ABC van Q, X & M

William Boyd herlas ter voorbereiding op het schrijven van zijn 007-roman Solo, die vandaag verschijnt, het gehele oeuvre van Ian Fleming. De eigenaardigheden die hij daarbij opstak noteerde hij, van Aanslag tot Zographos.

Voordat ik begon met het schrijven van mijn nieuwe James Bondroman Solo had ik mezelf voorgenomen alle Bondromans en korte verhalen van Ian Fleming in chronologische volgorde te lezen - met de pen in de hand om aantekeningen te maken. Als tiener had ik de boeken met rode oortjes gelezen, maar nu ik er tientallen jaren later zelf een ging schrijven, wilde ik ze herlezen, maar nu op een bijna schoolmeesterachtige, analytische manier, zoals waarschijnlijk geen enkele echte lezer het doet.


De resultaten waren fascinerend en de pagina's van mijn veertien boeken van Fleming zijn nu grijs van mijn vele kanttekeningen. Ik werd geconfronteerd met aspecten van James Bond die ik me soms niet herinnerde of had genegeerd of die me opnieuw troffen en die ik, als ze me relevant, nuttig of karakteristiek leken, in Solo heb verwerkt.


Natuurlijk is niet alles erin gekomen. Zo kwam ik op het idee dit persoonlijke Bond-ABC op te stellen, als bijproduct van wekenlang lezen, analyseren en vergelijken. De Bondromans zijn vaak deskundig becommentarieerd door auteurs met een grote kennis van zaken, die ikzelf bepaald niet bezit. De lijst hieronder is niet meer dan een neerslag van wat bij het lezen bij mij opkwam - vandaar het adjectief 'persoonlijk'. Ik heb, in de vorm van een ABC, bij elkaar gezet wat ik interessant vind aan de beroemdste geheim agent in de literatuurgeschiedenis.


Aanslagen

Bond doodt nogal wat mensen en toont hier weinig berouw over. In Diamonds are Forever schiet hij een helikopter met zes inzittenden uit de lucht met de uitspraak 'Zes-nul. Game, set en match'. Volgens de overlevering in de inlichtingenwereld zou de Britse geheime dienst geen aanslagen plegen. Maar Bonds licence to kill, zijn 007-nummer, is ook een vrijbrief tot het plegen van aanslagen.


Braken

Tegelijk met de ontdekking dat hij gemakkelijk in huilen uitbarst (zie onder 'Tranen'), kwam ik te weten dat Bond braakneigingen kreeg als hij iets weerzinwekkends zag of van iets walgde.


Chelsea

James Bond woonde in Chelsea. Uit alle bronnen blijkt zonneklaar dat zijn appartement aan Wellington Square lag, al valt de naam van het plein eigenlijk nooit. Ik woon zelf ook in Chelsea, zo'n 200 meter van Wellington Square. Chelsea is als woonbuurt voor Bond geen voor de hand liggende keus, want in de jaren vijftig was het een nogal armoedig, bohemienachtig stadsdeel, al waren er ook enkele welvarende stukjes. Fleming kende Chelsea (zijn moeder woonde er) en daarom heeft hij deze locatie waarschijnlijk gekozen. Het is wel intrigerend dat Bond in Chelsea zou hebben gewoond, vooral als je bedenkt dat de wijk in het midden van de jaren zestig cool en trendy werd.


Drank

Bond lust wel een glaasje. De details en gevarieerdheid van zijn ontwikkelde smaak wat alcohol betreft zijn goed gedocumenteerd. Bij het lezen van de romans heb ik me erover verbaasd wat Bond allemaal kon verstouwen en ben ik - als de bezorgde echtgenote van een alcoholist - de glazen gaan tellen die hij dronk. Eén slemppartij, tijdens een vliegreis van Londen naar Istanbul in From Russia With Love, is me vooral bijgebleven. Bij de tussenlanding in Rome drinkt hij twee Americano's, om even later, terwijl het vliegtuig in Athene tankt, twee bekerglazen ouzo achterover te slaan, waarna hij tijdens de laatste etappe van de reis twee droge martini's en een halve fles rode wijn soldaat maakt. Hij heeft maar zelden last van een kater.


Ergernis

Fleming en de mensen in zijn entourage vloekten als bootwerkers; wat dat betreft is er sindsdien niet veel veranderd. Uiteraard kon je je in de jaren vijftig die vrijheid in een roman niet veroorloven. Ik vermoed dat Fleming zich ergerde aan deze censuur; af en toe zie je dat hij tevergeefs probeert zich van zijn boeien te bevrijden. Zo staat in Diamonds are Forever de volgende regel: ''...,' zei Bond, één keer.'


Fettes College

We kunnen de gedachte dat Bond een oud-leerling van Eton zou zijn zonder meer afdoen als een misvatting. Hij werd daar al na twee semesters ('halfs') af geschopt en vervolgens naar een kostschool in Schotland gestuurd: Fettes College in Edinburgh, waar hij de resterende jaren van zijn middelbareschooltijd doorbracht, tot hij op zijn 17de de school verliet. Fettes College bestaat echt (Tony Blair is een oud-leerling), en het lijkt mij dat we voor eens en altijd kunnen vaststellen dat Bond zijn middelbareschooltijd bijna helemaal heeft doorgebracht als kostschooljongen in Schotland.


Gourmet

Bond geniet van wat hij eet, net als Fleming, en ik denk dat zijn culinaire voorkeuren in de romans samenvallen met die van Fleming - zoals ook zijn rookgewoonten en keuze voor een bepaald sigarettenmerk die van Fleming zijn. Ze zijn kenmerkend voor Flemings sociale klasse en opvoeding. Bond houdt van een uitgebreid ontbijt - roereieren met bacon - en is kieskeurig wat betreft de koffie die hij drinkt. In grote trekken kun je zeggen dat Bond graag de gerechten eet die worden geserveerd in het soort dure Londense restaurants dat Fleming frequenteerde.


Hoge literatuur

In de Bondromans constateren we af en toe een opvallende verandering van toon; de inkt in Flemings pen lijkt ineens deftig paars van kleur. Ik denk dat je gerust kunt zeggen dat Fleming geen geboren schrijver was, in tegenstelling tot zijn tijdgenoten Graham Greene en Evelyn Waugh. Ik vraag me af of Fleming zich hiervan niet bewust was en misschien wilde laten zien dat hij net zo goed kon schrijven als zijn collega's. Een voorbeeld: 'Voor zich uit zag hij de regen neerplenzen in snelle, schuine strepen, als cursiefschrift langs het geopende zwarte dek waarachter de in het verschiet liggende, verstolen uurtjes schuilgingen.' (Live and Let Die). Op dit soort passages stuit je van tijd tot tijd in Flemings romans; ze springen bijna van schrik van het papier.


Ian Fleming

Fleming was een uiterst complexe, onrustige man. Hij overleed in 1964 op 56-jarige leeftijd, volgens zijn vrouw Ann in een toestand van 'diepe depressie'. Wie kan zeggen waarom iemand depressief wordt of lijdt aan een slopend gevoel van zinloosheid? Fleming beschouwde zichzelf als iemand 'wiens ene been de wieg niet wilde verlaten, terwijl het andere zich graag naar het graf zou spoeden'. Waarom zou Fleming zich naar de dood hebben willen haasten, met alle emolumenten en wereldwijde bekendheid die hij dankzij Bond genoot?


Japan

is misschien wel de meest exotische locatie die in de Bondromans te vinden is. Hier overlijdt Bond zogenaamd en valt hij uit zijn rol, om het leven te gaan leiden van een eenvoudige visser (een episode die in de jongste Bondfilm Skyfall aan bod komt).


Koosnamen

Bond strooit lustig met koosnamen die ons wat vreemd in de oren klinken, maar die passen bij Flemings habitus en sociale klasse. Zo heeft Bond er geen moeite mee om ook mannen aan te spreken als 'darling', wat je niet zou verwachten van iemand met een licence to kill. In Dr. No lezen we: 'Welterusten, darling Honey', en in The Spy Who Loved Me: 'Nee darling, ze hebben ons bijna vermoord.' De vreemdste koosnaam waarmee Bond zijn minnaressen aanspreekt is 'gans'. Zoals in: 'Wees geen gans'. Om uiting te geven aan zijn genegenheid gebruikt hij in de romans volgens mijn telling zeven keer deze koosnaam. Ik vind het nog steeds een vreemd woord uit de mond van James Bond, en misschien voor hem wel het meest atypische.


Lezen

In Moonraker wordt terloops een opmerking gemaakt over een kamer met boekenkasten langs alle muren in Bonds appartement. Bond, die nooit aan een universiteit heeft gestudeerd, is blijkbaar wel een lezer en een liefhebber van boeken. Er wordt in de romans vaak verwezen naar andere boeken en schrijvers. In mijn boek laat ik Bond The Heart of the Matter van Graham Greene lezen.


M

De band tussen M en Bond is intrigerend: soms lijkt het een grimmige vader-zoonrelatie, op andere momenten verhouden ze zich tot elkaar als profeet tegenover aanbidder of als veeleisende chef tegenover geïrriteerde werknemer. Bond kent M goed genoeg om hem in zijn vrijgezellenhuis op het platteland te kunnen bezoeken (in On Her Majesty's Secret Service), maar de liefde komt van één kant: de getoonde gevoelens zijn die van Bond, niet van M.


N (1953)

Het is zestig jaar geleden dat de eerste Bondroman, Casino Royale, verscheen, maar de naam en het 'merk' Bond zijn - doordat de films altijd in het heden spelen - nog steeds nadrukkelijk eigentijds, zodat weleens vergeten wordt dat Bond een 'historische' figuur is, die thuishoort in de Britse geschiedenis van na de oorlog. Een Bondroman vergt dan ook van de huidige lezer dat hij een gedachte-experiment onderneemt en zich afvraagt hoe het geweest moet zijn om het boek te lezen in de tijd dat het verscheen.


Simpel gezegd geeft Fleming ons een inkijkje in een wereld die hij goed kende, een wereld waarin mensen konden vragen om een minikarafje wodka uit de ijskast voor bij de kaviaar, waarin de tabak in hun sigaretten naar hun persoonlijke smaak was samengesteld en waarin ze konden besluiten om te overwinteren in de Cariben - al was het slechts een kleine elite die zo'n bevoorrecht bestaan kon leiden.


De functie van de Bondromans was dat ze een manier van leven toonden die in de grimmige, grauwe jaren vijftig een welhaast onmogelijke fantasie moet hebben geleken. Toch was er een klein aantal rijkaards dat het geluk had zo te kunnen leven. De Bondromans gaven de lezers de kans plaatsvervangend deel te hebben aan die wereld en deze charme hebben ze nu nog.


Op orde

Flemings twaalf Bondromans zijn te dateren tussen 1953 en 1964, het jaar waarin The Man with the Golden Gun postuum werd gepubliceerd. Fleming heeft wellicht nooit gedacht zoveel Bondromans te zullen schrijven - wat een verklaring zou kunnen zijn voor de ongerijmdheden en inconsistenties wat betreft de belangrijke data in Bonds leven. In de vroege romans wordt Bond tot een quasitijdgenoot gemaakt, die net als hijzelf vóór de Eerste Wereldoorlog was geboren. Toen er meer romans volgden, heeft hij de tijdbalk moeten aanpassen - Bond moest jonger worden. Uiteindelijk, in You Only Live Twice, zet Fleming de feiten voor ons op een rijtje in een 'in memoriam' dat M voor The Times schreef. Volgens deze ultieme bron is Bond geboren in 1924.


Het lijkt me belangrijk voortaan aan dit jaar vast te houden en niet te letten op de tegenstrijdigheden in de eerdere romans (Bond zou dan bijvoorbeeld in 1933 - zoals vermeld in Casino Royale - zijn geliefde Bentley hebben gekocht op de leeftijd van 9 jaar). Fleming wilde orde op zaken stellen en aangezien You Only Live Twice de laatste roman was die bij zijn leven is gepubliceerd, lijkt het dat dit de feiten zijn zoals hij ze geboekstaafd wilde zien. Dit betekent onder meer dat Bond de leeftijd had om in de Tweede Wereldoorlog in dienst te zijn geweest. En dat hij in 1969 45 jaar was.


Plomer

William Plomer was gedurende lange tijd Flemings redacteur bij zijn uitgever Jonathan Cape. Plomer (1903-1973) was dichter, Zuid-Afrikaan, homo en een uitgesproken intellectueel. Juist niet iemand tot wie Fleming zich aangetrokken zou hebben gevoeld, zou je denken, maar hij was voor Fleming een belangrijk man en ze hadden een uitstekende werkrelatie. In zijn testament liet Fleming 500 pond na aan Plomer met het advies het geld maar 'goed over de balk te smijten'.


Q

Het personage Q komt niet voor in de Bondromans. Wel bestaat er een Sectie Q, een afdeling van de geheime dienst die dezelfde functie heeft als een kwartiermeester voor een legerbataljon: hulpmiddelen verstrekken en assisteren bij administratieve zaken, vliegtickets, verzekeringen, inentingen, enz. Dat Q evenzeer als M als een personage wordt gezien, toont aan hoe overheersend de celluloid-Bond is in de beeldvorming. De literaire Bond wordt volledig overschaduwd door de filmische Bond, maar het lijdt geen twijfel dat de Bond van de romans veel boeiender, complexer en genuanceerder is dan alle Bonds die op het witte doek zijn uitgebeeld.


Racisme

Bond is geen racist, maar de romans zijn in allerlei opzichten, zoals dat heet, 'politiek incorrect' en houden geen rekening met onze hedendaagse gevoeligheden. Afro-Amerikanen en Jamaicanen worden aangeduid als negers en negerinnen, op een vrouw achter het stuur wordt neergekeken, buitenlanders worden bespot en lesbiennes kunnen rekenen op medelijden. Wat op deze manier wel wordt bereikt, is dat je een soort instanttijdreis maakt - bij het lezen van een passage als 'Bond schrok ervan dat achter het stuur een negerin zat, een mooie negerin in een zwart chauffeursuniform' word je in de tijd teruggevoerd naar de periode waarin het boek geschreven en uitgegeven werd. Je beseft eens te meer dat het verhaal in zijn eigen tijd moet worden gezien.


Schotland

De vader van James heette Andrew Bond en was een Schotse ingenieur. Zijn vrouw Monique was een Zwitserse. Beiden zijn in 1935, toen Bond 11 was, om het leven gekomen bij een bergbeklimming in de Zwitserse Alpen. Bond had dus geen druppel Engels bloed. Bonds middelbareschooltijd speelde zich af in Schotland en hij beschouwde zichzelf vast en zeker als een Schot. Ik betwijfel echter of Bond een Schotse tongval had.


Tranen

Een van de openbaringen bij herlezing van de romans was de ontdekking dat Bond regelmatig en gemakkelijk huilt. Hij schaamt zich daar niet voor. In Goldfinger lezen we: 'Een golf van verdriet welde in hem op. De tranen sprongen in zijn ogen en biggelden over zijn wangen.' Bond is een man van felle emoties en zeker ook van tedere gevoelens.


Upper-class

taalgebruik Nancy Mitford bedacht ooit de termen 'U' en 'non-U' om aan te duiden wat correct en incorrect taalgebruik was - en om zo vast te stellen tot welke sociale klasse een spreker behoort. Zo zou het correcter zijn om te spreken van 'taartje' (U) dan van 'gebakje' (non-U) en heeft 'ijskast' (U) de voorkeur boven 'koelkast' (non-U). Bond hoort thuis in de wereld van de welgestelde upper-class, maar Fleming waakte ervoor om een snob van hem te maken: James was de zoon van een Schotse ingenieur, kreeg zijn opleiding aan een privéschool, diende in de oorlog in een relatief lage officiersrang bij de marine en werkte daarna als ambtenaar in loondienst. Typisch middenklasse, zou je zeggen.


Vliegreizen

De figuur James Bond en Flemings romans met hem in de hoofdrol verschenen in een tijd waarin het internationale luchtverkeer sterk in opkomst was. Het vliegtuig nemen in plaats van de boot of de trein was niet langer het prerogatief van een welgestelde elite, maar werd voor wie naar het buitenland reisde plotseling bijna gemeengoed.


Een interessant en opvallend aspect is dat James Bond ondanks zijn vele vliegreizen niet bepaald een enthousiaste luchtreiziger was. Ik vraag me af of dit niet een trekje van Ian Fleming zelf was. In From Russia with Love is sprake van een over twee pagina's uitgesponnen paniektoestand als het vliegtuig waarin Bond zit in een storm terechtkomt. In Live and Let Die komt een vergelijkbaar, in anderhalve pagina beschreven motief voor. Beide passages zijn te gedetailleerd en te persoonlijk om een functie te hebben in de plot of de karakterontwikkeling - ze zijn de neerslag van een doorleefde ervaring. Bond hield ook niet erg van straalvliegtuigen toen die populair werden. Hij was niet dol op de Comet - het eerste commerciële straalvliegtuig (dit is een van de weinige punten waarop ik met Bond van mening verschil). Die vloog 'te hoog en te snel'. Bond hield meer van het geruststellende gedreun van propellers.


WOII

Bond werd geboren in 1924, ging op zijn 17de van school en nam dienst bij de marine. Fleming is onduidelijk over Bonds oorlogsjaren, al zijn er in de romans enkele interessante aanknopingspunten te vinden waaruit blijkt dat Bond zich niet op de achtergrond heeft gehouden, maar wel degelijk aan de strijd heeft deelgenomen. Zo hoort Bond in Dr. No mitrailleurvuur dat een herinnering bij hem oproept: 'Er weerklonk het snelle, harde geratel dat Bond voor het laatst had gehoord vanuit de Duitse linies in de Ardennen.'


X

Ook geen personage, maar het onbekende, een duistere macht. Seks en geweld. Naar de huidige normen is de seks in de Bondromans erg tam en het geweld zeer gestileerd, maar bij publicatie werd hard geoordeeld over de expliciete beschrijvingen in beide categorieën. Ik herinner me dat wij als schooljongens dachten dat de in de Bondromans beschreven seks het toppunt van erotische losbandigheid moest zijn. Het komt nu allemaal wat houterig over. 'Hij trok zijn rechterhand terug, schoof die tussen hen in en betastte haar harde borsten, elk met een spits stigma van verlangen.' (Live and Let Die).


You Only Live Twice

De laatste Bondroman die nog bij leven van Fleming werd gepubliceerd. Tegen het einde van zijn leven raakte hij bevriend met Alan Ross, een dichter en literator die in de oorlog ook bij de marine had gediend, op torpedobootjagers die de konvooien naar Moermansk begeleidden. Alan Ross was hoofdredacteur van London Magazine, een literair maandblad, dat hij leidde van 1961 tot aan zijn dood in 2001, in welke periode ik hem heb leren kennen. Als Fleming en hij in Hove samen naar het cricket keken, placht Fleming Ross te ondervragen over zijn ervaringen met de elektroshocktherapie (die Ross had ondergaan ter bestrijding van zijn depressies). Zijn beloning zou zijn dat er in The Man with the Golden Gun een personage naar hem werd vernoemd. Ross was gesteld op Fleming - ze moeten volgens mij een raar stel zijn geweest. Ross merkte op dat 'Ian meende dat stoppen met roken neerkwam op minderen van zestig tot dertig sigaretten per dag...' En: 'Hij was trillerig, zijn gewoonlijk roodbruine gelaatskleur was verbleekt tot het droge lichtpaars van een papieren bloem...' En ook: 'De vriendinnen van zijn vrouw mochten hem over het algemeen niet, wat wederzijds was, maar voor mij is hij een goede en boeiende vriend geweest, die ik erg heb gemist.'


Zographos

Nicholas Zographos, ook bekend als 'Nick de Griek'. Mogelijk het laatste stukje fictie van Fleming, vlak voor zijn overlijden geschreven, is een onvoltooid kort verhaal - hij is niet verder gekomen dan anderhalve pagina - waarin Bond kennismaakt met de legendarische gokker Zographos. Fleming had Zographos in het midden van de jaren dertig in het casino van Deauville aan het werk gezien bij het baccaratspel. Voor zijn eerste roman, Casino Royale, had hij inspiratie ontleend aan deze vooroorlogse reis langs Normandische badplaatsen. Het is intrigerend en ontroerend om je voor te stellen hoe Fleming in zijn laatste verhaal herinneringen ophaalt aan de lang vervlogen jaren dat hij nog jong was - terwijl hij misschien op dat moment nog maar enkele dagen te leven had. De cirkel was nu werkelijk rond.


Atlas Contact, 19,95 euro. Vertaling Otto Biersma en Irving Pardoen


Extra: The name's Boyd. William Boyd

De Schotse roman- en scriptschrijver William Boyd werd in 1952 geboren in Ghana. Hij studeerde aan de universiteiten van Glasgow en Oxford en werd In 1983 geselecteerd als één van de twintig beste jonge Britse romanschrijvers. Hij schreef onder meer de romans Rusteloos en Wachten op de dageraad . Boyd ontving de Whitbread Prize en een nominatie voor de Booker Prize. Als Boyd in Londen is, woont hij in Chelsea, vlak bij de plaats waar ook Bond zijn huis heeft.


Extra: Solo

Vandaag verschijnt de nieuwe Bondroman Solo, deze keer geschreven door William Boyd. Na het overlijden van de schepper van Bond, Ian Fleming,

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden