Interview

'Aanpassing is verleidelijk, maar leidt tot de ondergang'

Aartsbisschop Wim Eijk zal in deze tijden van individualisme en kerksluitingen zijn boodschap niet veranderen om mensen binnen te houden. De waarheid is immers één en onveranderlijk.

Aartsbisschop Wim Eijk. Beeld An-Sofie Kesteleyn / de Volkskrant

Sinds zijn installatie als aartsbisschop, in 2008, resideert Willem Jacobus (Wim) Eijk in het aartsbisschoppelijk paleis aan de Utrechtse Maliebaan: een prachtvol residu van roomse bloei in de 19de eeuw. Binnen passeert hij geregeld het staatsieportret van zijn verre voorganger Hendrik van de Wetering (1850-1929), de eerste hoofdbewoner van het paleis. Eijk moet bekennen dat de aanblik van dat portret bij hem weleens een zekere jaloezie losmaakt.

Want Van de Wetering, naar wie een straat in de nabijheid van de Maliebaan is vernoemd, mocht ruim honderd kerken inwijden. Voor Eijk is dat niet weggelegd. Op hem rust de droeve plicht om kerken te sluiten - 'aan de eredienst te onttrekken'. Vorig jaar sprak hij de vrees uit dat in het slechtste geval van de driehonderd kerken die het aartsbisdom Utrecht op dat moment nog telde er in 2028, als hij met emeritaat gaat, nog zo'n twintig over zullen zijn.

Tegen deze 'toekomstvisie' kwamen - vooral - katholieken met een progressieve signatuur in het geweer. Zij verweten de kardinaal dat hij 'vitale geloofsgemeenschappen' wilde liquideren om een klein verband van orthodoxe gelovigen over te houden. Eijk volstaat met een verwijzing naar de aanhoudende ontkerkelijking en naar de inkomstenderving van de kerk die daarvan het gevolg is.

'Het is niet zo dat ik een masterplan heb voor het aantal kerken dat ik wil sluiten, het is iets dat ons overkomt. Niet iedereen begrijpt dat, maar ik moet pijnlijke dingen doen. Het zou helemaal pijnlijk zijn als ik niets deed, dan blijft er voor de generatie na ons niets over. Gevolg is wel dat ik vaak de kop van Jut ben.'

Eijk ziet zichzelf als hoeder van het depositum fidei - het geloofsgoed dat door de eeuwen heen is overgeleverd. Daarmee kan niet worden gemarchandeerd. Het openhouden van kerken is geen doel op zichzelf.

Dat geloof niet makkelijk is, heeft Eijk (62) ook persoonlijk ondervonden. 'Ik kwam uit een niet-praktiserend gezin. Mijn vader was doopsgezind en hij had moeite met de kinderdoop. Maar mijn moeder heeft die toch weten door te zetten. In 1959 werd ik voorbereid op de eerste communie en toen is bij mij het geloof ontvlamd. Waar velen in de jaren zestig het geloof verloren en steeds verder van de kerk kwamen af te staan, kreeg ik juist een steeds sterkere band met de kerk. Mijn vader heeft zich daar moeilijk mee kunnen verzoenen. Toen ik hem in 1979, na mijn artsexamen, meldde dat ik naar het seminarie ging, raakte hij buiten zichzelf van woede. Hij begreep er helemaal niets van. Drie jaar lang geen contact met elkaar gehad. Later heeft hij wel gezien dat dit voor mij de weg was, en was hij er fier op dat ik bisschop en aartsbisschop werd.'

Hoe heeft u als vurig katholiek de veranderingen in de jaren zestig en zeventig ervaren?

'Ik heb de kerk nog net in haar volle glorie meegemaakt. Mijn parochie in Duivendrecht, mijn geboorteplaats, was vrij klassiek. Op school leerde je nog hoe het zat met hel, vagevuur en hemel enzovoort. Dat werd uitgelegd door mensen die daar volop in geloofden en die dat ook uitstraalden. Ook op de middelbare school in Amsterdam werd eerst echt nog wat aan het geloof gedaan, met catechese en missen op vrijdagmorgen. Maar in 1967 was alles opeens helemaal seculier geworden. Het was alsof een knop werd omgezet. Mijn medeleerlingen ondergingen dat gewoon, maar ik was het met die ontwikkeling helemaal niet eens. Gelukkig kregen we in 1969 in Duivendrecht een pastoor die verkeerde ontwikkelingen gewoon tegenhield, waardoor hij geregeld in conflict kwam met mensen. Hij heeft me geholpen om op het rechte spoor te blijven.'

Is de ontkerkelijking in dit deel van de wereld omkeerbaar?

'Als je naar West-Europa kijkt, krijg je inderdaad de indruk dat de ontkerkelijking niet valt te stoppen. Al helemaal niet in Nederland. Aan de andere kant: deze kerk bestaat al eeuwen. En er zijn wel vaker momenten geweest dat iedereen dacht: het is afgelopen met de rooms-katholieke kerk. In de late Middeleeuwen stond de kerk er heel slecht bij. Maar daar is ze overheen gekomen, vanuit het geloof. In 1798 werd na het uitroepen van de Romeinse Republiek de paus afgezet. Men voorzag het einde van de kerk, maar aan het begin van de 19de eeuw bloeide ze weer helemaal op. Ook in Frankrijk, de bakermat van de Verlichting. Ook na de val van de pauselijke staat in 1870 dachten veel mensen dat het afgelopen was, maar die gebeurtenis heeft ertoe geleid dat het moreel gezag van de paus enorm is toegenomen. Het kan dus altijd heel anders lopen dan je denkt. God laat zijn kerk niet in de steek. Zelfreinigend vermogen is een teken van Gods leiding over de kerk.'

Heeft de kerk haar overleven niet te danken aan haar aanpassingsvermogen?

'Aanpassing aan wat wij denken dat in de maatschappij in de smaak valt, is verleidelijk, maar leidt op den duur tot de ondergang van de kerk. We zagen het in de jaren zeventig, toen werd geprobeerd met aanpassingen van de liturgie zo veel mogelijk mensen binnen de kerk te houden. Uiteindelijk moet je daar altijd de tol voor betalen. Vrijzinnigheid leidt op den duur tot ongeloof.'

Star dogmatisme heeft de kerk toch ook geen goed gedaan?

'We leven in een tijd van extreem individualisme. Dan kun je betreuren, maar het is een gegeven. Het mag geen reden zijn om die dogma's dan maar los te laten. Er zijn gewoon elementen in de leer die onveranderlijk zijn. Die gelden voor alle eeuwen. Dogma's zijn uiteindelijk bedoeld om de persoon van Jezus Christus te leren kennen. Het gaat om de persoonlijke relatie met Christus, om de relatie met een persoon, niet om een abstracte leer. Veel mensen begrijpen dat niet, maar dat is wel de betekenis van dogma's. Mensen zien een dogma als iets dat weinig flexibel is. Dat wordt moeilijk begrepen in een tijd van compromissen sluiten. Tegenwoordig wordt de letter aangepast aan de werkelijkheid, maar er zijn tijden geweest dat mensen de eeuwige waarheid wilden leren kennen.'

Die tijden liggen ver achter ons.

'Het hoogste gebod van de seculiere samenleving is jezelf zijn. Je moet er eigen opvattingen op nahouden. Je eigen mix van religies maken. Je moet je vooral onderscheiden van anderen. Je aanpassen aan anderen of voor de gemeenschap leven, is bijna verraad aan het individu. Dan is het heel moeilijk om een leer te aanvaarden die voor een hele gemeenschap geldt en die ook nog eens voor een gemeenschap bindend wordt verklaard. Maar ik kan me niet voorstellen dat het individualisme op termijn bevredigt. Ooit zullen mensen de grenzen van het individualisme ervaren en andere wegen gaan zoeken.

'Veel mensen voelen toch een religieuze fantoompijn. Ook al zijn ze losgesneden van hun christelijke wortels, ergens voelen ze toch de pijn van het verlies. Ze zoeken vervangende rituelen. Uitvaarten, stille tochten, kaarsen branden: ze zijn een afspiegeling van wat wij in de rooms-katholieke kerk heel sterk hadden. Mensen hebben een natuurlijk verlangen naar iets dat eeuwig blijft, iets dat waar, goed en schoon is. Dat kun je alleen in God vinden. Onze taak is om hen daarvan weer bewust te maken. En soms lukt dat ook, getuige de zeven- à achthonderd mensen in Nederland per jaar die op volwassen leeftijd katholiek worden. Dat zijn vaak mensen die nooit zijn gedoopt, die losgesneden waren van hun christelijke wortels. Je moet altijd met het onverwachte rekening houden, met de voorzienigheid.'

Hoe verhouden die dogma's zich tot de misbruikzaken in uw kerk?

'We houden er een duidelijke, strenge moraal op na met betrekking tot de seksuele ethiek. Daar zijn we rond de misbruikaffaires keihard op afgerekend. Wat echter onvoldoende is belicht, is dat we heel veel hebben gedaan aan bestrijding van seksueel misbruik. We hebben de omvang van seksueel misbruik uitgebreid in kaart gebracht, ook de verjaarde gevallen. We hebben hulp geboden aan mensen die het nodig hebben en een compensatieregeling opgezet, die er in omvang niet om liegt. We hebben preventieve maatregelen getroffen. We hebben laten zien dat we het probleem serieus nemen. Hoewel misbruik niet alleen in de kerk voorkomt, is de indruk gewekt dat elke priester pedoseksueel was. Dat heeft ons wel schade berokkend.'

Nog maar 13 procent van de mensen vertrouwt de kerk.

'Die ontwikkeling was al gaande voordat de misbruikaffaires in de openbaarheid kwamen. Ze hangt samen met de ontkerkelijking, maar ook met de problemen rondom de islam, die aan een anti-geloofsstemming hebben bijgedragen. Overigens is niet antipathie tegenover de kerk ons grootste probleem, maar onwetendheid over de kerk - vaak ook van journalisten. Ze weten niet hoe de kerk in elkaar zit, waar ze voor staat, wat ze uitdraagt. Onwetendheid leidt er ook toe dat fout over ons wordt bericht, met alle gevolgen van dien voor het vertrouwen dat de kerk geniet. Want vertrouwen is tot op zekere hoogte gebaseerd op kennis. En je hebt geen vertrouwen in iets dat je niet kent.'

De media hebben ook de indruk gewekt dat u geen groot voorstander bent van een bezoek van de paus aan Nederland.

'De paus weet dat hij van harte welkom is, maar hij is welkom in heel veel landen. De paus moet dus op een zeker moment keuzes maken. Hij heeft thuis veel te doen en hij is een man die nogal eens kiest voor de periferie. Arme mensen in Afrika, daar ligt wel zijn voorkeur. Tot die categorie behoren wij niet direct.'

Maar als missiegebied zitten we onderhand wel in de periferie.

'Dat zou voor de paus nog een overweging kunnen zijn. Maar een uitnodiging wordt eerst gesondeerd. In alle rust, zodat de paus er ook in alle vrijheid over kan beslissen.'

Onlangs heeft de paus het Heilig Jaar van de Barmhartigheid ingeluid. Wat gaan we daar in Nederland van merken?

'Barmhartigheid verwijst naar de boetepraktijk in de oude kerk: de kwijtschelding van alle straffen die iemand zijn opgelegd vanwege zijn zonden. De paus heeft hierover een heldere brief geschreven waarin hij uitlegt hoe het zit met het vagevuur en de aflaat. In de Augustinuskerk, hier in Utrecht, hebben nogal wat mensen gebiecht na het openen van de Heilige Deur. Er zal catechese worden aangeboden over de zeven geestelijke en zeven lichamelijke werken van barmhartigheid. Op diverse plaatsen in ons bisdom zullen vieringen plaatsvinden met de aanbidding van de Allerheiligste. We hopen op die manier weer een aantal zaken te stimuleren, zoals de kinderbiecht. Die is in onbruik geraakt, maar is nooit afgeschaft. De biecht is een belangrijk middel om de persoonlijke band met Christus te onderhouden en te versterken. Daarom is het goed als mensen al op jonge leeftijd met het sacrament van de biecht kennismaken. Ook zien we dat mensen mondjesmaat weer gaan biechten. Zeker jongeren, want die zijn vaak vuriger in hun geloof. Dat willen we stimuleren. Ik denk dat het Jaar van de Barmhartigheid daar een uitgelezen gelegenheid voor biedt.'

Een man die zijn biecht aflegt. Beeld anp

Is het Jaar van de Barmhartigheid ook geen goede gelegenheid om u met de kritische katholieken te verzoenen?

'Mensen die kritisch tegenover het geloof staan en een aantal dingen van het geloof niet kunnen aannemen, die moet je proberen te overtuigen, tot de waarheid te brengen. Want die is één en onveranderlijk. Je kunt niet met kritische katholieken tot een vergelijk komen door een aantal waarheden ter discussie te stellen. Misschien kan het thema barmhartigheid echte gelovigen en kritische katholieken met elkaar verenigen, tot elkaar brengen. Maar ja, barmhartigheid betekent niet: afdoen aan de waarheid. Dat kan niet.'


Nieuw! Ontvang elke dag de Volkskrant Avond Nieuwsbrief in uw mailbox, met het nieuws van vandaag, tv-tips voor vanavond, en alvast zes artikelen uit de krant van morgen. Schrijf u hier in.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.