Aards poëet in wolktuniek

HOEWEL ER DE laatste tijd veel wordt vernomen van verongelijkte schrijvers die het slijk der aarde niet schuwen en met graagte in de openbaarheid treden om duidelijk te maken dat ook zij thuis een schoorsteen hebben die moet roken, weten poëzieminnaars dat de echte literatuur in stilte en afzondering wordt...

Piet Gerbrandy

In Zilverzonnige en onneembare maan kondigt Jacques Hamelink, onder verwijzing naar Gorter, een 'nieuwe wereld plus een hernieuwde taal' aan. Nu waren we van Hamelink het een en ander gewend, maar in deze bundel doet hij geen enkele poging meer een publiek te veroveren dat hem niet bij voorbaat toegewijd was. Neem nu dit gedicht:

De hemelaangrijpende koene enthousiasme-cipres van Tu Fu dakloos

staat duizend jaar, onderelijk, en het Tartarenpaard bij de Muur

houdt de Noordenwind lief. Maar Byzantion, verbriefde een Iraniër,

heeft de macht van de orgelpijpen en over Grieks vuur. Zeiler, Yi

bracht van de bron der Jaspisrivier het langlevenselixer mee. Wij

hebben een keizer die de cape ener Maagd zwaait voor zijn heir uit,

sub specie aeternitatis het libellegehuchtige arreslee-timbre der

berglucht, Kallirhoë's fluitspel en de 1000 Kontakia van Romanos.

Los van de rest van de bundel, die geheel uit achtregelige gedichten bestaat, is deze tekst niet bepaald aantrekkelijk. Voordat de lezer bij dit gedicht is aangekomen, heeft hij al menig naslagwerk geraadpleegd, vertwijfelde e-mails naar geleerde vrienden gestuurd en alles wat hij zich van zinsontleding herinnerde opgerakeld om toch in ieder geval de betekenis van de individuele volzinnen te kunnen achterhalen. Hij is er inmiddels achter dat Romanos de Melode (zesde eeuw), de 'Pindaros van Byzantium', de auteur is van een groot aantal hymnen ('kontakia'), dat met 'een keizer' waarschijnlijk gedoeld wordt op Alexios Komnenos I (elfde eeuw), en dat Hou Yi een boogschutter is uit de Chinese mythologie. De spreker zet zijn eigen, Byzantijnse, cultuur tegenover die van de Chinezen.

Maar dan begint het pas. Het duurt enige tijd voor je ziet dat Tu Fu tegenover Romanos wordt gezet, de duizend jaar van de Chinezen tegenover de eeuwigheid (aeternitas) van de christelijke Byzantijnen, het Tartarenpaard tegenover de libelle. Door het rijm worden ook de Chinese Muur en het Griekse vuur met elkaar gecontrasteerd, hetzelfde geldt voor de zeiler en de keizer. Belangrijk lijkt het feit dat de Byzantijnen de muziek aan hun kant hebben: orgelpijpen, fluitspel en hymnen. Ten slotte vallen de voor Hamelink kenmerkende epitheta ornantia op ('hemelaangrijpende', 'libellegehuchtige'), alsmede de onbekommerde combinatie van archaïsche ('heir') en moderne woorden ('cape'). De vorm van het gedicht zou hem ingegeven kunnen zijn door de lectuur van Tu Fu en andere dichters uit de Tang-dynastie, die een voorliefde voor het achtregelig epigram koesterden.

Toch blijft dit een gedicht waarmee je weinig opschiet als je het niet in verband brengt met de rest van de bundel, want Hamelink is en blijft een dwangmatig systeembouwer. Zeven afdelingen van acht gedichten bevat het boek, voorafgegaan door een proloog en afgesloten door een krachtige epiloog en een paar aantekeningen die, zoals gewoonlijk, ongeveer even duister zijn als de gedichten die ze geacht worden te verhelderen. Het geheel kan beschouwd worden als poëtische hortus conclusus, een tuin in taal, een besloten hof waarin een verliefde dichter zijn verlangen naar de eeuwige schoonheid bij God uitleeft. Symbool van die zuivere wereld is, als ik het goed zie, de maan, die in de bundel onder meer wordt geassocieerd met de ongenaakbare maagd Artemis, terwijl de duif, zowel Heilige Geest als vogel van Aphrodite, de rol van middelaar op zich neemt.

Hoe vaker men de bundel leest, des te duidelijker wordt dat Hamelink willens en wetens een tot mislukken gedoemde onderneming op touw heeft gezet. Hij reikt naar het hogere, maar weet dat dit alleen bereikt kan worden door de vergankelijke wereld om hem heen uitputtend te bezingen, want het eeuwige manifesteert zich in het tijdelijke. Hamelink is een aards dichter met zijn hoofd in de wolken. Deze spanning kan slechts onder woorden gebracht worden in een nieuwe taal, die alles wat afgezaagd en vertrouwd is op zijn kop zet. Dat gebeurt heel fraai in dit verheven gedicht:

Hemelsblauw was het uitspansel, de verven

der Aarde waren in eterniteit intrinsiek.

Het wolkvaartuig, een zilvergrijze bolide,

dat luchtschip enerverend van aerodynamiek

offertatief laag voorgezweefd verliet ik me

op de lichtheid van het moment. Metapoëmatiek

in wolktuniek voer ik onsterfelijkte studeren

uitstrooiend over het weiland uit al mijn lyriek.

Identificeert de dichter zich hier met een zeppelin? In ieder geval treedt hij, geïnspireerd door de lichtheid van het moment, uit zichzelf ('verliet ik me'). De woordgroep 'onsterfelijkte studeren' moet waarschijnlijk opgevat worden als 'de studie van onsterfelijkheid', maar met dat 'uitvoeren' kunnen we minstens drie kanten op. Is de dichter weggevaren uit zijn lyriek? Geeft hij een uitvoering van lyriek? Of gaat het om een exportartikel?

Het zijn dergelijke kwesties die de lezer van deze bundel vele uren van de straat houden. Op de achterflap suggereert de dichter echter dat de betekenis van de gedichten slechts bijzaak is en dat ze gelezen zouden kunnen worden als poésie pure. Gezien de overdaad aan mogelijke betekenissen en interpretaties, ligt die benadering niet direct voor de hand, maar het is waar dat afzonderlijke regels vaak mooi genoeg zijn om het zonder verdere duiding te kunnen stellen. Zo wijdt Hamelink een gedicht 'aan jouw zoëven in zeer ranke// rouw onder de violette beuk doorgegaan zijn', spreekt hij over 'withuivige hemelsneeuwtijd die de vuile lucht is komen te reinigen', en merkt hij droogjes op: 'Zijn is in wezen// een ongezellige zaak.'

Nadat de lezer zich avond aan avond aan Hamelinks maan heeft vergaapt, behept met een mystiek verlangen naar eenwording met deze koele spiegel, leest hij in het laatste gedicht hoe de taal een vogel moet worden: 'Plevier van het onoverbrugbare, brug met dit even het vrieslicht over.' Helderder kan de paradox niet verbeeld worden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden