NieuwsBoerenbedrijven

Aantal landbouwbedrijven in twintig jaar bijna gehalveerd

De schaalvergroting van de landbouw gaat onverminderd door. Terwijl de afgelopen twintig jaar de productie steeg, is het aantal boerenbedrijven bijna gehalveerd. Dit blijkt uit de voorlopige Landbouwtelling 2020 van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). 

Twintig jaar geleden telde het CBS nog 97 duizend landbouwbedrijven, tegenover een kleine 53 duizend nu.Beeld Peter Hilz

Door een gebrek aan opvolgers dreigt het komende decennium nog eens 30 procent van de resterende 53 duizend boerenondernemingen te verdwijnen. De productie zal naar alle waarschijnlijkheid grotendeels worden overgenomen door de almaar grotere boerenbedrijven die nog overblijven.

Landbouwbedrijven worden steeds kapitaalintensiever. Dit maakt het bij pensionering van de boer steeds lastiger voor zoons en dochters om het geld voor een overname van het ouderlijk bedrijf bij elkaar te krijgen. Ook zijn ze doorgaans hoger opgeleid dan vroeger en kijken ze voor werk vaker verder dan het boerenerf. 

Over de streep trekken

De Europese Unie en het kabinet proberen jongeren op allerlei manieren alsnog over de streep te trekken. Zo trok landbouwminister Carola Schouten bij haar aantreden direct 75 miljoen euro uit voor startende jonge boeren omdat, zo was eind 2017 haar onderbouwing, ‘nog geen 4 procent van alle boeren in Nederland jonger is dan 35 jaar’. 

De inspanningen zijn nog niet terug te zien in de cijfers. Van de boerenbedrijven met een bedrijfshoofd van 55 jaar of ouder heeft 59 procent nog altijd geen opvolger klaarstaan. Het opvolgingsprobleem is bij de kleinste boeren - met een opbrengst tot 25 duizend euro - het grootst. Van de vergrijzende ‘keuterboeren’ heeft 82 procent geen zicht op een vervanger. 

Probleem voor landschap

Dat laatste is een probleem. Niet per se voor de totale landbouwproductie, legt CBS-landbouweconoom Cor Pierik uit, want de kleinste 19 duizend boeren (ruim eenderde van het totaal) zijn samen goed voor slechts 2,5 procent van de totale productie. ‘Maar die kleine gezinsbedrijven spelen wel een cruciale rol in de aankleding en het onderhoud van het landschap’, zegt Pierik. ‘Als daar duizenden van wegvallen, zal dit het karakter van het platteland beïnvloeden.’

Twintig jaar geleden telde het CBS nog 97 duizend landbouwbedrijven, tegenover de kleine 53 duizend nu. De daling vlakte recentelijk wat af. Tussen 2012 en 2016 gingen nog zo’n 12 duizend bedrijven verloren, in de afgelopen vier jaar waren dit er grofweg drieduizend.

Onder de 16 duizend bedrijven zonder opvolger voor het bedrijfshoofd van 55 jaar of ouder zijn de doorgaans kleine schapenbedrijven het minst populair. Niet meer dan 19 procent heeft een opvolger. Melkveehouders hebben het vaakst een opvolger klaarstaan (bijna tweederde van de bedrijven). Het aantal bedrijfsopvolgers in de land- en tuinbouw is het kleinst in Limburg (34 procent). In de provincies Friesland en Flevoland ligt dit percentage op ruim de helft.

Meer over stoppende boeren

In tegenstelling tot veel andere boeren die tegen hun pensioen aanzitten, heeft melkveehouder Gerben Engwerda een jongere boer bereid gevonden zijn bedrijf over te nemen. Wie wil er nog boer worden in onzekere tijden?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden