Aantijging raakt kant noch wal

Pieter Hilhorst beschuldigt mij ervan (de Volkskrant, 15 maart) dat ik 'tegenstander (was) van een exportverbod naar Irak van grondstoffen die gebruikt konden worden voor gifgassen'. Deze beschuldiging raakt kant noch wal.


In 1983 was ik inderdaad staatssecretaris van Economische Zaken, onder meer belast met de In- en Uitvoerwet. In maart 1984 stelde de VN-Veiligheidsraad vast dat in de oorlog tussen Irak en Iran chemische wapens werden gebruikt. De maand daarna bracht de VS vijf chemicaliën onder de vergunningenplicht, wat neerkomt op een uitvoerverbod. Tegelijk verzocht de VS zijn bondgenoten - waaronder Nederland - hetzelfde te doen.


Op 13 april 1984 bracht Economische Zaken in een spoedregeling elf chemicaliën onder de vergunningenplicht, die 19 april in werking trad. Hilhorst schrijft dat dit ministerie 'juist een exportverbod tegen hield'. Hij moet zich beter informeren.


Op 20 juli 2007 schreef staatssecretaris van Economische Zaken Heemskerk aan de Tweede Kamer: 'Er is in de jaren tachtig (...) geen enkele vergunning verleend voor de uitvoer van chemicaliën naar Irak.'


De gifgasaanval van Saddam Hussein op Halabja, waarvan Nouzad Alwandi - over wie Hilhorst schrijft - het slachtoffer is geworden, had plaats van 15-19 maart 1988, vier jaar na dit uitvoerverbod. Ik wil best een kop koffie met een Iraakse vluchteling drinken, maar niet op basis van een valse beschuldiging.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden