ABP-varkentje is gewassen, en zal een staartje moeten krijgen

Gefeliciteerd lezers en lezeressen: u heeft het ABP en de vakbonden gedwongen tot openheid over het vroegpensioen. Het varkentje openheid is gewassen, al zullen kabinet en Kamer maatregelen moeten nemen om ook in de toekomst openbaarheid van pensioenanalyses af te dwingen....

De ABP-analyse stelt ons althans grofweg in staat na te gaan wie derekening betaalt van het vroegpensioenakkoord dat werkgevers en werknemersin juli overeenkwamen. We kunnen nu nagaan wat de zalvende woorden vanvakbondleiders als Xander den Uyl van Abva Kabo FNV ('evenwichtig','sociaal', 'solidair' en zo meer) in de praktijk betekenen. Als we datweten kunnen we de vraag beantwoorden: moet het varkentje een staartjekrijgen?

De kern van de zaak is dat ambtenaren die op 1 januari aanstaande 56jaar of ouder zijn de komende jaren, via het ABP, 11,4 miljard euro krijgenovergemaakt van ambtenaren die op 1 januari jonger zijn dan 56 jaar. Datis, omdat er grofweg tweehonderdduizend 56-plussers zijn, gemiddeld 56duizend euro per vroeggepensioneerde. De 56-minners krijgen hier niets voorterug.

Lees de bovenstaande alinea gerust nog een keer. Bij mij duurde het ookeven voor ik het echt geloofde.

De lasten van deze indrukwekkende inkomensoverdracht zijn binnen degroep 56-minners redelijk evenwichtig verdeeld. Elk tienjaarscohort draagttussen de 2,5 en 3,5 miljard euro bij aan de vroegpensionering van de56-plussers.

De inkomensoverdracht van jong aan oud is voor een deel onvermijdelijk,stelt het ABP terecht vast. Toen in 1980, omwille van bestrijding van dejeugdwerkeloosheid, de VUT werd ingevoerd - kort voor VervroegdeUit(T)reding - werd gekozen voor een systeem van omslagfinanciering. Deambtenaren die toen met de VUT gingen hadden nooit premie betaald, maarkregen wel een uitkering. De lasten hiervoor kwamen voor rekening van hetABP - dat wil zeggen: van de pensioenpotten van de werkenden engepensioneerden - zonder dat er overigens een aparte premie voor werdgeheven, althans de eerste vijftien jaar.

Zo'n omslagstelsel is slecht bestand tegen vergrijzing omdat er steedsmeer uitkeringsgerechtigden komen op een gelijkblijvend of dalend aantalwerkende contribuanten. Daarom is in 1997 besloten de omslagregeling invijfentwintig jaar om te bouwen tot een kapitaaldekkingsstelsel waariniedereen spaart voor zijn eigen uitkering. 'Zo'n ombouwoperatie gaatonvermijdelijk gepaard met een periode van dubbele lasten', stelt het ABPterecht. 'Enerzijds moeten de prepensioenuitkeringen van uittredendewerknemers, die zelf onvoldoende tijd hadden om te sparen voor hetprepensioen, betaald worden door de actieve werknemers, en anderzijdsmoeten de actieve werknemers sparen voor de eigen prepensioenuitkeringenin de toekomst.'

Anders bekeken: de 56-plussers die de komende tien jaar die 11,4miljard krijgen overgemaakt, hebben zelf sinds 1980 indirect of direct deVUT-uitkeringen betaald van hun oudere collega's.

Om dit inzichtelijk te krijgen heeft het ABP berekend hoeveel jaarverschillende leeftijdsgroepen VUT-premie afdragen. Wie op 1 januari 2006zestig jaar is, heeft al 25 jaar omslagpremie afgedragen, zal dat dekomende twee jaar blijven doen, en komt dus op 27 betaaljaren - en krijgteen VUT-uitkering. Wie echter op 1 januari 55 is, betaalt in totaal 32 jaarpremie. En krijgt nul euro VUT. Ambtenaren tussen de 45 en de 50 spannende kroon: zij hebben straks 37 jaar omslagpremie betaald, uitsluitend vooranderen. Vervolgens geldt, hoe jonger de ambtenaren, des te korter zebijdragen voor anderen, maar uitvoering van het huidige akkoord betekentdat een 25-jarige die volgend jaar een overheidsbetrekking aanvaard nogaltijd 17 jaar betaalt voor iets waar hij nooit van zal genieten.

Niet alleen de lasten, ook de lusten zijn allesbehalve evenredigverdeeld. Het ABP heeft op een rijtje gezet hoeveel maanden vroegpensioenmensen kunnen genieten. Dat is een optelsom van vijf verschillenderegelingen, van VUT en prepensioen tot levensloopregeling. Voor mensenonder de 55 gaat het daarbij in totaal om zo'n 32 maanden vrij, voorafgaandaan hun 65-ste verjaardag. Alleen de ouderen kunnen rekenen op 46 maandenvroegpensioen, dik een jaar langer.

De conclusie is daarom dat het vroegpensioenakkoord de lusten én delasten ongelijk verdeeld. Wie op 1 januari 56 jaar of ouder is, heeftsubstantieel minder lasten en substantieel meer lusten dan de 56-minners.Vooral 45 tot 55-jarigen betalen hiervoor een hoge prijs, concludeer iksamen met Elsevier, het weekblad dat meedeed in de strijd om openbaarheid.Vakbondsbestuurders die dit een evenwichtig, sociaal en solidair akkoorddurven noemen, gebruiken voor deze begrippen wel heel particulieredefinities.

Dus ja, dit varkentje krijgt normaal gesproken een staartje. Demakkelijkste variant: 56-plussers werken één jaar langer door.

Frank Kalshoven

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden