Aangeraakt door JC

Als je iets niet weet, kan het zijn dat het niet is gebeurd. Maar het is gebeurd, ik weet het zeker. Op een zeker moment moet je ervan uitgaan dat je het niet hebt verzonnen, ook al is er geen bewijs. Het moment hoort in de categorie Onvergetelijk. Onvergeeflijk. Onuitwisbaar.

Paul Almering en Johan Cruijff.

Aangeraakt door Johan Cruijff.

Naarmate je ouder wordt, zijn feiten ervoor om aangepast te worden. Maar het is gebeurd, dat weet ik zeker. Ik zie het nu voor me.

Ik zie mezelf staan bij het hek. Hij, de allergrootste, de allerbeste voetballer ooit, beweegt vertraagd, en ik doe niks. Ik blijf staan, versteend.

Ik ruik niks. Ik zie niemand anders om me heen bewegen, praten, schreeuwen, huilen of lachen. Er is geen geluid. Ik kan het geluid erbij bedenken. Ik hoor een bal door de lucht zoeven. Een droge knal op het doel.

Geen selfie

Ik zie geen andere supporters langs het hek, niet eentje. Ik heb geen Ajax-voetbalpetje op. Dat ben ik vergeten.

Ik heb niks bewaard van het moment, en zeker geen selfie. Ik heb geen toegangskaartje van die wedstrijd in een oud sigarenkistje liggen, wel van vele andere wedstrijden. Ik heb een kast met boeken, alleen over hem. Ik heb een oude Hero-reclame op een prominente plek in mijn huis hangen. Ik praat elke dag over hem, zeggen mijn zoons. Hij is de ultieme JC, naast Johnny Cash (JC).

Ik zet mijn fiets altijd in vak 14 in het fietsenhok.

Ik weet dat die aanraking een historische persoonlijke gebeurtenis is en dat heel veel mensen dat hebben, als ze eenmaal door hem zijn aangeraakt, met hem op de foto zijn geweest, of zelf even met hem hebben gesproken. Van alle helden was hij de allerbeste held.

Doodlopende weggetjes

De tegenstander op die dag weet ik nog wel, P.E.C., met puntjes, nog zonder Zwolle. Hij speelt, daar gaat het om. En iemand moet die middag achter 'm aan lopen, want zo gaat het altijd. Hij maakt alles om hem heen anoniem.

Opeens schiet me een uitslag te binnen. Een vreemde uitslag, met veel doelpunten. 6-3, of 7-3, of 8-3. Maar ik zie er geen eentje vallen, maar ook niet een van ons.

Ik weet zelfs niet meer of ik het stadion binnen ben geweest. De eerste suppoost, de trap op, nog een trap op, die pislucht, galmend geschreeuw, verschaald bier. Het moment dat ik het stadion binnenkom, en al die mensen zie, dat prachtige veld.

Ik weet het niet meer. Ik kan me niks bedenken. Ik kam mijn geheugen uit. Een reis door mijn eigen hoofd, en ik zie alleen maar doodlopende weggetjes.

Aanraking

Ik moet dolgelukkig zijn geweest, het gelukkigste jongetje dat ooit heeft geleefd, vervuld van onmetelijke blijheid - en wat er na het moment van aanraking verder is gebeurd, weet ik niet meer.

Ik denk aan die heldere zondag, aan de ontmoeting. Tune in, tune out.

Hij loopt het trainingsveld af, na de warming-up, en ik sta bij de ingang. Hij passeert me links, en zijn rechterhand gaat omhoog - heel snel. Hij moet gelachen hebben, een glimlach minimaal. Hij heeft er zin in. Het is zondag, en hij moet voetballen, en hij is de beste van het veld, en van de wereld, en dat zal hij altijd blijven, als speler, als coach, als JC.

Hij is een zeer belangrijk iemand in mijn zeer onbelangrijk universum. Hij komt een nanoseconde aan mij, en niemand mag ooit nog aan hem komen.

In zijn onsterfelijkheid zweeft hij door het heelal, en raakt mijn planeetje even aan. Een lichtflits, rood en wit. Een wolkbreuk vol champagnepils. Ik hoor de lach van mijn vader.

Het is een heldere dag, en het is een zondag. Ik heb veertien dagen mijn haren niet gewassen.

Beeld anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden