Aardbeving in het tuinhuis: vrrrt, bafff, wwramm

Cinéma Cinéma, tot en met 24 mei in het Van Abbe Museum, Eindhoven. Catalogus * 65,00...

BEELDENDE KUNST

Voor een macabere krokusvakantie is geen helikoptervlucht vereist. Nabij het Centraal Station in Eindhoven, in de binnentuin van het Van Abbe Museum, wordt elke kunstkijker vanzelf tot ramptoerist geslagen. Het is aanlokkelijk daar een luchtje te scheppen, even uit de donkere museumzalen te stappen en tussen de eeuwig groene coniferen een frisse neus te halen. Het ziet er zo knus uit, zeker nu in dat binnentuintje een blokhut staat, echt net of je ineens in Zwitserland bent.

En het houten deurtje kan open, kijk maar - als een plotselinge hagelbui het publiek niet naar binnen jaagt, verschijnt achter een raam wel een verraderlijke suppoost die stimulerende gebaren maakt. Leuk! Moet je doen! En ja, wat doe je dan: je stapt in die val. VRRRT, BAFFF, WWRRAMM: de deur is nog niet dicht of met teisterend geraas dendert door die vriendelijke schuilplaats een kakofonie van catastrofale klanken - een lawine, een brullende vulkaan, de aarde die opensplijt.

De vloer dreunt, de blokhut trilt: CRRRAASHH, en de arme ziel weet niet hoe snel-ie moet maken dat-ie wegkomt. Wrede humor van Christoph Draeger, die Zwitserland voor New York heeft verruild en vandaar, op veilige afstand, de actuele rampspoed bespot? Stel je voor! De kunstenaar is geen nar: hij engageert zich met het werelddrama. Draeger vangt het in schaalmodellen, groter dan krantenfoto's, indringender dan de doorsnee film: even fictief, maar angstig dichtbij. 'Modellen zijn voorstellingen in het klein: pogingen greep te krijgen op het grotere'.

Dat is zijn opvatting, geciteerd in de catalogus bij de groepsexpositie Cinéma, Cinéma, waarmee het museum jonge generatiegenoten samenbrengt die 'de cinematografische ervaring gebruiken om hun eigen ideeën te formuleren'. Film, video en tv worden door hen naar beeld en geluid ontrafeld en opgeblazen, want: 'Het audiovisuele is de Zeitgeist van vandaag.'

Draeger verwoordt zijn intenties adequaat, al heeft zijn 'poging greep te krijgen op het grotere', met name op het geweld van mens en natuur, verdacht veel weg van een overrompelende stunt. Maar voor zijn werk geldt ook, wat opgaat voor praktisch alle bijdragen: de bezoeker moet zich een beetje bijscholen om er meer van te kunnen maken dan zijn ogen en oren zo één, twee, drie registreren.

De blokhut plus teringherrie heet Earthquake Revisited (1999) en is een ruimtelijke remake van de film Earthquake uit 1974. Daarin werd voor het eerst gebruik gemaakt van het Dolby-surround systeem. Draeger bewerkte de geluidsband zodanig dat de aardbeving nu om de bezoeker van zijn tuinhuis heen slaat. Zoals hij het geluid uit een film heeft gelicht, isoleren anderen de tekst. Of ze concentreren zich op suggestieve momentopnamen, of op de gestandaardiseerde verbeelding van sentimenten in een woordenloos rollenspel.

Cinéma Cinéma ontleedt het medium met dezelfde opvoedkundige vastbeslotenheid die jarenlang de schilderkunst verziekte, toen in het kielzog van het minimalisme de materiële eigenwaarde van kleur en vorm, verf en doek telkens als in een telraam werd uitgelegd. Het audiovisuele onderzoek, grondig en serieus, schijnt maar al te vaak bestemd voor toekomstige cineasten of studenten in de filmgeschiedenis, tuk op een nadere inspectie van de grens tussen nep en echt in het werk van hun grote voorbeelden.

De Fransman Pierre Bismuth grijpt voor zijn Post Script/The Passenger (1996) terug op de film Professione: Reporter van Michelangelo Antonioni. De beelden doen niet mee, we nemen de geluiden onder de loep. Bismuth vroeg een typiste precies te omschrijven wat ze hoorde. Op de muur projecteert hij de woorden die zij uittikt. Wij horen dezelfde geluidsband en zie: haar interpretatie wijkt soms af van die van ons. Gerommel op de achtergrond dat ons was ontgaan herkent zij wel, en soms betrappen wij haar op een vergissing.

Deze les valt onder het chapiter 'hoe de menselijke geest signalen van buiten verwerkt'. Vergeten we echter niet dat de film het eerst zonder stemmen moest stellen. De Duitser Christoph Girardet brengt de makke daarvan onder ogen in Deleted (1997): vier videoprojecties op de vloer van snel wisselende tussenteksten uit stomme films. En de Engelse Fiona Banner veroordeelt jongere films tot die oertijd, door ze in hun geheel uit te schrijven op het witte schildersdoek.

Zo belandt het publiek via 'het geluid' bij 'het beeld' en in één moeite door bij 'het verstrijken van de tijd', via een andere filmtroef: de montage. Waar Banner naar het verleden haakt, voegt de Fransman Pierre Huyghe twintig jaar na dato aan Der Amerikanische Freund van Wim Wenders het heden toe. De hoofdpersoon, gespeeld door Bruno Ganz, is aanzienlijk ouder geworden. Maar hij verjongt zich ook weer, telkens als het beeld verspringt, want in L'Ellipse (1998) versneed Huyghe zijn recente opnamen met de vroegere van Wenders zelf.

Cinéma Cinéma-deelnemers die de filmkunst bedrijven zonder leentje buur te spelen bij hun helden, vormen in Eindhoven een dierbare minderheid. Gelukkig is Eija-Liisa Ahtila van de partij, de wonderwoman uit Finland, die eerder in het Van Abbe Museum met drie elkaar in de rede vallende filmprojecties tegelijk de seksuele escapades van vijf boezemvriendinnen tot een zoetgloeiende concurrentiestrijd omtoverde.

Nu heeft Ahtila met drie doeken een 'windscherm' gebouwd, een beschutte plek des onheils. Haar lichtbeelden veranderen de linkervleugel in een knaloranje muur om op te kaatseballen; de rechter in een duistere bosweg. Daar wordt op een zomernacht een opa overreden. We beleven het ongeval door de ogen van drie betrokkenen: een meisje, haar vader, en een vrouw - het volwassen alter ego van de dochter, misschien. Ze vertellen hun versie van het verhaal, ieder op een eigen scherm.

Hier gaan geluid en beeld, waan en werkelijkheid, verleden en heden op in één rijk geschakeerde vertelling. Ahtila's ruimtelijke film verwezenlijkt de toekomstdroom van de Hongaarse kunstenaar László Moholy-Nagy, die begin deze eeuw schreef: 'Projectie is voorlopig een onopgelost probleem; het vlakke filmscherm een substituut voor het ezelschilderij of de muurschildering. Onze opvatting over ruimte en licht is absurd primitief. Uiteindelijk zal ze worden verrijkt door driedimensionale projecties.'

Naast Ahtila, beweegt ook de Canadees Mark Lewis zich in die richting met zijn partcinema: door hemzelf geschoten eindscènes, die stuk voor stuk als Hollywood-clichés herkenbaar zijn en toch nooit eerder zo vertoond. Lewis projecteert op twee doeken tegenover elkaar een ontwrichte dialoog. Nooit zullen de jongen en het meisje die aan een cafétafel hun koffie roeren elkaar treffen, want de film (A Sense of the End, 1996) is afgelopen voor hij goed en wel op gang komt en bovendien staat tussen beiden een onverbeterlijke voyeur: het publiek.

Wilma Sütö

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden