Interview

'Abdeslam is veranderd, zwijgen was niet het plan'

De Belgische strafpleiter Sven Mary spreekt over zijn beweegredenen om terreurverdachte Salah Abdeslam te verdedigen, én daarmee te stoppen.

Advocaat Sven Mary. Beeld An-Sofie Kesteleyn

8 september 2016

'Hij is anders. Salah is veranderd.' Advocaat Sven Mary zit samen met zijn Franse collega Frank Berton aan de lunch in Parijs. Voor hen op tafel ligt een wit vel papier. Daarop maken ze twee lijsten. Een overzicht van redenen om terrorist Salah Abdeslam wél te blijven verdedigen. En een opsomming van argumenten om te stoppen.

Ze hebben zojuist de verhoren bijgewoond van de Franse onderzoeksrechter. Samen met hun cliënt, de man die medeverantwoordelijk wordt gehouden voor 130 doden en 368 gewonden op 13 november 2015 in Parijs.

39 vragen heeft de rechter gesteld, en 39 keer heeft Abdeslam geantwoord: 'Ik behoud het stilzwijgen.' De rechter heeft de advocaten zelfs de gelegenheid gegeven om te overleggen met hun cliënt, in de hoop hem op andere gedachten te brengen. Want, vinden zijn advocaten, Abdeslam heeft wel degelijk een verhaal waarmee hij zich kan verdedigen. Hij besloot immers géén aanslag te plegen en zijn bomgordel in een prullenbak te werpen.

Maar Abdeslam wil niet meer praten. Mary pakt zijn aantekeningen erbij. Na elk gesprek dat hij met zijn cliënt had, maakte hij op zijn iPad een samenvatting. De verslagen laten 'een evolutie' zien. 'Zwijgen was niet het plan. Dit was niet de verdediging die wij voor ogen hadden.'

De lijst van Berton en Mary om te stoppen, wordt steeds langer. Na de lunch keren ze terug naar Abdeslam.

'Meneer, wat kunnen wij nog voor u doen?'

Bijna een half jaar stond de Belgische strafpleiter Sven Mary de meest gehate man van Europa bij: Salah Abdeslam. Vorige maand legde hij, samen met de Franse advocaat Berton, de verdediging neer van de enige nog levende verdachte van het bloedbad in Parijs, dit weekend een jaar geleden.

De afgelopen maanden sprak de Volkskrant twee middagen met Mary. Eenmaal voordat hij stopte met 'de zaak van mijn leven'. En één keer nadat hij de verdediging staakte 'in het proces waarin ik de show had kunnen stelen. In de schijnwerpers had kunnen staan. Wereldberoemd had kunnen worden. David tegen Goliath.'

Tijdens de gesprekken in zijn negentiende-eeuwse werkkamer in Brussel weegt hij zijn woorden, bijt hij soms op zijn tong of begint hij te fluisteren. In december moet hij voor de tuchtrechter verschijnen, omdat hij zijn beroepsgeheim zou hebben geschonden, de 'waardigheid van het vak' zou hebben aangetast. Hij moet nog toestemming vragen aan de Orde van Advocaten voor dit interview, maar de uitkomst daarvan doet er voor hem niet toe. 'Niemand kan mij muilkorven.'

Toch zit de tuchtzaak de 44-jarige advocaat dwars. 'Waarom schieten ze met scherp op advocaten?' Zijn leven veranderde drastisch nadat hij de terrorist als cliënt aannam. Zijn mailbox stroomde vol. Het aantal beledigingen en bedreigingen kan hij niet meer tellen.

'Ik werd uitgescholden, ben zelfs aangevallen. Mensen wensten me kanker toe, vonden dat de terroristen mijn dochtertjes van 6 en 7 hadden moeten opblazen.' Hij antwoordde iedereen, legde uit waarom iedere verdachte recht heeft op een advocaat. Dat dit een van de pilaren is onder de rechtsstaat. Want 'ben je daar in tijden van angst en verwarring niet alert op, dan glippen je rechten door de mazen van het net. Plots ben je ze kwijt.'

Sommige mailers begrepen zijn antwoord, bedankten zelfs. Anderen bleven schelden.

Mary vraagt of hij binnen mag roken. Dan zegt hij op zachte toon: 'Ik denk niet dat het het waard was.' Hij staart voor zich uit. 'Maar of ik de zaak weer zou hebben aangenomen? Ontegenzeggelijk ja.'

18 maart 2016

'Kunt u mij dringend bellen?' De oude Nokia van Mary licht op. Het is 16.43 uur. Een tijdstip dat hij zich maanden later nog precies zal herinneren. Mary belt meteen. 'Hallo', zegt Mohamed Abdeslam. 'Heeft u gehoord dat mijn broer vanmiddag is aangehouden?' Nog geen uur eerder is Salah Abdeslam na vier maanden op de vlucht te zijn geweest, opgepakt in Molenbeek, waar hij opgroeide. Terwijl een arrestatieteam hem onder schot hield, ondernam de terrorist nog één poging weg te rennen. Met een kogel in zijn knie tot gevolg.

'Wilt u hem bezoeken?', vraagt Mohamed. 'Oké.'

Het is de tweede keer dat familieleden - of mensen die zich daarvoor uitgeven - contact zoeken met Mary. Daags na de aanslagen in Parijs was hij al benaderd door twee mannen van Noord-Afrikaanse komaf die claimden de neven te zijn van Salah Abdeslam. 'Ze hadden een afspraak gemaakt met de secretaresse en wilden van tevoren niet zeggen waarover het zou gaan. Het waren gewone jongens, geen baarden.'

De jongens vertelden dat Abdeslam zich wilde overgeven. 'Ik twijfelde, dacht dat Abdeslam allang was gevlucht. Ver weg, richting IS-gebied.' Toch zet hij het gesprek voort. 'Ik kende de intenties van Abdeslam niet. Je wilt niet met iemand het politiebureau inlopen die een bomgordel om heeft. En ik zag het ook niet zitten om met de most wanted man van Europa door de stad te rijden.'

Hoewel Mary vraagtekens zette bij hun verhaal, werd hij nieuwsgierig. En werkte hij de scenario's uit voor een overgave. Maar tot een derde afspraak kwam het niet. Op 21 november en de dagen erna nam het leger bezit van de Brusselse straten. Winkels werden gesloten, burgers werd geadviseerd binnen te blijven. Een terroristische aanslag was nabij, waarschuwde de premier. 'Ik heb daarna nooit meer iets van ze gehoord.'

Toch houdt Mary er rekening mee dat Abdeslam ooit bij hem terechtkomt. De vijver met gespecialiseerde advocaten in Brussel is klein. Toen zijn vriendin hem kort na de Parijse aanslagen vroeg of hij de zaak op zich zou nemen als hij werd gevraagd, had hij geantwoord: 'Nee, alstublieft niet.' Nu doet-ie het toch. 'Het is een intellectuele uitdaging, een professionele kers op de taart.'

Na een zoektocht van vier maanden wordt in maart 2016 Salah Abdeslam opgepakt in de Brusselse wijk Molenbeek. Beeld ap

19 maart 2016

Mary daalt de trappen af van het massieve gebouw van de federale politie, hij is op weg naar de kelders. Elke stap die hij in de betonnen keldergang zet, wordt gevolgd door camera's. 'Overal waar ik keek, stonden beesten van bewakers. Tientallen. Ze droegen kogelvrije vesten en bivakmutsen. Van sommigen herkende ik de ogen.'

Normaliter heeft de advocaat weinig moeite de robot in hem aan te zetten. Hij is het type strafpleiter dat rustig autopsiefoto's kan bekijken terwijl hij een maaltijd nuttigt. Maar vandaag is het anders. 'Als je daar binnenstapt, zoeven de beelden van Bataclan door je hoofd.'

Even verderop staat een celdeur open, omringd door gewapende mannen. De deur kan niet dicht. Er steekt een brancard uit, met daarop een bleke jongeman met zwart verwilderd haar. Om zijn been zit een verband. Over zijn ogen een geblindeerde skibril.

Advocaat Sven Mary praat in april 2016 voor het gerechtsgebouw in Brussel met verslaggevers. Beeld reuters

Eerder die ochtend is Abdeslam al verhoord. Hij heeft bekend, foto's bekeken van medeverdachten en verteld waar hij was, wat hij heeft gedaan en met wie. Als een bewaker de bril van zijn gezicht haalt, knippert de man met zijn ogen. Hij moet wennen aan het felle tl-licht en is nog suf van de narcose. Die kreeg hij een aantal uur geleden toegediend toen de politiekogel uit zijn been werd gehaald. Vier dagen heeft hij niet geslapen.

De advocaat steekt zijn hand uit. 'Ik ben Sven Mary, je broer Mohamed heeft me gestuurd.'

Als Mary enkele uren later het pand verlaat, schrikt hij. 'Klik, klik, klik.' Voor hem ziet hij chaos, overal journalisten, fotografen en camera's. 'Ik kreeg het benauwd. Ik werd in een hoek geduwd.' Hij wil weg. Weg. Naar zijn auto. Maar het lukt niet. 'Mensen vielen. Er kwam een tram aan, een cameraman viel op de rails.' In het Frans, Nederlands, Engels en Duits vuren journalisten vragen op hem af. Hij wil ze niet beantwoorden. Maar doet het toch. 'Abdeslam verleent zijn medewerking en wenst in België te blijven. Hij heeft verklaringen afgelegd, hij wil praten', reageert Mary op het spervuur aan vragen.

Het is zijn eerste fout. 'Ik haat fouten maken, ik heb een hekel aan fouten maken.'

22 maart 2016

Pets. Opeens voelt Mary een hand die uithaalt naar zijn wang. Het is een harde klap. Zijn wang gloeit ervan, zijn oog begint te tranen. 'Je bent de hoer van de makak', schreeuwt zijn belager. De hoer van de moslims.

Enkele uren daarvoor is gebeurd waar het land al maanden voor vreest. Een aanslag. Op vliegveld Zaventem en in de metro vallen 35 doden en 340 gewonden. Al snel gaat het rond dat de terroristen in Brussel eerder toesloegen dan gepland, omdat Mary drie dagen ervoor, na zijn eerste bezoek aan Abdeslam, tegen de media heeft gezegd dat zijn cliënt meewerkt met justitie. Een voormalig directeur van de Belgische veiligheidsdiensten stelt dat de uitspraken van Mary een trigger geweest kunnen zijn. Een advocaat die in de getroffen metro zat, dient een klacht tegen Mary in bij de Orde van Advocaten. 'Dat ik ervan zou hebben geweten, behoort tot de fantasie van mensen. Maar ik word ermee geïdentificeerd, tot schietschijf gemaakt. En je hoeft maar één gek te hebben.'

Zijn belager haalt nog een keer uit, vlak voor het advocatenkantoor aan de Brusselse Afrikastraat. De strafpleiter, die aan vechtsport doet, werkt hem naar de grond. En stapt snel naar binnen.

27 april 2016

Mary staart naar een interview in de Franse krant Libération. 'Abdeslam denkt dat hij leeft in een videogame en staat eerder apathisch tegenover religie. Toen ik hem vroeg of hij de Koran had gelezen, antwoordde hij dat hij een samenvatting op internet had gevonden.' Het zijn z'n eigen woorden, over zijn eigen cliënt. Uitgesproken tijdens een - wat hij dacht - vertrouwelijk gesprek. 'Een klein boefje uit Molenbeek, meer een volger dan een leider. Hij heeft de intelligentie van een lege asbak', had hij de journalist toevertrouwd terwijl hij naar de lege asbak voor hem op tafel had gekeken.

Mary had de behoefte gevoeld 'vrijuit met iemand van gedachten te wisselen'. Een foute inschatting. Hij heeft het gevoel dat hij weinigen meer kan vertrouwen. Hij merkt het op straat, en in de supermarkt. 'Je voelt de hele dag de agressieve blikken van burgers. Je ziet bijna schuim komen op hun monden, de haat in hun ogen. Ze zouden je verrot willen slaan.'

Zijn huis wordt bewaakt door de politie. Net als de school van zijn dochters. Uit voorzorg haalt hij zijn kinderen eerder op. Zodat hij, als potentieel target, geen andere kinderen in gevaar brengt.

Zijn behoeften als mens botsen steeds sterker met zijn rol als advocaat. Zo gaf hij in een interview toe dat hij 'Abdeslam alleen maar kan verdedigen omdat hij meewerkt met justitie'. Dom, noemt hij dat achteraf. 'Ik mag alleen spreken als advocaat, niet als mens.' Het kwam voort uit een drang, diep van binnen, om de boze buitenwacht die geen begrip heeft voor zijn besluit 'staatsvijand nummer één' bij te staan, toch ook 'een beetje te paaien'. 'Iets in jou stuurt je. Je wilt toch sympathiek gevonden worden. Maar ik ben de duivel.'

Zijn uitlatingen resulteren in een waarschuwing van de Brusselse toezichthouder van advocaten. 'Ik heb toen elke journalist het 06-nummer van de toezichthouder gegeven, en gezegd dat ze daar maar toestemming moesten vragen als ze mij wilden spreken. Er belden vervolgens tientallen mensen per dag. Na een tijdje kreeg ik een briefje of ik wilde stoppen met het doorgeven van het gsm-nummer. Persoonlijk vond ik dat wel een lekkere.'

10 oktober 2016

'Je masturbeert terwijl er acht mensen naar je kijken. Ik zeg niet dat Abdeslam het elke dag doet, het überhaupt doet. Maar ik kan me inbeelden dat elke jongeman - moslim, katholiek, atheïst - die behoefte heeft. U moet zich voorstellen dat u geïsoleerd bent, dat u gefilmd wordt, 24 uur per dag. Big brother in een cel van 12 vierkante meter. Zelfs als hij naar de wc gaat, wordt hij gefilmd tot zijn heupen.'

Sinds Abdeslam in april is uitgeleverd aan Frankrijk, zijn de omstandigheden volgens Mary verslechterd. Abdeslam leeft alleen, geïsoleerd van andere gevangenen. Het is ook voor z'n eigen veiligheid, zeggen de Fransen tegen Mary. 'Abdeslam moet op de Place de la Concorde op het hoogste schavot worden gezet. Hij moet worden gestenigd door elke passant. Zo kijken mensen in Frankrijk naar hem.'

Hij begrijpt de houding, al zal hij het zelf nooit zo voelen. 'Ik vind het verschrikkelijk wat er is gebeurd. Maar empathie? Dat heb ik niet voor de daders en ook niet voor de slachtoffers. Wat Abdeslam ook heeft gedaan: in een rechtsstaat moet eenieder een menselijke behandeling krijgen. Maar hij is dé trofee, de enige levende man die kan boeten voor het bloedbad van 13 november. Het ergste dat er kan gebeuren is dat hij het strafproces niet haalt, zelfmoord pleegt.'

Beeld An-Sofie Kesteleyn

Zelfs de gesprekken die de terrorist met zijn advocaten voert, worden gadegeslagen. De verhoorkamer is in dezelfde gang als zijn cel. 'Als ik met hem praat, plakken bewakers wit papier over het raam. Daar maken ze gaten in zodat ze wel kunnen kijken, maar niet kunnen liplezen.' De gesprekken zijn anders dan in het begin. In de gevangenis in Brugge, waar Abdeslam vlak na zijn arrestatie werd vastgezet, zag Mary 'een hulpbehoevende man'. 'Een kleine jongen die plots in de grote mensenwereld terechtkomt en die niet weet wat, wie, hoe. Wie kan ik vertrouwen en wie niet? Wie ben jij, Mary? Ik moest een vertrouwensband met hem opbouwen.'

Vlak na zijn arrestatie hadden ze scenario's besproken: welke verdedigingsstrategie kiezen ze? 'Mijn doel was altijd hem te laten praten, dat was ook de conditie voor Berton om mee te doen. Dat is het contract dat we met z'n drieën zijn aangegaan.' Het is voor hem 'als advocaat en mens de perfecte combinatie'. 'Mijn cliënt verdedigen en de nabestaanden aan antwoorden helpen.'

De hulpeloze jongen die Mary in Brugge ontmoette, is in Parijs verdwenen. Het lijkt erop alsof Abdeslam zich afsluit, in zichzelf is gekeerd. Zijn vader, moeder en broer uit Brussel, die geregeld op bezoek komen, zien het ook als ze achter het dikke glas met hem spreken. Ze maken zich zorgen.

Dat geldt eveneens voor Mary. 'Men foltert hem niet fysiek. Het is geen Guantánomo Bay. Maar men beantwoordt horror wel met mentale foltering. Hij is in dermate condities geplaatst dat hij niet meer wenst te spreken.' Mary en Berton hebben de slechte omstandigheden aangevochten. En ze hebben geprobeerd hun cliënt te overtuigen ondanks alles toch te praten. Beide zijn mislukt. 'Alle vormen van menselijkheid en waardigheid zijn Abdeslam afgenomen. Het enige wat men hem niet kan afnemen, is het beschikkingsrecht over zijn woord. Waarom zou hij nog iets willen geven aan degene die hem dit aandoet?'

Op maandag 10 oktober nemen ze de beslissing: ze stoppen. Ze schuiven 'de ultieme uitdaging' terzijde.

Abdeslam legt zijn lot in de handen van Allah. Hij weigert andere advocaten. 'Hij is een stijfkop, echt een stijfkop.'

13 oktober 2016

Sven Mary valt even stil en steekt zijn zoveelste sigaret op. Boven de schouw in zijn kantoor hangt een foto van zijn eerste grote interview, zo'n tien jaar geleden. In die tijd had hij een zaak als deze never nooit laten vallen, had het sterrendom hem te aanlokkelijk geleken. Hij is moe. 'Zo moe ben ik nog nooit geweest.'

Nu hun cliënt weigert te praten, is de juridische uitdaging weg. 'De bomgordel die hij vrijwillig afdeed. De beschuldiging dat hij de organisator was van de aanslagen. Dat zijn zaken waartegen hij zich kan én moet verdedigen.'

En dan is er nog die andere reden waarom ze gestopt zijn. Eentje die zich vanwege het beroepsgeheim moeilijk laat vertellen. Misschien begon het in Brugge, denkt Mary. Abdeslams cel op de afdeling Hoge Veiligheid zat vlak bij die van Mehdi Nemmouche, de man die in 2014 uit naam van IS vier mensen doodschoot bij het Joods museum in Brussel. Door de muren heen schreeuwde Nemmouche naar Abdeslam dat hij niet meer met de politie mocht praten. Ongelooflijk amateuristisch, vindt Mary, dat de ene terrorist de ander kon beïnvloeden.

In de daaropvolgende maanden zag Mary Abdeslam veranderen. Hij fluistert. 'Ik wil er eigenlijk niet over praten, maar deze verandering gaat gepaard met zijn beslissing om niet verdedigd te willen worden. Hij eh... hij heeft een baard nu. Hij is een echte fundamentalistische moslim geworden. Hij was een jongen van de straat met Nikes.'

Mary heeft 'een aantal zaken kunnen afleiden' uit gesprekken met Abdeslam. Hij tikt zachtjes met zijn vingers op tafel. 'Men heeft hem het statuut van het heldendom gegeven door hem neer te zetten als hét brein. Het is gecreëerd. En hij is het gaan geloven. Hij is in de positie geplaatst waarin hij zich alleen maar kan laten gelden als martelaar. Hij is het stereotype terrorist geworden.'

De advocaat zegt opgelucht te zijn dat het voorbij is. De politiebewaking is opgeheven, de stroom bedreigingen is afgenomen. Maar wat zal hij doen als Abdeslam toch spijt krijgt en alsnog hulp vraagt? 'Dan', zegt Mary, 'dan zullen we spreken.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden