Academische dodo moet Nintendo helpen

De geesteswetenschappen laten kansen liggen in de steeds technologischer samenleving, aldus een advies aan het kabinet. Best, vinden de alfa's....

Ja, ja, de universiteiten weten het nu wel. Het afgelopen jaar is hun J veelvuldig verweten dat ze niet genoeg bijdragen aan de kenniseconomie. Leuke wetenschap, horen ze dan, maar wat kopen we ervoor? En dat ze die 'kennisparadox' moeten oplossen door meer samen te werken met het bedrijfsleven.

Het leek altijd vooral om bèta's te gaan, maar nu richten de pijlen zich op alfa-wetenschappers. In een brief aan onderwijsminister Van der Hoeven schreef de Adviesraad voor Wetenschaps-en Technologiebeleid (AWT) vorige week dat geesteswetenschappers 'kansen laten liggen', in het bijzonder als het gaat om digitalisering van de cultuur. Waar is het onderzoek naar sms-taal, welke verhaaldeskundige helpt bedrijven een goede computergame te ontwikkelen?

Een pittige brief. 'De alfawetenschappen moeten veranderen. Zij moeten meer interesse tonen in concrete, maatschappelijke vraagstukken en meer betrokken raken bij vragen van het bedrijfsleven en praktijkgerichte onderzoeksmethoden ontwikkelen.'

Niet alleen voor ICT-problemen overigens. Ook als het gaat om globalisering of de multiculturele samenleving heeft Nederland 'geëngageerde alfa's' hard nodig.

De AWT zet zich hiermee af tegen andere rapporten die de afgelopen acht jaar zijn verschenen, en die meestal pleitten voor bescherming van de klassieke alfa-wetenschappen.

'Ik kan me wel vinden in het advies', reageert filosoof prof. dr. Jos de Mul van de Erasmus Universiteit. De Mul, van het instituut Filosofie van ICT (FICT), bestudeert films als The Matrix vanuit een wijsgerige invalshoek. Ook buigt hij zich over begrippen als privacy en identiteit. 'Daar liggen allerlei wetenschappelijke vragen met praktische toepassingen.'

Zo blijken wetgever en ontwerpers van identiteitskaarten verschillende definities van het begrip 'privacy' te hanteren. Filosofen kunnen helderheid scheppen, zegt De Mul.

'We krijgen geld van de maatschappij, daar mogen we wel wat voor terug doen. Ik ben geen voorstander van wetenschap in een ivoren toren. Je moet niet alles voor jezelf houden, en alleen maar publiceren in geleerde tijdschriften.'

Ook prof. dr. Hans Bennis, directeur van het Meertens Instituut, dat veranderingen en variatie in de Nederlandse taal en cultuur bestudeert, vindt dat wetenschappers iets te verwijten valt. 'Onderzoekers doen vaak niet genoeg moeite om de maatschappelijke consequenties van hun werk voor het voetlicht te brengen.'

Neem de discussie over de multiculturele samenleving. Die is van een 'bedroevend laag' niveau, vindt Bennis. 'Dan schreeuwt de politiek moord en brand over mannen die hun bruid importeren, terwijl er een week later een proefschrift verschijnt dat dat probleem helemaal relativeert. Degene die dat proefschrift schrijft, moet daar mee naar buiten komen, op de opiniepagina van de krant bijvoorbeeld.'

Dat is moeilijk, erkent hij, want het publiek wil een helder verhaal. Dat is niet hetzelfde als een wetenschappelijk verhaal. 'We worden afgerekend op publicaties in ingewikkelde Engelse tijdschriften. Dan ga je niet zomaar op een zeepkist staan. Onderzoekers zijn daar bang voor.'

Terwijl er zulke mooie dingen te vertellen zijn. Het Meertens Instituut onderzoekt graancirkels, wenende madonna's, de straattaal in de Bijlmer, en, zoals de AWT wil, sms-taal. 'Op verjaardagsfeestjes ben ik de populairste jongen. Maar wetenschappers praten meestal in concepten, definities, en beginnen meteen met nuanceringen. Dat is hun karakter. Dat is een probleem, daar moeten we iets aan doen.'

Als ze niet veranderen, vindt Bennis, dan kunnen ze het de overheid ook niet kwalijk nemen dat die wil bezuinigen op wetenschap. 'We moeten een intellectuele voorhoede vormen, zoals in veel andere landen. Hier zijn we suckers.'

En er dienen zich genoeg moderne vraagstukken aan waar een intellectuele voorhoede antwoord op moet geven. Reclameboodschappen, computerspelletjes, internet en soaps. 'Vroeger werden kinderen opgevoed door gezin, school en kerk', zegt prof. dr. Wim Blockmans, bij de Academie van Wetenschappen (KNAW) verantwoordelijk voor de geesteswetenschappen. Nu worden ethiek, taal en omgangsvormen vooral bepaald door techniek en commercie. Daarom zijn dat zijn volgens Blockmans de verschijnselen die de alfa's nu moeten analyseren, met de deskundigheid die ze in huis hebben. 'Onze traditionele kennis is ook bruikbaar in de huidige wereld.'

Dat levert spanningen op binnen de traditionele studies, weet Blockmans, eerder dekaan van de letterenfaculteit in Leiden. Dat is een reservaat van 'orchideënstudies', zoals de kleine letteren, met zo weinig studenten dat docenten soms college geven op hun eigen kamer. 'Die onderzoekers kunnen wel honend doen over nieuwe studies zoals communicatiewetenschappen, maar ook zij moeten manieren zoeken om hun deskundigheid zinvol in te zetten. Ook als je de vierduizendste taal van de Kaukasus bestudeert.'

'Dit gezeur over maatschappelijk gedoe hoor ik de hele tijd', reageert dr. Uwe Bläsing, een Leidse onderzoeker Altaïsche talen, onder meer gesproken in de Kaukasus. Hij is een van de laatsten in Europa op zijn vakgebied. 'Ik voel me een dodo. Heel onaangenaam. Ineens zijn de geesteswetenschappen an sich niet meer relevant. Alles draait om geld. Maar ik verkoop nu eenmaal geen komkommers en tomaten.'

Maatschappelijke relevantie, daar kunnen de meeste alfa-wetenschappers zich nog wel in vinden. Maar de nadruk op economisch belang, ook in het AWT-advies, is tegen het zere been. 'Modieus gedoe', zegt Bennis van het Meertens Instituut. Hij doet bijvoorbeeld onderzoek naar rituelen en feesten in de multiculturele samenleving. 'Dat is toch geen reden om een winkel in feestartikelen te openen?'

De groep van filosoof De Mul haalt ongeveer een derde van zijn inkomsten van buiten, uit de tweede en derde geldstroom. Zo krijgen ze voor het onderzoek naar identiteit een half miljoen van Brussel, uit het potje van het zesde kaderprogramma. Maar ook De Mul vindt dat het huidige kabinet doorslaat. 'Alles wordt uitsluitend nog in economische termen beoordeeld. Dat is zo mogelijk nog kwalijker dan de ivoren toren.'

Zo werkt het nu eenmaal in het huidige klimaat, zegt prof. dr. Rein de Wilde, filosoof in Maastricht, die de term 'kenniscultus' heeft bedacht. 'Zonder economisch nut heeft iets geen waarde. Dat is wat de AWT hier zegt. Zo lees ik het.' De AWT ontkent. 'Het gaat ons om meer dan geld alleen.'

Ergerniswekkend, vindt De Wilde het stuk. De AWT baseert het op het rapport 'Geëngageerde geesteswetenschappen', dat vorig jaar is verschenen. Daarin wordt uitdrukkelijk gesteld dat zowel wetenschappers als bedrijfsleven meer moeite moeten doen om elkaar te begrijpen.

Maar in het nu gepresenteerde advies wordt de schuld alleen bij de wetenschap gelegd, constateert De Wilde. 'De centrale boodschap is dat de geesteswetenschappers te conservatief zijn, te arrogant. Er zit een subtekst in die brief die bijna imperialistisch is. Jullie moeten dit, jullie moeten dat. Irritant.'

Volgens AWT gaat het alleen om een eerste stap. Daarna is de buitenwacht aan zet.

De brief zelf is studiemateriaal, vindt De Wilde. Er wordt gerept over het 'vergroten van de alliantievaardigheid', en het 'ontwikkelen van een pr-strategie'. 'Laat die brief aan een willekeurige alfa lezen en hij vliegt in de gordijnen. Dat is de paradox: het gaat om cultuur, maar de AWT is zelf helemaal blind voor de alfa-cultuur.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden