Aanpak criminele Marokkaanse jeugd faalt

Rapporten, onderzoeken en goede voornemens om problemen met Marokkaanse jongeren aan te pakken zijn er de afgelopen jaren voldoende geweest....

Van onze verslaggever Henk Müller

Criminele Marokkaanse jongeren vormen een groot probleem, vinden overheid en politie. Veel vaker dan andere jongeren komen ze in aanraking met de politie. In Amsterdam hebben Marokkaanse jongeren ook een slechte naam gekregen als relschoppers. Alle reden voor politie en overheid om de problemen aan te pakken.

Dat blijkt nog niet zo eenvoudig. De politie slaagt er niet in greep te krijgen op de criminele jongeren. De aanpak is versnipperd, er wordt nauwelijks aandacht besteed aan preventie en bij de korpsen zijn maar een paar mensen goed bekend met de specifieke problemen van de groep. Dat constateerden drie antropologen onder leiding van criminoloog dr. F. Bovenkerk precies twee jaar geleden in een rapport voor de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken, H. Dijkstal.

In 1992 hadden Bovenkerk c.s. al een plan het licht doen zien om de criminaliteit onder Marokkaanse jongeren aan te pakken. Vijf jaar later bleek dat de aanbevelingen in de onderzochte steden geen effect hadden gehad. In Amsterdam en Den Haag verdwenen gemotiveerde agenten door overplaatsingen, in Tilburg raakte men maar niet in gesprek met de Marokkaanse gemeenschap en in Dordrecht en Rotterdam was nauwelijks iets gedaan.

Kort na de rellen op het Overtoomse Veld in Amsterdam, een jaar geleden, verscheen een nieuw rapport van een nieuwe commissie: de 'commissie Marokkaanse jeugd'. Voor het eerst bestond zo'n commissie louter uit Marokkanen. In opdracht van het Ministerie van Justitie moesten ze oplossingen aandragen om Marokkaanse criminele jongeren op het goede spoor te brengen.

De betrokken Marokkanen adviseerden dat er zo snel mogelijk een landelijk expertisecentrum moest komen waar politie, Marokkaanse en autochtone burgers informatie konden krijgen. Daarnaast zouden de ouders in de Marokkaanse gemeenschap meer verantwoording moeten nemen voor het handelen van hun kinderen. Tot slot adviseerden ze het opzetten van Marokkaanse interventieteams bij rellen en incidenten. Sindsdien is er echter weinig gebeurd.

Een landelijke expertisecentrum is er niet. Wel heeft de Utrechtse politie een expertisecentrum in Houten opgezet. Daarnaast begon de politie Utrecht, Amsterdam-Amstelland en Holland-Midden in 1998 een onderzoek onder Marokkaanse jongeren.

In een vertrouwelijke notitie schrijft de politie dat zij een 'tekort aan expertise' heeft. 'Het gaat om een gebrek aan deugdelijke, in de praktijk beproefde vakkennis die onderdeel is van het collectieve politiebewustzijn en die over een brede linie betrokken wordt bij het dagelijks werk', aldus de notitie.

Een jaar eerder, in april 1997, had korpschef G. Horstmann van de politie Flevoland ook al geconstateerd dat 'tekortkomingen bij de politie zowel op kennis- als op leidinggevend niveau tot nadenken stemmen'. Hij bepleitte de oprichting van een landelijk expertisecentrum dat zou moeten worden ondergebracht bij het Nederlands Politie Instituut, zodat iedere politieman (ook in opleiding) daar terecht zou kunnen met vragen. Dat instituut is er niet.

Wel zijn er pilot-projecten, die het Ministerie van Binnenlandse Zaken dit jaar is begonnen: in Amsterdam, Almelo, Bergen op Zoom, Enschede, Epe, Rotterdam en Utrecht. Daar wordt onderzocht hoe criminaliteit onder Marokkaanse jongeren moet worden aangepakt. Naar verwachting zal een commissie daarover in 2000 rapporteren.

Volgens secretaris H. El Madkouri van de Marokkaanse commissie is er in meer dan tien jaar 'bitter weinig vooruitgang geboekt' in de aanpak van criminaliteit onder deze jongeren. Er is nauwelijks tot geen samenwerking tussen politiekorpsen, geen uitwisseling van ervaringen en de contacten met de Marokkaanse gemeenschap zijn afhankelijk van welwillende en geïnteresseerde agenten. Zodra ze vertrekken is het afgelopen met die contacten. 'Iedereen moet steeds weer het wiel uitvinden', aldus El Madkoury.

Inmiddels is er één nieuw initiatief van Marokkaanse ouders zelf. In Amsterdam-West gaan veertien Marokkaanse vaders 's avonds en in het weekeinde de jeugd aanspreken op asociaal gedrag. Deze burgerwacht is een initiatief van de moskee Al Umma. Politie, justitie en stadsdeel zijn enthousiast. Ze zien hierin de enige mogelijkheid om, zoals een commissaris zei: 'de permanente veenbrand die naar andere delen van de stad verschuift tegen te gaan.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden