'Aantal gewelddadige jongeren groeit'

Groot is het aantal projecten om de criminaliteit onder jongeren terug te brengen. Toch voorziet de criminoloog Ferwerda dat de groep zware jonge criminelen groter wordt....

PETER GIESEN; MIRJAM SCHOTTELNDREIER

Van onze verslaggevers

Peter Giesen Mirjam Schöttelndreier

AMSTERDAM

De groep gewelddadige jonge delinquenten blijft onverminderd groeien. Van de jeugd tussen twaalf en achttien jaar is naar schatting 2 procent (ongeveer 23 duizend jongeren) verantwoordelijk voor ernstige delicten. Volgens de criminoloog dr. H. Ferwerda dijt in het nieuwe millennium die harde kern uit naar 3 tot 3,5 procent.

De politie treedt steeds harder op, welzijnswerkers trekken de wijken in en ouders moeten verplicht naar een opvoedcursus. De initiatieven worden wanhopiger en de voorstellen draconischer: kampementen en avondklok moeten de jongeren in het gareel brengen. Toch zullen de media ook na 2000 blijven melden dat het aantal jonge boefjes groeit.

Paradoxaal genoeg is die stijging deels een gevolg van een hardere aanpak. Wie strenger optreedt en actiever opspoort, ziet het aantal delicten vanzelf stijgen. De afgelopen jaren is dat ook gebeurd, aldus Ferwerda. Hij is directeur van het adviesbureau Beke in Arnhem, dat veel onderzoek doet voor het ministerie van Justitie.

Hij heeft geen geruststellende boodschap. 'De jeugdcriminaliteit zal in werkelijkheid niet zo fors groeien als het lijkt, maar ik denk wel dat de delicten harder worden, de daders jonger en dat het aandeel van meisjes toeneemt.'

Ferwerda baseert zijn verwachting op demografische factoren. Het aantal allochtone jongeren zal de komende jaren sterk groeien. Zij zijn sterk oververtegenwoordigd in de jeugdcriminaliteit, vooral op het gebied van geweldsdelicten. Tegenover elke honderd Nederlandse jongeren die met de politie in aanraking komen, staan 180 Turken, 286 Joegoslaven, 300 Surinamers, 465 Antillianen en 480 Marokkanen, blijkt uit een onderzoek van het bureau Van Dijk, Zoomer & Partners. Toename van deze bevolkingsgroepen leidt haast vanzelf tot meer geweldscriminaliteit. Daarnaast ziet Ferwerda nieuwe probleemgroepen: kinderen uit gemengde huwelijken, die het volgens onderzoek slechter doen dan kinderen van twee autochtone ouders, de ama's (alleenstaande minderjarige asielzoekers) en kinderen uit het voormalige Joegoslavië. Ook zijn er signalen dat kinderen die in de jaren zeventig uit de Derde Wereld werden geadopteerd een risicogroep vormen.

Behalve de harde demografische cijfers zijn er ook zachte, culturele factoren die de criminaliteit bevorderen, denkt Ferwerda. 'We leven in een maatschappij, waarin mensen voortdurend op hun prestaties worden afgerekend.'

In een individualistische, prestatiegerichte cultuur kunnen de verliezers het spoor bijster raken, ook al omdat zij minder dan vroeger kunnen terugvallen op de banden van familie en buurt. Ferwerda voorziet dan ook een toename van het aantal jonge psychopaten.

Ten slotte verwacht hij een toenemend gebruik van alcohol en drugs, alsmede een groeiende consumptie van mediageweld. Ferwerda: 'Dat zijn geen oorzaken van geweld, maar ze kunnen bij kwetsbare jongeren wel een katalyserende werking hebben. Vooral het cocktailgebruik van alcohol en drugs maakt mensen onberekenbaar en gewelddadig.'

De overheid beantwoordt deze bedreiging met een lawine van projecten. De straffen worden strenger, het aantal plaatsen in jeugdinrichtingen wordt uitgebreid, via een speciaal traject worden jonge delinquenten aan opleiding en werk geholpen, de aloude streetcorner-worker wordt in ere hersteld, scholen bieden middagprogramma's aan om de leerlingen van de straat te houden en de politie 'adopteert' scholen.

De projecten tuimelen over elkaar heen, maar het effect van die inspanningen blijft vaak onduidelijk. Ferwerda: 'Wij hebben onlangs een inventarisatie gemaakt van 500 projecten. Daarvan bleek 5 procent deugdelijk geëvalueerd. '

Ook E. Oudejans, directeur van de Stichting Jeugd en Gezin Noord-Holland, vindt dat wetenschappelijk onderzoek te weinig oplevert. Ooit verwachtte hij veel van de steeds professionelere diagnostiek en probleem-analyse. Inmiddels weet hij dat verfijnde diagnostiek de probleemjeugd niet aan een beter medicijn heeft geholpen. Alle risico-factoren, van eenoudergezin tot etnische herkomst en sociaal-economische achterstand, zijn nauwgezet in kaart gebracht. Maar een oplossing is niet dichterbij gekomen. 'We zitten wat betreft aanpak nog in de Middeleeuwen', zegt hij.

Oudejans vreest dat in het jeugdbeleid meer oog is voor reorganisatie dan voor inhoudelijke vernieuwing. De bulk van het geld wordt in de nieuw te vormen Bureaus Jeugdzorg gepompt, waarin verschillende instellingen samenwerken. 'Straks hebben we een loket voor de jeugdzorg, maar die bureaus worden snelwegen naar het traditionele: het opbergen van misdadigertjes op zandgrond.'

Oudejans ziet meer perspectief in projecten waarin steun wordt gegegeven aan het gezin en de buurt waarin de probleemjongere leeft. Daarvoor zou de jeugdbescherming moeten breken met de traditie om lastige en delinquente jongeren uit huis te plaatsen in dure instellingen. Nadeel daarbij is dat het jeugdwelzijnswerk in de buurten is afgebroken. Oudejans: 'Maar als de maatschappij bereid is miljarden uit te geven, duw dat geld dan eens de andere kant op.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden