'Ach, ze doen maar: ik ben mijn vader niet'

Hij is de zoon van. Altijd zal Femi Anikulapo Kuti (40) worden achtervolgd door zijn legendarische vader Fela, de Nigeriaanse saxofonist die met zijn afrobeat een brug sloeg tussen Westerse funk en traditionele Afrikaanse ritmes....

Net als zijn vader speelt Femi saxofoon en met zijn twaalfkoppige band vermengt ook hij Afrikaanse muziek met de vrijheid van jazz, energie van funk en emotie van soul.

Vijf jaar na de dood van Fela kruipt Femi steeds meer uit diens schaduw. De zalen waar hij optreedt zijn steevast uitverkocht. Over de hele wereld draaien dj's zijn platen. Maar toch, telkens weer die vergelijking met zijn vader. 'Ach, ze doen maar', is zijn laconieke reactie in een Brusselse kleedkamer tijdens zijn zoveelste Europese tour. 'Zolang de mensen maar niet vergeten dat ik iemand anders ben dan mijn vader.'

Door zijn afrobeat in een eigentijds jasje te gieten heeft Femi een nieuw, jong publiek aangeboord. Terwijl zijn vader zijn nummers gerust uitsmeerde over een hele lp-kant, duren de popliedjes op Femi's albums zelden langer dan vijf minuten.

Op zijn laatste plaat Fight to win (2001) werkt hij samen met Amerikaanse rappers als Common en Mos Def. 'Het klikte meteen. Niet alleen omdat ze ook zwart zijn en uit een omgeving vol armoede en onderdrukking komen, maar vooral omdat we alledrie zoeken naar nieuwe muzikale inspiratie.'

Femi experimenteert met gesamplede beats, vervormde stemmen of de gruizige orgeltjes van toetsenist Money Mark, bekend als de 'vierde' Beastie Boy. Van het album Shoki Shoki (1997) verscheen vorig jaar zelfs een versie met remixen door uiteenlopende dj's als het New Yokse house-duo Masters At Work of de hiphopcrew The Roots. 'Zo hoop ik nog meer mensen te interesseren voor afrobeat.' Al wil hij zich niet vastpinnen op deze electronische koers. 'Op mijn volgende album wil ik met een strijkorkest werken.'

Femi groeide op in Kalakuta Republic, een lap grond even buiten de hoofdstad Lagos waar Fela met zijn 28 vrouwen woonde. Als 16-jarige werd hij opgenomen in de band van zijn vader.

In 1986 kwam het tot een breuk tussen vader en zoon, waarna Femi zijn eigen band oprichtte, The Positive Force. 'Ik zag hoe mijn vader telkens weer in de problemen kwam door zijn manier van leven. Ook de band leed daaronder. Het werd tijd om op eigen benen te staan.' Door zijn voorliefde voor vrouwen en marihuana en zijn tirades tegen de regering belandde Fela meermaals in de gevangenis. Eén keer werd zelfs zijn huis in de brand gestoken en werden enkele van zijn vrouwen verkracht door militairen. In 1997 overleed hij aan aids.

Eén traditie van zijn vader houdt hij in leven. Elke zondag treedt Femi op in The Shrine, de voormalige club van zijn vader in Lagos. 'Eigenlijk is het The New Shrine, want de oude club is gesloopt door de eigenaar van de grond.' Als eerbetoon aan zijn vader werd The New Shrine drie keer zo groot.

Wat hij gemeen heeft met zijn vader is zijn strijdlust. Al verpakt Femi zijn kritiek op de Afrikaanse regeringsleiders in bedekte termen - met vingers wijzen of namen noemen, zoals zijn vader, doet hij niet. Het sexueel impliciete Beng Beng Beng is zijn enige liedje dat is verboden in Nigeria. 'Terwijl Amerikaanse hiphop, met teksten die nog veel verder gaan, niet worden verboden. De regering wilde gewoon even laten zien dat ze me in de gaten houden.'

Niettemin krijgen de Afrikaanse regeringen er flink van langs. In nummers als Traitors of Africa of Tension Grip Nigeria. Zij zijn immers verantwoordelijk voor het gebrekkige onderwijs en de falende gezondheidszorg, de armoede en politieke onderdrukking. 'Maar dé bron van alle kwaad is corruptie. Neem een man als Mugabe. Hij is aan de macht dankzij het volk. Maar nu is hij verpest door geld en hebzucht. De bevolking mag niets en krijgt niets, terwijl hij en zijn vrienden hun zakken vullen.' Al ontkomt ook het Westen niet aan de gesel van Femi. 'En dat allemaal omdat de Westerse landen onder het mom van democratie deze mensen in het zadel houden.'

Eén probleem krijgt zijn speciale aandacht: aids. In zijn thuisland Nigeria organiseert hij een aids-campagne. 'Dagelijks worden duizenden nieuwe mensen besmet en nóg wordt er geen voorlichting gegeven. De ene helft van de bevolking denkt dat je aids krijgt van seks met apen of homo's. De andere helft denkt dat aids uit het Westen komt, omdat ze in krant lezen over aids from Western countries, hulpacties van het westen.'

Muziek ziet hij als het wapen in de strijd tegen onrecht. 'Er is al veertig jaar geen fantsoenlijke stroomvoorziening in Nigeria. Mijn landgenoten bezwijken onder armoede en aids. Ze durven 's avonds niet eens de straat op. Dan kan ik toch geen muziek maken waar ze alleen maar vrolijk op kunnen dansen? Als iedereen naar me luistert, heb ik de plicht om iets te vertellen.'

En bij die 'plicht' hoort ook een 'voorbeeldig leven'. De mensen in Nigeria kijken tegen hem op. Dus leeft Femi al ruim tien jaar met dezelfde vrouw en drinkt hij niet. 'Als ik in Nigeria ben, rook ik geen marihuana', zegt hij, schuldbewust kijkend naar het witte stompje tussen zijn vingers. 'Maar in de hectiek van zo'n tour helpt het me ontspannen. Tenslotte ben ik ook maar een mens.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden