Aanslag op Hitler was geen opmaat voor EU

Bij de herdenking van de mislukte aanslag op Hitler zestig jaar geleden, zag EU-voorzitter Balkenende een direct verband met Europese samenwerking....

Bert de Bruin

Tijdens de herdenking van de mislukte aanslag op Hitler op 20 juli 1944 nam Jan Peter Balkenende, trots als een pauw dat hij juist op de zestigste verjaardag van de zo symbolische datum mocht spreken, de rol van Nederland als tijdelijke voorzitter van de EU erg serieus. In zijn toespraak legde hij een rechtstreeks verband tussen de aanslag en de 'totstandkoming en ontwikkeling van de Europese samenwerking en integratie'. Bovendien spraken zowel hij als bondskanselier Gerhard Schr in hun toespraken over 'het andere Duitsland'. Geschiedenis wordt constant herschreven en vervalst, maar wanneer politici dat doen, moeten we extra goed opletten.

Alhoewel het idee van een verenigd Europa deel uitmaakte van de discussies binnen de meeste verzetsgroepen in Europa over de toekomst van hun land na de haast onvermijdelijke val van het nazi-rijk, was Europese eenwording en samenwerking nauwelijks een motief voor hen die ervoor kozen zich tegen Duitsland of Hitler te verzetten. Verzet werd gepleegd om verschillende redenen, waarbij nationalisme, politiek of religieus idealisme, soms ook meedeleven met de slachtoffers van het nazi-regime een belangrijke plaats innamen. In Duitsland bestonden er ook rechts-nationalistische en zelfs extreem-rechtse groeperingen die zich verzetten tegen Hitler. Het verzet binnen het Duitse officierskorps werd vooral gevoed door een sterk nationalisme en het besef dat wat Hitler en de nazi's deden Duitsland ten gronde richtte. Niet voor niets zijn de aan Claus Schenk Graf von Stauffenberg toegeschreven laatste woorden 'Es lebe das heilige Deutschland'.

Vrijwel alle bij het complot betrokken officieren, hadden tot juli 1944 wel degelijk loyaal hun vaderland gediend, iets wat gezien de achtergrond van de meesten onder hen niet verbazingwekkend is. Veel officieren hadden deelgenomen aan de strijd van de Wehrmacht in Polen en Rusland, waar door Einsatzgruppen vaak met medeweten en niet zelden met medewerking van het leger al in 1941 massaslachtingen tegen joden, communisten en anderen werden uitgevoerd. Dit alles maakt hen niet tot mindere helden in hun strijd tegen Hitler en de SS in 1943-'44, integendeel. Meer dan anderen kenden zij de meedogenloosheid van hun tegenstanders binnen het Derde Rijk.

Toch moeten we niet de fout maken om hun politieke en humanitaire gedachten en motieven toe te schrijven die hen hoogstwaarschijnlijk niet tot hun daden hebben gebracht. Het verzet van andere Duitsers die al veel eerder in de oorlog en in sommige gevallen zelfs meteen na het aan de macht komen van Hitler in 1933 actief waren was vaak principir dan dat van de meeste juli-samenzweerders. Dit geldt vanzelfsprekend voor groepen met overwegend joodse leden (Gruppe Herbert Baum) maar ook voor groeperingen zoals Die Wei Rose en Neu Beginnen en personen, zoals bijvoorbeeld Wilhelm Leuschner.

Net als de rechtstreekse band tussen 20 juli 1944 en de Europese Unie is ook het idee van 'een ander Duitsland' een illusie. We moeten weten dat Hermann Gg en Roland Freisler deel uitmaakten van en hetzelfde Duitsland als Dietrich Bonhr en Von Stauffenberg. Aan de ene kant maakt dit bewustzijn de holocaust niet alleen tastbaarder en dus 'menselijker' maar ook onbegrijpelijker, aan de andere kant verleent het, meer dan elk ander historisch besef, de mannen en vrouwen die in Duitsland zelf nee durfden te zeggen tegen , meerdere of alle facetten van de SS-staat een status van bewonderenswaardige helden van vlees en bloed. Ook al zouden sommigen misschien liever in Europese of mondiale termen denken, toch blijven ideeen verschijnselen zoals de nationale staat en vaderlandse geschiedenis nog een belangrijke rol in Europa spelen. Dan is het zinvol om de geschiedenis van ieder afzonderlijk land in haar geheel te beschouwen. Dit geldt niet alleen voor gebeurtenissen en personen in de Duitse geschiedenis. Vichy en de rstance, Henri Philippe Pin en Jean Monet maakten deel uit van hetzelfde Frankrijk, net zoals de Februaristaking, Westerbork, Joop Westerweel en Anton Mussert dat in Nederland doen.

Door een niet bestaand historisch verband op te roepen en een onhistorische tweedeling te suggereren leek het even of premier Balkenende en Bondskanselier Schr zich zestig jaar na dato alsnog bij het verzet wilden aansluiten, of zich er in ieder geval mee wilden associn. De misdaden die in de jaren 1933-'45 begaan zijn waren vooral een zaak van individuele schuld (van duizenden of miljoenen Duitsers, Fransen, Polen, Nederlanders en anderen). Hetzelfde geldt voor de daden van verzet. Iedere daad van verzet was het gevolg van een persoonlijke keuze, vooral ingegeven door karakter en omstandigheden. Van de suggestie of vaststelling van collectieve en post-facto schuld (a Daniel Goldhagen) of eer (Balkenende en Schr) wordt niemand wijzer. Samen met de 'gangbare' oorlogshandelingen en alle meer alledaagse gebeurtenissen uit die jaren vormen bovengenoemde mis-en verzetsdaden de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in elk land afzonderlijk, waarbij de geschiedenissen van Frankrijk, Duitsland, Nederland, Groot-BrittanniBelgit cetera samen de geschiedenis van Europa in de oorlogsjaren vormen. Het is verleidelijk om die geschiedenis met een politiek gekleurde bril te lezen, maar het doet haar onrecht en maakt het haast onmogelijk haar te begrijpen en te waarderen.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden