'Aantal asielzoekers is sinds 2002 niet zo hoog geweest'

Door de oorlog in Syrië komen meer vluchtelingen naar Nederland. De reorga-nisatie van asielcentra is net achter de rug. 'We kunnen weer aan de slag.'

Een half jaar was Jan-Kees Goet bestuursvoorzitter toen de wereld veranderde. Hij begon met zijn werk in de veronderstelling dat hij personeel moest ontslaan en gebouwen af moest danken, maar in de zomer al vroeg hij zijn vastgoedmensen iets nieuws te doen: gebouwen kopen. Want de asielcentra zaten vol en zouden nog veel voller lopen. Dit jaar komen er 17 duizend asielzoekers bij - niet alleen Syriërs, maar ook Somaliërs en Eritreeërs. Dat aantal is sinds 2002 nooit zo hoog geweest.


'Mensen die we net hebben ontslagen, bellen we op om te vragen of ze terug willen komen. In Sint Annaparochie was een afscheidsfeestje aan de gang, toen bekend werd dat ze toch open bleven. Heel apart. Het ging eerst heel gelijkmatig, daarom had niemand het echt in de gaten. Maar in de zomer hebben we een haakse bocht gemaakt. We houden er rekening mee dat deze stijging in elk geval tot het eind van het jaar aanhoudt. Dat kunnen we aan.'


En als het er meer worden?

'Daar doe ik maar even geen uitspraken over.'


Jan-Kees Goet is het nieuwe hoofd van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA), dat de huisvesting en begeleiding regelt voor vreemdelingen in de asielprocedure. Dat zijn organisatie meebeweegt met de asielstroom is een gegeven: krimpen en groeien. Maar dat de centra dit jaar zo snel vol zouden lopen komt onverwacht.


'We hebben net een grote reorganisatie afgerond: 14 locaties gesloten, 40 procent van de staf ontslagen, drie etages van dit hoofdkantoor leeggemanaged. Een bezuiniging van 51 miljoen euro. En nu kunnen we weer aan de slag.'


De organisatie siddert nog na van de crisis rond directeur Nurten Albayrak, die het veld moest ruimen na beschuldigingen over haar exorbitante salaris, zonnekoninggedrag en misbruik van de dienstauto, wat leidde tot een fikse ruzie met de minister en ontslag. Over asielzoekers ging het niet meer, wel over de luxe Mercedes E350 die voor het kantoor in Rijswijk was geparkeerd.


Wat voor dienstauto rijdt u?

'Haha! Een saaie donkerblauwe Volvo S80.'


Is de rust een beetje terug?

'We hebben het flink voor de kiezen gekregen. COA-medewerkers zijn betrokken mensen met een idealistische inslag, maar in de media ging het alleen maar over dát. Het echte werk dat we hier doen werd niet gezien en dat stak. Mijn relatie met de ondernemingsraad is constructief, wat dat betreft is de rust teruggekeerd. En dat we weer centra mogen openen en mensen kunnen aannemen, geeft een ander gevoel. De kracht van het COA is bouwen. Binnen een paar weken een plek zoeken, inrichten, mensen opvangen - dan zie je de ogen van de medewerkers glimmen.'


In het voorjaar, zegt hij, zagen ze de aantallen asielzoekers langzaam groeien. 'In de zomer ging het ineens hard. Toen hebben we besloten gesloten locaties weer te openen en om elders capaciteit te huren. Dus zoeken we nu overal naar gebouwen en terreinen waarmee we wat kunnen. '


Waar komt die groei vandaan?

'Dat is lastig te zeggen. Wat Syrië betreft weet je het wel. Die oorlog duurt nu twee jaar. Wat je onder vluchtelingen hoort is: eerst gaan we naar de regionale opvang, maar als je een winter in de Turkse bergen hebt doorgebracht, wil je verder, naar Europa. De meeste Syriërs krijgen een tijdelijke verblijfsvergunning. Gemeenten moeten hen van een huis voorzien, maar dat lukt niet altijd, waardoor ze in asielcentra blijven wonen. Daardoor groeit het aantal mensen dat we opvangen ook.'


Jan-Kees Goet komt van de politie en van de AIVD, waar hij adjunct-directeur was. Bij het COA kijkt hij zijn ogen uit. 'Dit is echt een andere wereld. Letterlijk een andere wereld. Ik zie hier Lampedusa en Syrië terug in kleine Nederlandse dorpen, ik praat met vluchtelingen die enorm veel hebben meegemaakt. Dat is fascinerend. Hoe je ook over asielzoekers denkt: het is voor Nederland heel belangrijk dat we de opvang goed organiseren. Ik ga niet over procedures of wie we wel of niet toelaten. Mijn motto: iedereen is een mens, en met dat mens gaan we aan de slag.'


Dat is een tweede haakse bocht die is genomen. De tijd is voorbij dat asielzoekers zo Spartaans mogelijk werden opgevangen om maar te voorkomen dat ze zich aan Nederland zouden hechten. Studeren of werken was strikt verboden, er werd voor ze gekookt. Maar het is weer de bedoeling dat ze actief meedoen in de centra waar ze wonen: zelf boodschappen doen, zelf schoonmaken, en als het even kan vrijwilligerswerk doen in het dorp. Of zelfs betaald werk, tot op bijstandsniveau.


'Ik heb er geen baat bij als mensen de hele dag door de ramen naar buiten zitten te kijken', zegt Goet. 'Daar worden ze alleen maar depressief van. Je moet ze zo actief mogelijk maken, zodat ze weer krachtig worden en de volgende stap kunnen maken. In Nederland, of in hun eigen land.


'Het is de bedoeling dat ze bijdragen aan de woongemeenschap die ze samen vormen. We vragen ze voor het onderhoud van de groenvoorziening op het centrum, als kinderoppas of kantinebeheerder. We stimuleren ook dat ze als vrijwilliger gaan werken buiten het centrum, daar maken we afspraken over met bijvoorbeeld lokale vrijwilligersbanken. Als een buurthuis iemand nodig heeft, of een voetbalvereniging, dan kan dat. Dat werkt twee kanten op.'


Daarmee bind je asielzoekers toch juist aan hun omgeving?

'Lang was de gedachte dat we ze vooral niet moeten laten integreren. Maar daar krijg je inactieve mensen van. Laat tegelijk glashelder zijn dat ze moeten vertrekken als ze moeten vertrekken. Daar helpen we ze ook bij: we praten met ze: wat ga je straks in je eigen land doen? Ik wil graag dat ze weer brood zien in hun toekomst.'


In het verleden was er vaak weerstand onder de bevolking tegen de komst van asielcentra. Maak dat het vinden van nieuwe plekken lastig?

'Nee, de sfeer is positief. Het gaat soepel en vlot, de gemeenten werken graag mee als we ons melden. In die gesprekken gaat het dan al snel over werkgelegenheid.'


De meeste asielcentra staan in krimpgebieden, hard geraakt door de crisis.

'Precies. Wij hebben daar ook oog voor. Als een gemeente veel werklozen telt, helpen we die graag. In Bellingwolde namen we een huismeester aan die twee jaar werkloos was geweest. Die zei: 'Over het activeren van mensen hoef je mij niets te vertellen.' In zo'n dorp is maar één supermarkt, die krijgt er heel wat klanten bij want onze asielzoekers doen zelf hun boodschappen. Veel plattelandsscholen balanceren op het randje, die kunnen wel wat extra leerlingen gebruiken.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden