Aankomst

Het is zaterdagnacht, eigenlijk al een beetje zondagochtend: tien voor één in het Centraal Station van Amsterdam. Een harde, maar zorgvuldig articulerende stem meldt via de geluidsinstallatie dat de intercity naar Alkmaar en Zaandam wegens werkzaamheden niet rijdt, en dat de stoptrein niet verder gaat dan Uitgeest....

Het is niet druk in de stationshal. Het Grenswisselkantoor, de Erica Drugstore, de Smullers, de Ako, de Free Record Shop, de Moonflower en de Burgerking zijn gesloten, net als de loketten. Hier en daar hangen groepjes jongens rond, maar ze krijgen voortdurend bezoek van geüniformeerde mannen van het spoor die kennelijk de juiste toon treffen, want er wordt over en weer veel gelachen. Om de zoveel minuten passeert een colonne jongelui uit Amsterdam-Noord: met de pont het IJ over, dwars door het station, ze gingen de stad in, uit.

Om tien over één begint het personeel de deuren van het station op slot te doen. Eerst is de achterkant aan de beurt, daarna ratelen aan de voorkant de splinternieuwe hekken naar beneden. Nergens ontstaan problemen, en een koude rust neemt bezit van de lege perrons, de stilstaande roltrappen en de tochtige gangen. Het wachten is op de Thalys die twaalf uur eerder uit de Franse Alpen is vertrokken.

Zo'n trein die zo laat nog aankomt, er gaat iets magisch van uit. Aan boord bevinden zich geliefden, dat is het mooiste, gezichten die je een tijd niet hebt gezien. Verwachtingsvol staar je vanaf het perron langs de glimmende rails de verte in waar seinen op rood en groen staan. In de overkapping van het station koert een eenzame duif – een spookachtig geluid, zo in de nacht.

De intercom springt aan om nogmaals kond te doen van de werkzaamheden op het traject Zaandam-Alkmaar. De sneltreinen rijden niet, vannacht, en de stoptrein gaat maar tot Uitgeest. Bussen zijn ingezet. Onwillekeurig denk je aan de enkeling die op dit tijdstip naar Alkmaar moet, je ziet hem zitten in de bus. Misschien is het een vrouw. Dan bewegen er lichtjes in de verte en komt de Thalys in beeld.

Nu het hoogtepunt.

Het voorbijglijden en afremmen van de honderden meters lange trein; de tientallen verlichte ramen die passeren, de mensen binnen, de jas al aan en dringend in het gangpad, een kind nog slapend bij het raam, samengepakte lichamen op de balcons bij de deuren, ski's die als vreemde totems boven de hoofden uitsteken, de etensresten en lege flessen in verlaten coupés, even schicht het langs en in die paar seconden kun je je perfect voorstellen hoe de reis was, twaalf uur lang: aangeschoten mannen, jengelende kinderen, schots en scheef slapende medereizigers, het landschap dat buiten voorbij jaagt, de vakantie die in een herinnering verandert.

Dan staat de trein stil.

Onmiddellijk stroomt hij leeg, nergens is een aarzeling te zien: gezinnen, stellen, jong en oud in sportieve jacks, met mutsen op, sjalen op, bepakt en bezakt – in een kleurige optocht gaat het naar de roltrap en naarbeneden, de hal in, waar de mannen van het spoor de hekken openen en de vakantiegangers naarbuiten helpen, de hoofdstad in, de hoofdstad van Nederland, land van klokkenluiders, kliklijnen en Jan Marijnissen. Iedereen lost er moeiteloos in op.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden