Aart Staartjes

Ome Willem van de tv een kindervriend? 'Koppen dicht! Zit en zwijg!', mocht hij graag uitroepen en de kinderen waren dol op hem....

Aart Staartjes beleefde 'een pracht jeugd in oorlogstijd' aan de Nieuwen dam merdijk in Amsterdam-Noord. De school was gevorderd door de Wehrmacht. In de timmerwerkplaats achter het huis werkten zijn vader, een oom en zijn grootvader. Zijn moeder had het te druk met andere zaken. 'Ik was veel alleen, en niet ongelukkig. Een groot deel van mijn jeugd heb ik uit de wind geleefd, wat ik niet onprettig vond. Van de oorlog, van de beproevingen die dat meebracht voor mijn ouders, heb ik nooit last gehad. Als kind had je niks in te brengen en werd je ook niet opgezadeld met verantwoordelijkheid. Dat is, denk ik, precies het gevoel van veiligheid geweest dat ik mij herinner uit die tijd.

'Ik hoorde laatst een moeder op zo'n uitleggerige toon tegen haar dochtertje zeggen dat zij, dat kind dus, ook verantwoordelijk was voor de vakantie van haar moeder en dat het dus rekening moest houden met haar wensen. Doorgeslagen democratie, vind ik dat. Veel kinderen lijken als gevolg daarvan dan ook te denken dat ze de volwassenen moeten entertainen. Een kind is volgens mij veel beter af als het weet dat het zichzelf moet bezighouden.

'Op vakantie op Ameland kwam een gezin op bezoek en we gingen eten. De vader tilde het kind van twee boven de kinderstoel en vroeg: wil je in de kinderstoel? Moet je raden wat dat kind zei!? Je gaat als ouder toch ook niet, als het bedtijd is, aan het kind vragen: Kind, wil je slapen?

'Als ik over dit soort dingen begin, zijn er mensen die zeggen: ja maar, uitgangspunt in jullie Stratenmakeropzeeshow was toch dat de ouders gek waren en de kinderen altijd gelijk hadden zijn jullie er dan zelf ook niet debet aan? Twee antwoorden, zei Joop den Uyl. Eén: het was een programma voor de lagere-schoolleeftijd. Twee: het was een reactie op die rare autoritaire tijd van toen. Wan neer je niet gehoorzaamde kreeg je een dreun. Mijn vader zei niet: ik wil graag koffie, nee, hij wéés slechts op zijn kopje, en dat was genoeg.

'En in de Stratenmakeropzeeshow bleven de werelden van volwassenen en kinderen totaal gescheiden zoals ook het geval was in de realiteit van alledag, maar dan gespiegeld. Wat me er nog steeds goed aan bevalt. De wereld van een kind is totaal anders dan de volwassen wereld. Maar om mij heen zie ik dat ouders krampachtig proberen er één wereld van te maken. Samen dit met de kinderen en dat overleggen met de kinderen. Zie jij in huiskamers nog weleens een box staan? Zo'n ding met spijlen waaraan een kind zich kan optrekken? Volgens mij moet die fabriek failliet zijn inmiddels. Ouders willen het kind altijd bij zich hebben. Hun kind moet deel zijn en deel nemen aan het gezamenlijke leven, vinden ze. Het lijkt me een vergissing. Een eigen gebiedje is voor een kind veilig: het moet zíjn wereld zijn.

'Mijn moeder ik wens weinigen zo'n moeder toe als de moeder die ik had, maar goed mijn moeder heeft niet één keer met mij gespeeld, heeft ze nooit gedaan! Ze had alleen aandacht voor zichzelf. Achteraf ben ik er blij om. Ik had een legpuzzel op een tafeltje liggen, een veel te moeilijke. Mijn vader legde er 's avonds, wanneer ik naar bed was, weleens een stukje bij. Daar was ik dan woedend om de volgende dag. Die legpuzzel was mijn probleem!

'Wanneer ouders uit allerlei goede bedoelingen natuurlijk zich er te veel mee bemoeien, kom je er als kind nooit uit. Die dokter Spock heeft veel verpest, hoor.

'Toen we nog in Broek in Waterland woonden, met veel water bij het huis, en er een gezin met een paar kleine kinderen op bezoek kwam, stond Hanna, mijn vrouw, doodsangsten uit. Ach, zei de vader, als er één in 't water valt horen we het wel. Die ontspannenheid vind ik mooi. Natuurlijk, overal dreigt gevaar. Maar een kind breekt niet zo snel wat als het van de trap valt. Het mooiste wat je als jongen kon overkomen was toch een gat in je hoofd. Het deed wel pijn, maar het hoorde erbij.

'Toen ik een jaar of zestien, zeventien was, was de grootste ramp die je kon overkomen dat je een meisje zwanger maakte. Nu moeten vrouwen vaak ontzettend veel moeite doen om zwanger te r ken omdat ze het moment van kinderen krijgen uitstellen tot ruim na hun dertigste. In beginsel is zo'n kind dan zo gewenst dat de ouders zwetend van zorg hun kind in de gaten houden, bang dat er ook maar iets mis mee zou kunnen gaan. Brengen ze het kind naar de crèche, dan knaagt hun geweten. Terwijl het kind misschien wel reuzeblij is zo nu en dan op zichzelf te kunnen zijn.

'Ik was 22 toen mijn eerste kind geboren werd, mijn vrouw was twintig. Je vindt zulke leeftijden tegenwoordig alleen nog maar in lagere sociaal-economische klassen; hogere kringen vinden het asociaal. Maar op die leeftijd ga je veel ontspannener en veel minder benauwd om met kinderen.

"Koppen dicht! Zit en zwijg! Ik wil geen woord meer horen!" Het klinkt als van een autoritaire klootzak, maar het kwam regelmatig uit de mond van Ome Willem, en de kinderen waren dol op Ome Willem. En zo is het nog steeds. Niemand van Sesamstraat is bij kinderen zo populair als Meneer Aart. Ter wijl die zich toch niet al te begripvol gedraagt tegenover kinderen.

'Paul, de middelste van mijn kinderen, heette naar de termen van nu een huilbaby. Als het te bar werd, zette ik hem wel eens in de kelder. Achteraf voel ik me daar wel een beetje schuldig over. Hij was een angstig kind. Het hielp ook niet. En hij kreeg natuurlijk het nachtlampje aan en de deur van zijn slaapkamer op een kier, maar ik ben nooit zover gegaan dat ik hem iedere nacht maar bij mij in bed nam om hem stil te krijgen.

'Fopspeen: een gruwel. Kind blèrt, boem speen erin! Wat lost het op? Met telkens weer die speen leert het kind die aandachttrekkerij nooit af! Sommige ouders die ik meemaak laten zich altijd van hun begripvolle kant zien als hun kind vervelend is. Ze laten zich nooit gaan, maar je voelt de ingehouden woede in de geforceerd kalme toon van hun woorden. Dat ontgaat de kinderen natuurlijk ook niet. Wees dan oprecht, vind ik, en val uit tegen zo'n kind dat stierlijk vervelend is.

'Hoe zou het komen, hè, dat ouders zich zo makkelijk schuldig voelen en kinderen niet hun plaats durven te wijzen. Al die scheidingen hebben er geen goed aan gedaan, denk ik. Van de weeromstuit gaan die ouders hun kinderen dan overladen met aandacht.

'Mijn zoons waren zestien en negentien toen ik scheidde van mijn eerste vrouw. Ik heb me weleens afgevraagd, in de jaren dat het echt rot was, of ik het terwille van hen níet had moeten doen. Ik ken een leuke vrouw, ik heb er een tijdje een oogje op gehad, die een dochter had van twaalf, dertien jaar en er kwam geen man binnen, hoor. Die dochter accepteerde het niet.

'Toen ik opnieuw trouwde, met Hanna, waren mijn zoons daar fel tegen. Ik heb me er niets van aangetrokken. Jawel, ik heb me schuldig gevoeld natuurlijk over het mislukte huwelijk met hun moeder, over de ellende en zo, maar ik ben wel met Hanna getrouwd!

'Hanna kent een man, gescheiden, die ontzettend verliefd raakte op een vrouw en er iets van meedeelde aan zijn kinderen, want wie weet. Nou, mooi niet. "Weet je wat, pap", zeiden die kinderen, "we geven je een nieuwe televisie en vergeten die vrouw." Echt waar! En die vrouw kwam er dus bij pap niet in.

'Dat zijn leuke spanningsvelden om wat mee te doen in televisieprogramma's. In Se samstraat hebben we weleens een discussie gehad of je ook kwaad mocht zijn op Tom mie. Ik wil graag ruzie in Sesamstraat. Maar Sien, die van de andere richting is, weigerde pertinent. "Nooit, nooit zal ik kwaad zijn", zei ze. Dat verander je dus niet en ik leg me er dan bij neer, maar ik vind het wel jammer. Ik heb er ontzettend veel lol in als meneer Aart chag rijnig is, dat hij van kinderen pikt en ze bedriegt. Dat maakt ook voor kinderen zo'n programma spannend.

Ik zag een keer op een televisiefestival voor kinderprogramma's een Engelstalig slap stick-ding waarin iemand aan een kind met een ijsje vraagt: "Mag ik een likje?" Bot zegt het kind: "Nee." En boem krijgt het het ijsje in zijn neus. Waarna op de muziekband het liedje klinkt: into each life some rain must fall, but too much is falling in mine.

Kinderen zijn slap van het lachen als ze het zien: dikke bult eigen schuld. Ome Dirk die vraagt: "Weet je zeker dat dat gebakje niet zuur is?"

"Ja", zegt het jongetje.

"Ruik dan eens", zegt ome Dirk. En wham.

Ook een beetje flauwe grap misschien maar eh Veel beter in elk geval dan die vader die laatst met zijn zoontje bij ons op bezoek was. Hanna gaf in de keuken dat jongetje zo'n grote gezinszak chips en zei: "Hier, wil jij die zak met chips naar de kamer dragen en uitdelen?" Maar mooi niet dat die jongen wilde uitdelen. Hij hield die zak met chips onder de arm en vrat hem helemaal zelf leeg. En die vader fluisterde en wenkte met lichte paniek in zijn ogen naar ons: laat nou maar, niks aan doen, anders gaat hij

'Zo'n kind wordt er ook nog eens plofdik van, maar dat is een ander verhaal.'

Aart Staartjes groeide op boven het IJ. Veel van zijn jeugd daar verwerkte hij in personages op televisie. De oom uit de timmerwerkplaats was zo'n oom die elke familie wel heeft: een oom die met een scheet een kaars uit kan blazen, een oom die zijn neefje vraagt: 'Zo jongen, jij wil later zeker stratenmaker-op-zee worden?' En Hein Gatje in de J.J. de Bom-show was de postbode van Nieu w en dam, die met nog maar één postkaart in zijn tas helemaal naar het eind van de polder fietste om de kaart bij boer Veen te bezorgen. En zijn meneer Aart is, behalve op het diepste van Aart Staartjes zelf, ook gebaseerd op meester De Boer in de derde klas van de lagere school in Amsterdam-Noord. Een overtuigd socialist, een autoritaire man, voor zitter van de Na tuur vrienden, die vond dat zijn leerlingen veel moesten zingen. Het ging hem niet om de muziek of om de tekst, het ging hem om de longen. Zingen was gym nastiek voor de longen. Was ook niet Zie ginds komt de stoomboot door een bekende Amsterdamse longarts geschreven? Nou dan. Meester De Boer zag er ook uit als Meneer Aart: bruin pak, bruine schoenen, aktetas, en hij liep ook altijd een beetje grommend door de straat.

En Ta van Ta en To uit Het Klokhuis (met Joost Prinsen als To) is de moeder van Aart Staartjes. 'Zonder enige moeite heb ik haar erin gespeeld. Dat kuchje, het "èh`-èh", dat geklaag van het mens, altijd ziek en onderweg, vreselijk!'

Aart was de middelste van drie kinderen. Zijn zeven jaar oudere broer kon heel goed leren, heette 'de briljante'. Na enkele miskramen kwam Aart, die werd gezien als 'de niet briljante'. Daarna werd nog een zusje geboren, de hersens zwaar beschadigd door zuurstofgebrek. Zijn moeder koesterde de aandacht die ze door die ongelukkige ge boor te van iedereen kreeg. 'Ze sn kte naar aandacht, ze wilde hogerop, vond dat ze beneden haar stand leefde.'

'De freule' werd Aarts moeder door Aarts vader genoemd. 'Ik heb mijn ouders nooit aardig voor elkaar zien wezen.' Ze scheidden van elkaar toen zijn vader na een hersenbloeding eenzijdig verlamd raakte. Beiden waren 71 jaar oud toen.

'Een verschrikkelijke tijd, verschrikkelijke omstandigheden om in op te groeien' noemt Aart Staartjes de tijd en omstandigheden van zijn jeugd, maar gelukzalig was het ook. 'Alle aandacht richtte zich op mijn broer, hij kon goed leren, hij werd iets. Ik werd niks, ik kon mijn gang gaan. Hoe heerlijk was het om niks te zijn.

'Er worden vaak verschrikkelijke wissels getrokken op kinderen. Die Tineke Nete len bos wilde serieus kinderen van vier al laten testen. Kennissen van Hanna hebben kinderen van twee en vier jaar en die zaten laatst over hun kinderen te praten als zouden die heel intelligent zijn, omdat ze zo beweeglijk waren, want uit onderzoek zou zijn gebleken dat beweeglijke kinderen intelligente kinderen zijn, maar nou vroegen ze zich af of zij en hun omgeving die kinderen wel voldoende stimuleerden en of ze ze wel of niet tweetalig moesten gaan opvoeden.

'Jezuschristus, zeg.

'Ik was acht en hartstikke stom. Het kwam dan wel door de oorlog, maar ik was acht en ging voor het eerst naar school en kon nog niet lezen en schrijven. Op het eind van de lagere school moest ik ergens heen, zodat ik later toch mijn brood kon verdienen, maar waarheen? Mijn vader zag meer in mij dan mijn moeder en hij nam mij mee naar de Uni versiteit van Amsterdam voor een beroepskeuzetest. Mijn vader was de socialistische beginselen toegedaan. Hij vond dat de werkers, zijn arbeiders, ook mede-eigenaar van het aannemersbedrijf moesten worden dat hij na de oorlog had opgebouwd. Mijn moeder vond het weer vreselijk dat mijn vader er zo over dacht. Hij heeft het ook echt geprobeerd, hoor, maar kwam natuurlijk van een koude kermis thuis. Zo vond hij als sociaal-democraat ook dat de mens zich moest verheffen. Wat ik ook een mooie gedachte vind, hoor.

'Ik werd op de Universiteit van Ams ter dam in een kamertje gezet met glimmend parket op de vloer. In een hoek stond een stapel speelgoed. Tegen mij werd gezegd: wacht hier even, we komen zo weer terug. Wat ik niet wist was dat ze van buitenaf mij door een raam gingen observeren en kijken welk speelgoed ik zou pakken. Ik, een jongen van de dijk, aan andermans spullen zitten? Ik zat daar stokstijf en deed niks, helemaal niks. Het duurde wel lang, maar ik heb me niet verroerd.

'Die jongen toont geen initiatief en heeft totaal geen fantasie, was de conclusie van de testpsychologen. Doe hem naar de am bachts school. Maar niet voor metaalbewerking want dat is te moeilijk voor hem, laat hem maar timmerman worden. Er kwam ook nog een jonge studente bij me zitten, die deftig praatte en ze had ook veel pukkels en een vragenlijst. Ze vroeg aan mij of ik weleens een natte droom had gehad. Ik had geen idee waar ze op doelde, maar vermoedde wel dat het met viezigheid te maken had en ik dacht aan bedplassen, wat ik deed en waarvoor ik me geneerde en zei dus: "Neeuh." Pas veel later, toen ik het weleens bij de hand gehad had, wist ik wat ze bedoelde met die natte droom, maar ik heb nooit begrepen wat dat nou voor nut had bij die beroepskeuzetest.

'Het werd de mulo in Amsterdam-Noord. Een verschrikkelijke tijd. De leraar Neder lands, de heer Segardus, zei dat hij nog nooit zo'n slechte leerling gehad als Aart Staartjes. Als ik me dan door de zinnen heen had gehakkeld zuchtte hij, en gaf me weer een laag cijfer. Pas op de Kweek school, met een aardiger leraar Neder lands, begon ik literatuur leuk te vinden en kreeg ik een 9 voor het lezen van Stijn Streu vels. Maar verder? Vreselijk. Ver schrikkelijk. Ram pen. Ik was niet goed in sport, ik kon niet goed leren, ik was klein van stuk, ik was geen vlotte prater, ik kon de meisjes niet aan het lachen krijgen. Tony Ridderbos, ja die was getapt, om hem moesten de meisjes lachen, hem vonden de meisjes leuk.

'Alleen toneelspelen bleek aan me gebakken te zitten; dat kon ik zomaar. Daar kon ik al mijn venijn en frustraties in kwijt. Ik had de hoofdrol in De klucht van de koe van Bredero. Machtig mooi vond ik dat. In de bescherming van de rol durfde ik alles.

'Je moet als kind een afgebakend gebied hebben, waarin je je veilig voelt, en dan kun je je ontwikkelen. Ik stond vroeger op de Nieu wendammerdijk als een geit aan een touw vast. Met een actieradius van een meter of zes. Nu zouden de buren de kinderbescherming bellen, maar ik vond het gewoon. Het was praktisch: ik kon niet onder een paard-en-wagen lopen, mijn moeder had geen omkijken naar mij, en ik voelde me op mijn gemak in mijn eigen terreintje.

'Later vond ik de padvinderij geweldig. Jon gens van de Zeevaartschool waren het die de leiding hadden over de zeeverkenners. Zij namen ons mee in boten het IJsselmeer op. Van een primusje eten, slapen op planken, alleen zijn, spartaans leven. Daar heb ik alle basisdingen van het leven geleerd. Ik kan me dus in m'n eentje heel goed redden, in alle opzichten. Alleen niet zonder vrouw.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden