Aanval op tabaksgenot toont nakende terreur

In Nederland lijkt de politiek voorzichtig te denken aan een totaal reclameverbod voor tabak. De Amerikaan Richard Klein waarschuwt Europa niet dezelfde fouten te maken als zijn land, waar de 'sigarettenpolitie' op de loer ligt....

RICHARD KLEIN

NET nu de tabaksoorlogen in de Verenigde Staten zijn geluwd, gedeeltelijk dank zij de libertijnse, tabaksindustrie-stimulerende impulsen van de Republikeinen, slaat het vuur over naar de Europese opinie. Van de Atlantische Oceaan tot aan de Oeral wordt het roken in openbare ruimtes verboden en wordt de sigarettencultuur gecensureerd. Op alle transatlantische vluchten van Virgin Airlines mag niet meer worden gerookt en in Rusland heeft Boris Jeltsin sigarettenreclame verboden.

Je voelt de groeiende onderdrukking door de 'sigarettenpolitie'. Overal zie je het beschamende van deze nieuwe maatregelen, waardoor mensen als criminelen worden bestempeld. Rokers schuilen samen in portieken en lopen schichtig rond, terwijl het aantal rokers statistisch lijkt af te nemen.

In Amerika is het roken, na tientallen jaren verguizing, weer in opmars, in het algemeen onder jongeren en in het bijzonder onder jonge vrouwen. Al weer begint de rookcultuur er, net als ongetwijfeld in Europa, de culturele status te verwerven die we associëren met alles wat verboden, rebels en uitdagend is.

In de ogen van een Amerikaan die de hele twintig jaar durende cyclus heeft meegemaakt van verguizing tot eerherstel van de sigaret, heeft de anti-rookpoging in Europa iets komisch en leidt zij tot herhaling van dezelfde onvermijdelijke fout. De geschiedenis van de anti-tabaksbeweging bevestigt dat iedere poging het gebruik van tabak te onderdrukken of de bijbehorende cultuur te censureren een averechts effect heeft. De aantrekkingskracht wordt er juist door versterkt, ondanks - of beter nog dank zij - het verbod.

Het zou iets grappigs hebben als de geschiedenis niet leerde dat verlies van het recht op tabaksgebruik meestal samenvalt met verlies van andere vrijheden. Met andere woorden: de ene vorm van onderdrukking is een betrouwbare indicatie voor andere soorten van onderdrukking.

Pogingen het roken te onderdrukken zijn vergelijkbaar met de pogingen die aan het einde van de negentiende eeuw werden ondernomen om het masturberen tegen te gaan. Het resultaat was: een aangescherpte bewaking, supervisie en controle van de slaapzalen - en een geweldige masturbatie-explosie. Krabben als je maar even jeuk voelde was verdacht. . . en des te leuker.

Regeringen hebben dit soort beperkingen van de 'vrijheid van roken' altijd gerechtvaardigd vanuit de bescherming van de openbare gezondheid. In 1607 zette koning Jacobus de Eerste een 'Felle Aanval tegen de Tabak' op papier en deed daarbij alsof hij de hoogste medische instantie zelf was. De koning schreef met vooruitziende blik (in het Latijn): 'De gewoonte van het roken is onsmakelijk voor het oog, weerzinwekkend voor de neus, gevaarlijk voor de hersenen, schadelijk voor de longen en hult de roker in dampen, even smerig als de dampen uit de Hel.'

Jacobus de Eerste was een tiran en de onbuigzame vijand van Sir Walter Raleigh die de tabak had meegebracht uit Virginia. Raleigh werd onthoofd, met zijn pijp tussen de tanden geklemd, triomfantelijk tot de laatste minuut. Hitler had een vreselijke hekel aan roken en wilde niet dat er in zijn buurt werd gerookt; overal in nazi-Duitsland hingen borden met de tekst 'Duitse vrouwen roken niet'. In werkelijkheid rookten ze als schoorstenen.

We blijven ons maar inbeelden dat we het schadelijke karakter van de tabak pas zojuist hebben ontdekt. Al sinds de negentiende eeuw weten scheikundigen dat je met minuscule doses alkaloide uit nicotine grote ratten kunt doden. Bij iedere trek vullen je longen zich met een uiterst schadelijk gif.

Dokters zijn al lang op de hoogte van het verschil in gezondheid tussen patiënten die roken en patiënten die niet roken. Alle rokers kennen het effect dat het gif na verloop van tijd heeft en ze voelen dat waarschijnlijk iedere dag weer, bij de eerste sigaret van elke dag. Al meer dan een eeuw worden sigaretten 'nagels aan de doodskist' genoemd.

Toch moeten we nooit vergeten dat dokters grillig zijn. In de zestiende eeuw werd tabak gezien als wondermiddel en tot de negentiende eeuw werd het op grote schaal toegepast in geneesmiddelen en gebruikt in lakens of kleren vanwege de desinfecterende werking en prettige geur. Er zijn momenteel bewijzen dat tabak de ziekte van Parkinson kan helpen voorkomen. En wellicht duurt het niet lang meer of de dag breekt aan (zo treffend uitgebeeld door Woody Allen in Sleeper) waarop de doktoren weer sigaretten gaan voorschrijven.

Het verbieden van reclame helpt niet. Portugal, het land met het hoogste percentage rokende mannen in Europa, kent al tientallen jaren een totaalverbod op sigarettenreclame. Het verbieden van reclame is ook een vorm van censuur. Neem bijvoorbeeld Jeltsin, die handelt vanuit zijn zorg voor de openbare gezondheid: al eeuwen verbieden Russische leiders dingen en afbeeldingen van dingen. Als een produkt wettelijk is toegestaan, waarom dan censuur toepassen op de reclame voor zo'n produkt?

Een dergelijke denkwijze veronderstelt niet alleen dat je met reclame sigaretten kunt verkopen, wat waarschijnlijk wel zal kloppen, maar ook dat het ontbreken van reclame de verkoop ontmoedigt. Dat hoeft helemaal niet zo te zijn. Het ontbreken van reclame is ook reclame, maar van een veel verleidelijker en sterker soort.

Neem bijvoorbeeld het briljante plan van de Canadezen om de pakjes sigaretten van bruin papier te voorzien, omdat men dacht dat nieuwe rokers voor een mooie verpakking vielen. Men stapte van het idee af toen men de bureaucraten eraan herinnerde dat porno ook op een dergelijke manier wordt verpakt. Sigaretten zijn van zichzelf al sexy genoeg: die hoeven door de anonimiteit niet nog prikkelender te worden gemaakt.

De waarschuwing op de pakjes verleidt de rokers ertoe bij iedere trek na te denken over hun sterfelijkheid. Waarschuwingen vergroten het plezier voor de roker; het principe is hetzelfde als bij de pakjes Death-sigaretten, waartoe jonge rokers zich aangetrokken voelen - omdat er een schedel en twee gekruiste beenderen op afgebeeld staan.

HET zou beter zijn als regeringen erkenden dat tabak voor- en nadelen heeft. Het is een gif en tegelijkertijd een bron van ontspanning na zware inspanning, een troost na verlies. Het verdrijft de verveling en stimuleert de concentratie; het neemt het hongergevoel weg en is bevorderlijk voor het werk. Het houdt de onrustgevoelens beheersbaar en verzacht ze in tijden van stress en is dus een geschenk uit de hemel voor de militair. Het maakt het leven van de rokers aan de onderkant van de maatschappij wat rooskleuriger.

Het is een civiliserend, democratisch goedje, een teken van wellevendheid en een middel tot sociaal verkeer. Om al deze redenen is tabak, net als alcohol, een substantie die op universele schaal wordt gebruikt. Men moet ervan uitgaan dat het de menselijke beschaving goede dingen heeft te bieden als het al zo lang en met zoveel gretigheid wordt gebruikt. De tabak wordt al heel lang door de oorspronkelijke bewoners van Amerika vereerd. Van de Irokezen tot de Maya's werd het gezien als god, als de geest die de stam met de voorouders verbond in een ritueel van pijp en rook.

Ideaal gesproken zouden regeringen het absolute recht op roken moeten beschermen èn het absolute recht op vrijwaring tegen meeroken. Dit lijkt misschien tegenstrijdig, maar het is het enige ideaal dat het waard is voor te strijden. In plaats van een verbod op roken tijdens de vlucht zouden luchtvaartmaatschappijen moeten worden gedwongen na te denken over manieren om passagiers te beschermen tegen rook. En tegelijkertijd moeten zij de passagiers die willen roken daartoe de kans bieden, omdat roken het belangrijkste natuurlijke middel is tegen vliegangst.

DIT zou echter een andere houding vragen. Niet-rokers zouden moeten leren leven met af en toe een wolkje rook. De mens rookt al vierhonderd jaar mee. Zwangere vrouwen roken al lang en volwassenen blazen kinderen al eeuwen rook in het gezicht, en toch is de beschaving heel redelijk overeind gebleven.

Rokers hebben een stelsel van regels nodig waarin het recht van anderen die niet willen meeroken wordt gerespecteerd. Je steekt geen sigaret op zonder eerst toestemming te vragen.

Een meer genuanceerde, meer tolerante houding tegenover het tweeslachtige van de tabak zou de mensen die rook haten bescherming bieden, en de anderen de vrijheid laten te kiezen voor het gif van hun voorkeur.

Richard Klein is hoogleraar Franse literatuur aan Cornell University in New York en schrijver van Cigarettes are Sublime.

The Guardian/de Volkskrant

Vertaling José van Zuijlen

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden