Nieuws Tevredenheid flexwerkers

Aantal oproepkrachten verdubbeld, tevredenheid over werk daalt

Het aantal oproep- en invalkrachten is sinds 2005 bijna verdubbeld van 290 duizend naar zo’n 550 duizend mensen. Tegelijkertijd is de tevredenheid over het werk als oproep- of invalkracht flink gedaald van 80 naar zo’n 73 procent. Dit blijkt uit een analyse van arbeidsmarktcijfers door onderzoeksbureau TNO.

Het aantal oproepkrachten is sinds 2005 bijna verdubbeld, onder hen zijn veel jongeren die in de horeca werken. Beeld ANP

De werknemers die op oproepbasis in dienst zijn, maken deel uit van het groeiende deel flexwerkers onder de beroepsbevolking. Nederland is kampioen flexwerk van Europa – niet iets om trots op te zijn, vinden vakbonden. Het Centraal Bureau voor de Statistiek meldde in februari dat het aantal werknemers met een flexibel contract dit jaar de grens van 2 miljoen is gepasseerd. Tel daar ruim een miljoen zzp’ers bij op en meer dan een derde van de arbeidsmarkt bestaat uit Nederlanders die een flexibele arbeidsrelatie hebben met hun werk- of opdrachtgever.

Onderzoeksbureau TNO dook in de eigen arbeidsmarktcijfers en vergeleek hoe flexwerkers in de afgelopen jaren over hun werk dachten. ZZP’ers blijven in het rapport buiten beschouwing. Het aandeel uitzendkrachten is sinds 2005 min of meer gelijk gebleven, rond de 4 procent van de werknemers, in 2017 een kleine 300 duizend mensen. Maar de andere groepen, mensen met een tijdelijk contract, werknemers zonder vaste uren en oproep- en invalkrachten, zijn bijna verdubbeld, samen zo’n 1,7 miljoen mensen.

70 procent jongeren

Deze mensen werken vooral in de horeca, in de schoonmaak, in winkels en in de zorg. Ze hebben een contract, maar geen vaste uren. Ze werken wanneer de baas ze nodig heeft. 70 procent van de ruim half miljoen oproep- en invalkrachten zijn jongeren tussen de 15 en 25 jaar, ogenschijnlijk vooral scholieren en studenten die naast hun opleiding een aantal uur per week werken in de bediening of achter de kassa.

Terwijl deze groep sterk is gegroeid, zijn steeds minder oproepkrachten en invallers tevreden over hun werk. TNO-onderzoeker Sarike Verbiest ziet twee andere trends die mogelijk daarmee verband houden. Het werk is zwaarder en eentoniger geworden en mensen hebben minder te zeggen over hun werktempo. ‘De fysieke belasting is toegenomen. Uit onze enquêtes blijkt dat oproepkrachten steeds meer te maken hebben met repeterende bewegingen, ze moeten continu hetzelfde werk doen. En ze ervaren steeds minder vrijheid om het werk in hun eigen tempo uit te voeren.’

Een op de vijf oproepkrachten heeft bovendien meerdere banen, vaak om financiële redenen. Mogelijk betreft dit vooral de oudere oproepkrachten en invallers die meer financiële verplichtingen hebben dan studerende jongeren.

Oproepkracht waardeert flexibiliteit

Overigens zijn de meeste oproep- en invalkrachten blij met hun werk en, opvallend, een ruime meerderheid van 62 procent zegt behoefte te hebben aan flexibiliteit. Slechts 17 procent zegt dit type werk te doen omdat men geen vaste baan kon krijgen, dit percentage is de afgelopen jaren gedaald. Flexibele arbeid is niet alleen geliefd onder werkgevers, ook veel werknemers waarderen de vrijheid van een lossere arbeidsrelatie. Heel voorzichtig concludeert TNO in het rapport: ‘Daarmee zouden we wellicht kunnen stellen dat de ‘onvrijwillige’ flexcontracten lijken te zijn afgenomen.’

Juist op het thema flex versus vast staan vakbonden en werkgeversverenigingen lijnrecht tegenover elkaar. De vakbonden ageren tegen de plannen van minister Koolmees van Sociale Zaken om het vaste contract minder vast te maken. De werkgevers uiten felle kritiek op diens plannen om tegelijkertijd flexwerk duurder te maken voor bedrijven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden