Aangepast onderzoeksrapport is de cultuurerfenis van Ivo Opstelten

Grapperhaus ziet eerste lijk uit de kast vallen

Ambtenaren bij Justitie manipuleerden een onderzoeksrapport over het drugsbeleid om de politieke top te paaien. Minister Grapperhaus staat voor zijn eerste vuurproef: kan hij de spoken uit het verleden verdrijven?

Grapperhaus' voorganger Ivo Opstelten meldt zich in 2013 bij het stadhuis van Maastricht voor een gesprek over coffeeshops. Foto ANP

'Nou Ferdinand Grapperhaus, dat mag wel wat steviger,' twitterde D66-leider Alexander Pechtold woensdagavond kort na een optreden van de CDA'er bij Nieuwsuur. 'Waarom heeft de Kamer niet gehoord dat we een flutrapport hebben gekregen?'

De nieuwe minister van Justitie en Veiligheid - het departement dat al zoveel bewindspersonen verslond - liet een dag later zien dat de hint was aangekomen. Terwijl hij in de tv-studio niet verder kwam dan bezweringsformules als 'dit had niet zo mogen gebeuren' en 'ik ga ervan uit dat dit niet voortdurend speelt', kondigde de CDA'er donderdagmiddag alsnog drie onafhankelijke onderzoeken aan naar zijn WODC, het wetenschappelijk onderzoeks- en documentatiecentrum voor Justitie en Veiligheid (J en V).

Nieuwsuur

Dat instituut zou onafhankelijk moeten opereren, maar Nieuwsuur toonde woensdag aan dat een onwelgevallig wetenschappelijk rapport over softdrugsbeleid onder druk van beleidsambtenaren werd herschreven. Dat gebeurde volgens uitgelekte mails op verzoek van toenmalig minister Ivo Opstelten. Toen een klokkenluider alarm sloeg, leidde dat niet tot een formeel onderzoek naar de misstand, hoewel dat volgens de interne regels mogelijk wel had gemoeten.

Grapperhaus begint nu drie onderzoeken. Is het 'onafhankelijke rapport' van het WODC over softdrugs inderdaad besmet? Komt het vaker voor dat beleidsambtenaren wetenschappelijke conclusies aanpassen aan de politieke realiteit? En is er goed omgegaan met de klacht van de inmiddels gepensioneerde klokkenluider? De minister moet hopen dat hij daarmee voldoende tegemoetkomt aan de zeer kritische Kamerleden die binnenkort met hem in debat willen. Ze vrezen dat ze vaker om de tuin zijn geleid met 'sjoemelrapporten'.

Grapperhaus heeft zo amper een maand nodig gehad om het eerste lijk uit de kast te zien vallen bij het probleemdepartement J en V, voorheen bekend als V en J. Echt verrast kan hij niet zijn. CDA-partijleider Sybrand Buma waarschuwde hem al voor zijn aantreden: 'Dit wordt een spijkerbed.'

Ferdinand Grapperhaus. Foto ANP

Diezelfde Buma toonde zich donderdag begripvol over de kritiek van Pechtold op het aanvankelijke weifelende optreden van Grapperhaus. Buma kan ook moeilijk anders. In de oppositie oordeelde hij het hardst van iedereen over de cultuur op J en V. 'Het ministerie zou de hoeder van de rechtsstaat moeten zijn, maar in werkelijkheid is het gerund als een VVD-partijkantoor', zei Buma vorig jaar nog over de erfenis van de gesneuvelde crimefighter Opstelten.

De VVD-peetvader leidde vanaf 2012 de transformatie van V en J tot een superministerie, waar dankzij de inlijving van het politieapparaat zo'n 100 duizend mensen gingen werken. De keerzijde van de schaalvergroting was dat er voortdurend affaires op de loer lagen - van loslopende tbs'ers tot oude deals met drugscriminelen. Het ministerie zou in die periode geobsedeerd zijn geraakt door het verlangen om gedoe te voorkomen. Al was het maar omdat Opstelten bij elk voorval 'een keiharde aanpak' beloofde in de Kamer. Ambtenaren werden overstelpt met steeds weer nieuwe prioriteiten.

Het sjoemelen met het softdrugsrapport vond ook plaats onder Opstelten. De minister wilde dat er geen legalisering van de wietproductie kwam. De wetenschap was ondergeschikt aan die politieke wens. De klokkenluider bij het WODC kreeg vanaf het begin te horen dat ze 'niet met een ander resultaat kon komen dat wat de minister al aan de Kamer had gerapporteerd'. 'Er moet wel sturing op zitten', was Opsteltens wens.

'Contextualiseren'

Zou dat verlangen er dan niet zijn geweest bij andere gevoelige rapporten die het WODC in die periode schreef? De vanzelfsprekendheid waarmee ambtenaren in de door Nieuwsuur geopenbaarde mails druk uitoefenen op het instituut, roept in elk geval het vermoeden op dat er wel vaker is gesleuteld aan wetenschappelijke conclusies. De directeur van het instituut, Frans Leeuw, was volgens de mails ook bereid om bepaalde uitkomsten te 'contextualiseren', zoals het herschrijven eufemistisch werd genoemd.

Hoe vaak er is gecontextualiseerd, zal mogelijk nooit helemaal duidelijk worden. Grapperhaus beperkt zijn onderzoek naar de ambtelijke invloed op het WODC tot de periode na augustus 2016. Destijds is er een nieuw 'protocol' opgezet om de positie van de wetenschappers te versterken. Grapperhaus wil vooral weten of daarmee voldoende garanties zijn ingebouwd. Op een duik in het troebele verleden zit de CDA'er niet te wachten, maar de nieuwe minister zal er inmiddels ook wel achter dat de oude demonen van J en V zich niet makkelijk laten verdrijven.


Hoe onafhankelijk is onafhankelijk onderzoek eigenlijk?

'Mijn ervaring is dat de waarheid niet bij iedereen een geliefd onderwerp is', twitterde Pieter van Vollenhoven na de onthulling door Nieuws-uur over de druk op het WODC. De voormalige voorzitter van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) is zeker niet de enige met die ervaring. De zweem van politieke druk is nooit ver weg in Den Haag.

Een deel van het probleem is de financiële afhankelijkheid, meent Van Vollenhoven. Het WODC wordt betaald door het ministerie van Justitie en Veiligheid, en hetzelfde geldt voor bijna alle advies- en onderzoeksorganen, van de OVV bij het ministerie van Binnenlandse Zaken tot de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid dat verbonden is aan het ministerie van Algemene Zaken.

De lijntjes rond het Binnenhof zijn zo kort (het WODC is gehuisvest in het ministerie) dat het bijna onmogelijk is om niet te weten waar de politieke wensen van de opdrachtgever liggen. Hoeveel rekening er mee wordt gehouden, hangt af van de rechte rug van het hoofd van zo'n onafhankelijk orgaan én van de machtswil van een minister.

Het WODC is zeker niet het eerste instituut waarvan de objectiviteit in twijfel wordt getrokken. Eerder verscheen er ook al een kritisch rapport over de grote invloed die het ministerie van Volksgezondheid uitoefent op de onafhankelijke Nederlandse Zorgautoriteit.

De ministers hebben bovendien invloed op de benoemingen bij de onafhankelijke instituten. Niet zelden zijn dat personen met een politieke achtergrond. Van Vollenhoven was eerder kritisch over de manier waarop zijn opvolger bij de OVV, de VVD'er Tjibbe Joustra, werd aangewezen. Hij sprak toen van 'een politieke benoeming'.

Veel plezier heeft zijn partij daar overigens niet van gehad. Recentelijk moest VVD-minister Jeanine Hennis van Defensie nog aftreden na een ongemeen kritisch rapport van de OVV over de Nederlandse missie in Mali.

Meer over