Aasvrije snacks en Hancock domineren Moers

Moers Festival, Duitsland. Radio: NPS Folio, 10 juni (19 uur) en NPS Jazz op Vier, 17 juni (22.30 uur)...

Vijfhonderd muzikanten beloofde de programmafolder van het vierdaagse Moers Festival, maar wie dit weekeinde het festivalterrein overzag, begreep dat er eigenlijk geen tellen aan was. Rond talrijke kampvuurtjes in het stadspark van Moers waren bezoekers in verhitte slagwerk-sessies verwikkeld, alsof even verderop, op het officiële podium, niet óók nog muziek werd gemaakt.

Het jaarlijkse jazzfestival van Moers, een provinciestadje onder de rook van Duisburg, heeft een merkwaardige band met zijn publiek. Tijdens de 24ste editie verdeelden weer veel bezoekers hun aandacht tussen het hoofdpodium en de alternatieve vrijmarkt in het park. Tussen stalletjes met ideologisch verantwoorde koopwaar (van tarotkaarten tot 'aasvrije' snacks) werd onafgebroken muziek gemaakt, vooral door jonge didjeridoo-blazers met rastahaar en een ringetje door de neus. Met zijn vijven tegelijk zaten ze soms te zoemen en te brommen, een zacht maar vèrdragend geluid dat je op het hele festivalterrein achtervolgde.

Met zulke luisteraars moet een festival op zijn tellen letten. Een colamerk als sponsor, kàn dat wel in Moers? En die manshoge limonadeblikken overal - is het 'afvalprobleem' al niet erg genoeg? Om kritische geluiden te dempen zette de leiding dit jaar zelfs Abfallberaterinnen in, die bij dreigende milieurampen meteen konden ingrijpen.

Ook in artistiek opzicht is het voorzichtig manoeuvreren voor dit avantgarde-festival. Moers zoekt de balans tussen onbekend talent en publiektrekkers die inhoudelijk misschien niet (meer) in het festival thuis horen. Dat lukt nog steeds heel aardig, al kan Moers er niet omheen meer namen uit de mainstream te boeken. Bob Ostertag, Ken Vandermark, Gebhard Ullmann, Abraham Burton, Switchbox en Ne Zhdali moesten dit jaar de nieuwsgierigheid prikkelen.

Toch klonken er vrijdag meteen al schampere reacties op het vrolijke optreden van de Zuidafrikaanse zanger Johnny Clegg, die met een Bruce Springsteen-achtige energie de tot de laatste plaats bezette feesttent aan het dansen kreeg. Misschien kondigde organisator Burkhard Hennen daarom zelf de belangrijkste muzikant van vrijdagavond aan: 'Waarom Herbie Hancock in Moers? Alleen maar omdat we daar zin in hadden.' Hennen werd in het gelijk gesteld: met een flonkerend optreden veegde de pianist, die je toch eerder met North Sea associeert, eventuele twijfels over zijn aanwezigheid van tafel.

Bijgestaan door bassist Dave Holland opende Hancock met twee eigen composities uit de jaren zestig, Dolphin Dance en Canteloupe Island. De overbekende thema's werden maar heel lichtjes aangeduid. Hancock speelde met een grillige inventiviteit die een gevoel van volmaakte vrijheid opriep en ook in het snelle Just one of those things lekker funky bleef. De leider, die zichzelf in zijn afkondiging wegcijferde ('op piano. . . who cares'), vroeg terecht extra applaus voor Dave Holland, die zaterdag een krachtig en precies solo-concert gaf, waarin zo behendig met vraag- en antwoordmotieven werd gespeeld dat er nog een tweede muzikant op het podium leek te staan.

De bandleider en pianist Horace Tapscott kwam met wat grover geschut: een orkest met behalve veel blazers twee slagwerkers, twee bassisten en twee pianisten, veelal in Afrikaanse jurken gestoken en aangekondigd als 'Brother'. Tapscott is al vele jaren een belangrijke figuur in de zwarte gemeenschap van Los Angeles. Zijn muziek staat in dienst van de community, en dat hoor je er aan af. Ook zwakkere broeders krijgen soloruimte, en de meeste stukken bestaan uit langdurige herhalingen van donkere ostinati en riffs.

Sfeervol is zijn muziek wel, en verrassend feestelijk klonk de Ballad for Deadwood Dick, een ode aan de legendarische zwarte cowboy, gemonteerd op een wijdbeense, prikkelende galop.

Wat een treurig contrast met de rentree van Sonny Simmons. Simmons, een naam uit de vroege jaren van de free-jazz, bleek in Moers alle contact met de community te hebben verloren. De altist verscheen met een beroerd trio waarvan zijn zoon (petje achterstevoren) de rudimenten van het slagwerk nauwelijks meester bleek. De altist, een kleine, gekreukelde zestiger met een ernstig gezicht, wrong de muziek letterlijk uit zijn lijf. Dat leverde momenten van pure, ongemakkelijke schoonheid op, maar uitte zich vaker in pijnlijk onvermogen.

Balsem voor de ziel was daarna het optreden van The Soul Brothers uit Zuid-Afrika, die met aartssimpele, maar doorleefde Township Jive zowaar tranen van ontroering te voorschijn riepen. De Brothers beschikken over een frontlinie van sublieme dansers, wier wervelende choreografie zelfs de manke percussionist tot een voorzichtig, maar waardig dansje verleidde.

Organisator Burkhard Hennen zag dat het goed was, en ging over tot belangrijker werk: backstage lege bierflessen opruimen.

Erik van den Berg

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden