Aantal huishoudens met laag inkomen groeit niet meer

Het aantal huishoudens met een inkomen op of rond het bijstandsniveau groeit niet meer. Dit blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)....

Van onze verslaggeefster

AMSTERDAM

In de periode 1990-1994 groeide het aantal huishoudens op bijstandsniveau met gemiddeld 35 duizend per jaar. Tussen 1994 en 1995 kwam die teller tot stilstand op 1 miljoen huishoudens. Het aantal huishoudens dat langdurig (langer dan 3 jaar) van een laag inkomen moet rondkomen, groeit nog wel (ruim 430 duizend in 1995).

Mensen met een laag inkomen zijn in 77 procent van de gevallen afhankelijk van een uitkering. Volgens het CBS gingen de meeste mensen met bijstand er in 1995 in koopkracht op vooruit. Ouderen konden bovendien profiteren van de invoering van een extra belastingaftrek. Ook de daling van de werkloosheid in de periode 1994-1995 werkte er aan mee dat de groep minima niet verder uitdijde.

Onder een laag inkomen verstaat het CBS een inkomen van 1550 gulden netto per maand voor eenpersoonshuishoudens, 2100 gulden voor echtparen zonder kinderen en 2570 gulden voor echtparen met één kind (inclusief vakantiegeld en kinderbijslag).

Vooral veel jongeren en ouderen moeten van een laag inkomen rondkomen. Van alle jongeren leeft 36 procent van een minimaal inkomen (exclusief studenten met studiefinanciering). Maar de meeste jongeren weten hun positie te verbeteren als ze ouder worden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.