nieuws

Aangifte tegen organisatie ‘nazibeurs’: is een gang naar de rechter de oplossing?

Belangenverenigingen Cidi en CJO doen aangifte tegen de organisatie van een Militariabeurs, waar oorlogsproducten uit de Tweede Wereldoorlog worden verhandeld. Volgens de groeperingen zetten de zogenoemde ‘nazibeurzen’ aan tot haat en nijd.

Op een verzamelaarsbeurs in Utrecht werd deze Nazi-propaganda in 2015 te koop aangeboden. De aangifte van het Cidi en CJO is niet tegen deze beurs. Beeld Hollandse Hoogte / Stijn Rademaker
Op een verzamelaarsbeurs in Utrecht werd deze Nazi-propaganda in 2015 te koop aangeboden. De aangifte van het Cidi en CJO is niet tegen deze beurs.Beeld Hollandse Hoogte / Stijn Rademaker

Vorige week legde het BNNVara-programma Kassa met verborgen camera’s vast hoe verzamelaars op een beurs in Houten naarstig handelden in producten zoals dolken met hakenkruizen, SS-insignes en eremedailles met swastika's. Het Centrum Informatie en Documentatie Israël (Cidi) en het Centraal Joods Overleg (CJO) zien daarin een verheerlijking van het gedachtegoed van de Duitse nationaal-socialisten in de Tweede Wereldoorlog. De organisatie bestrijdt dat, en wijst op het educatieve belang van de producten.

Demissionair minister Grapperhaus (Justitie) laat in een reactie aan Kassa weten de verkoop van nazivoorwerpen op beurzen ‘ongewenst en moreel verwerpelijk’ te vinden. Hij gaat ‘graag in overleg’ over verdere stappen tegen de handel.

De Militariabeurs in Houten bestaat sinds 2015. Naar eigen zeggen is het de grootste beurs in Europa op het gebied van militaire attributen. De organisatie zegt nooit tekenen van extreemrechts gedachtegoed op de expo te hebben gezien. Slechts één keer zou iemand de toegang tot de beurs ontzegd, wegens wangedrag.

De Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding, Eddo Verdoner, vindt dat moeilijk te geloven, zegt hij tegen Kassa. ‘Het is naïef te denken dat het hier alleen gaat om een aantal stoffige verzamelaars, zeker ook als je kijkt naar het opkomend extremisme in Europa.’

Linkjes

‘Ik denk niet dat je helemaal kunt uitsluiten dat er linkjes tussen neonazi’s en verzamelaars te vinden zijn’, reageert Kees Ribbens, onderzoeker bij het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies, desgevraagd. ‘Maar ik denk niet dat het de overgrote meerderheid van de geïnteresseerden betreft.’

Volgens Ribbens wordt over oorlogsproducten niet vaak genoeg ‘de fundamentele discussie’ gevoerd: wat willen we er nu eigenlijk mee? Het is in zekere zin arbitrair hoe Nederland met de overblijfselen van de nazibezetting omgaat, constateert hij. ‘Aan de ene kant zeggen we: niet op dit soort beurzen, anderzijds voeren musea actief campagne om dit soort erfgoed te bewaren.’

Lastig aan de discussie is dat het ‘een emotioneel mijnenveld’ is, zegt Ribbens. Als historicus wil hij zo objectief mogelijk naar zowel een jodenster als naar een Amerikaanse soldatenhelm kijken. Tegelijkertijd beseft hij welk leed achter het eerste product schuilt. ‘Dat moet je ook heel serieus nemen.’

Toch betwijfelt Ribbens of een rechtszaak de beste wijze is om het mijnenveld schoon te vegen. Zeker kunnen juridische uitspraken verduidelijken hoe wij in Nederland met naziproducten moeten omgaan, denkt hij. ‘Maar ik geloof ook dat je de zaken meteen enorm op scherp zet. Beter is een bredere discussie met betrokkenen, historici en erfgoeddeskundigen. Voor welke doeleinden bewaren we uiteenlopende oorlogsvoorwerpen en wie mogen zich daarover ontfermen?’

Noot: In een eerdere versie van dit artikel stond dat de Militariabeurs in Houten al 35 jaar bestaat. Dat is onjuist. De Militariabeurs bestaat al langer, maar pas sinds 2015 wordt die in Houten georganiseerd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden