonderd jaar oud, was ooit raadhuis, gevangenis en brandspuithuis en is sinds 1957, na inzegening door de Bossche bisschop Mutsaerts, weer kapel.

De deur staat overdag altijd open, welk gastvrij gebaar de gemeente in 1975 een antiek en kostbaar Mariabeeld (Onze Lieve Vrouw van de Kempen) kostte. Het is nooit meer teruggevonden.

In Netersel schuilt Maria (met Kind) in een grot. Daarnaast zijn aan een berkenboom - als raadsel voor de voorbijganger - een mannen- en vrouwenklomp gespijkerd.

Minstens zo intrigerend is in Hulsel de omvangrijke muurschildering op de zijgevel van de pittoreske pastorie, een eindeloos heidelandschap dat zo weggesneden lijkt uit de directe omgeving van deze Zaligheid.

In het bijgebouw van het streekmuseum in Eersel (een voormalige boerderij, goed voor twintigduizend bezoekers per jaar) gaan tegelijk met de koffie grote stukken kersenvlaai rond. Een dorpsbewoner levert oud landbouwgereedschap af, een moeder en kind dwalen door de kruidentuin en langs de oude volksspellen (waar iedereen met zijn vingers aan mag zitten). Achter in de boomgaard scharrelen kippen, geiten en bokken onder de langzaam ruiende bomen. Binnen legt een van de vrijwilligers de laatste hand aan een expositie over bedevaarten.

0 E TIJD teut op dit stukje grond.

De tijd holt zelfs met grote stappen achteruit in de keuken, in de opkamer, in de goeikamer. Daar kruipt hij onder een stolp en droomt weemoedig over Kempische dorpjes, doorsneden met zandpaden, met een Christuskruis of kiosk op het snijpunt der weggetjes.

Van der Aalst: 'Toen de welvaart kwam, is veel van het oude in de dorpen gesloopt. Allemaal zonder slag of stoot. Oók in Eersel. Op de Markt zijn de mooiste panden verdwenen.'

De ommekeer kwam vijfentwintig, dertig jaar terug met als eerste aanzet de ruilverkaveling. Gericht vooral op rundvee en op akkerbouw. Vandaar dat de Kempen niet net als Oost-Brabant lijdt aan een overbevolking van varkens en vergiftigd is door de ammoniak. De conservator: 'Onze bossen zijn dan ook nog steeds gezond.'

Na de ruilverkaveling volgde de vergroting van het middelbare onderwijs, en dat leverde op haar beurt intellect uit eigen kring op. Philips en de DAF breidden uit naar de Kempen, de sigarenindustrie moderniseerde - nog steeds is Eersel met jaarlijks meer dan één miljard sigaren de grootste producent ter wereld.

Ook de eerste toeristen meldden zich in die tijd, op zoek naar rust, naar voet- en fietspaden, naar natuur die nog ongekunsteld was, naar de contente mens of gewoon naar het goede leven.

Van der Aalst: 'Eenderde van de Kempen bestaat uit natuur. Dat wordt in de rest van het land volgens mij nog wel eens onderschat.'

Natuur waardoorheen fietsroutes trekken met mysterieuze namen als Malpie en Halfmijl of onheilspellende als Grafheuvel en Boevenheuvel. Natuur - in deze maand - van lege bossen en nog volle weilanden, van stervende heideplanten en herfstige maïsvelden, parels die - als aan een rozenkrans - de Acht Zaligheden aaneen rijgen.

Wintelre, de noordelijkste, die op vrijdag en zaterdag danst in Het Centrum en in 1931 eigenhandig in veldovens de stenen bakte voor de huidige Willibrorduskerk.

Bladel, de twijfelachtige, die op en rond de Markt helemaal op de schop is gegaan en een standbeeld heeft opgericht voor Mie Moors, koopvrouw, 1872-1965, en haar kippen.

Hulsel, de stilste, die sluimert rond een kerkje van rode baksteen en de pastorie afschermt met een sloot en een hekwerk.

Reusel, de meest Belgische, die de 102 jaar oude kerk laat uitkijken op bar-disco De Palmboom en jeu de boules toestaat in het Deken Van der Weepark.

Netersel, de kleinste, die zand boven trottoir verkiest en nog met kinderkopjes is belegd.

Duizel, de goed geconserveerde, die de sloopkogel weghield van zijn brink en kan pronken met de Veste, ooit eigendom van de abdij van Postel.

Knegsel, de groenste, die zijn villa's in de bossen verstopt en een beeld bezit van Christus met drie vingers aan de rechterhand.

Steensel, de meest oostelijke, die door de Eindhovenseweg in tweeën is gesneden en een torenklok uit 1495 heeft, Lucia genaamd.

Eersel, de grootste, die in 712 begon als Ereslo en nu met recht de Parel van de Kempen heet.

Tezamen de Acht Zaligheden waarnaar zelfs een sigaar (uit Reusel) is genoemd. De zakken van De Contente Mens schijnen er vol mee te zitten.

Bron: H. Mandos en A.D. Kakebeeke: De acht zaligheden (Brabants Heem, 1971).

Streekmuseum De Acht Zaligheden, Kapelweg 2, Eersel, tel. 0497-51.56.49. Open ma-vrij 10-17 uur, zon 13-17 uur. November t/m maart op zondag gesloten.

Content Kempenland voor informatie, folders e.d. over verblijf in de Kempen, Waalreseweg 17, 5554 HA Valkenswaard, tel. 06-899.83.30.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden