Aangename ontmoetingen op Crossing Border

Op het Crossing Border festival, dit weekend in Den Haag had ik de gelegenheid twee mensen te spreken die ik bewonder.

Vrijdag mocht ik in een zaaltje Stuart Murdoch interviewen, een paar uur voordat deze voorman van Belle And Sebastian zijn God Help The Girl project voor het eerst live zou presenteren.

Gelukkig had ik Murdoch al een paar keer eerder gesproken, anders was ik zowaar nog echt zenuwachtig geworden. Hij was allervriendelijkst en vertelde leuk over zijn project. Het verbaasde me hoe relaxed hij was, zo kort voor de eerste van slechts drie voorstellingen die er van God Help The Girl geboekt staan. Ik weet nog wel hoe anders dat in 1998 was.

We waren in september van dat jaar naar Londen afgereisd waar Belle And Sebastian zouden optreden. Dat was toen nog iets heel bijzonders, want ze speelden bijna nooit live. Hun derde album The Boy With The Arab Strap was net uit en de band stond geboekt in Sheperds Bush Empire.

Het zou tot na tienen duren voordat de band eindelijk het podium betrad. Zenuwen, zou Murdoch later als oorzaak noemen. Vooral de toenmalige zangeres Isobel Campbell vond steeds weer een excuus om nog niet op te hoeven. Maar Stuart zelf had het er ook moeite mee.

Met de jaren is de band steeds zelfverzekerder gaan klinken op het podium, en toen ik Stuart vrijdag zag dirigeren, piano en gitaar spelen en, helaas slechts een enkele keer, hoorde zingen kreeg ik ineens weer ontzettende zin in de band.

Nog even geduld, maar naar verluidt gaan ze komend voorjaar weer op pad.

God Help The Girl bleek een meer dan aardig tussendoortje. De drie zangeressen straalden een aangenaam Girl Group sfeertje uit de jaren zestig uit en vooral Catherine Ireton, die op de plaat ook de meeste liedjes zingt, deed het geweldig.

Ik werd er erg blij van. Heerlijk die handclaps in het nieuwe nummer Saturday Night Is The Loneliest Night Of The Week en de vier liedjes van de (nog) niet regulier verkrijgbare Stills EP klonken beter dan ik me herinnerde. Ik kreeg 'm een paar maanden geleden opgestuurd omdat ik van God Help The Girl lid was geworden, maar heb 'm veel minder vaak gedraaid dan het album. Dat zal ik goedmaken.

Goed, het was mooi vond ik, al hoorde ik ook van mensen dat ze het te zoet en truttig vonden. De kritiek die Belle And Sebastian altijd al ten deel viel. Ik kan me er alles bij voorstellen maar deel die mening niet. Kwestie van smaak ook.

Belle And Sebastian zijn de laatste drie woorden uit The Dark Stuff, de aangevulde versie uit 2007 van zijn bundel met een selectie uit zijn journalistieke werk uit 1994.

Kent is geen fan, hij noemt ze moderate musos. En dat verbaast me niet. Te weinig rock 'n roll, zeg maar.

Ik had het hem even moeten vragen misschien.

Er was in elk geval tijd voor want allebei meldden we ons een uur voordat het gesprek op Crossing Border zou plaatsvinden bij de stagemanager van het zaaltje.

Ik zag aan zijn stijlvolle zwarte kledij (Kent stond in de jaren zeventig bekend als de best geklede popjournalist van Engeland, die zich vaak nog extravaganter kleedde dan de David Bowies Mick Jaggers met wie hij verkeerde) dat hij het was en stelde me voor.

Maar wat doe je dan? Ik heb geleerd van televisiewerk toen ik ook wel eens met artiesten tijd doorbracht voordat we gefilmd werden dat je nooit moet praten over waar je het echt over wilt hebben. Dat doe je pas als de camera's lopen.

Maar we hadden nog meer dan een half uur, en ik was gewoon nieuwsgierig naar hem. Hij leek me een beetje stoned, wat bevestigd werd doordat hij zich even excuseerde om buiten 'pot' te gaan roken. 'Dat mag hier toch gewoon?'.

Maar hij praatte in mooie volzinnen. We hadden het over Nick Drake en John Martyn. Op de dag dat hij zijn memoires in de eerste versie af had (in maart verschijnt de autobiografie Apathy For The Devil) hij gebeld werd met de mededeling dat Martyn overleden was.

Het had hem diep geraakt, want hij kende hem goed en bewonderde hem. Het verbaasde hem dat Martyn nooit echt de erkenning heeft gehad van een Nick Drake. Een blad als Mojo had hem gewoon op de cover moeten zetten, vond Kent.

We hadden het ook even over de achteraf moeilijk voorstelbare vriendschap tussen Martyn en Phil Collins. 'Maar', zo zei Kent, 'ik haat Genesis en alles wat Collins daarna deed maar hij is echt de beste drummer die ik ken. Als ik zelf nog eens een plaat ga maken, dan zou ik hem als drummer vragen. That's for sure.'

In het uiteindelijke gesprek praatte Kent nog uitvoerig over Drake en vertelde hij schitterende verhalen over zijn tijd on the road in het zuiden van Engeland met Captain Beefheart And His Magic Band.'Toen die nog echt een Magic Band had.'

Een stel dopeheads die geweldig speelden, dat waren ze toen, maar Don Van Vliet was toen (1972) al volkomen kierewiet en stopte regelmatig om een gesprek met een boom te voeren.

Kent reisde niet alleen met Beefheart mee maar ook met de Stones en in de jaren tachtig met The Smiths.

Hij had natuurlijk het voordeel dat hij alle tijd kreeg. Tegenwoordig mag je blij zijn met een half uur interview in een hotelkamer, in de jaren zeventig mochten journalisten soms wekenlang met een band op tournee.

Maar Kent kon ook geweldig schrijven, laten we dat niet vergeten. Ik herinner me zijn stukken over The Smiths ook nog wel. Vooral die prachtige recensie in de Melody Maker van The Queen Is Dead, en uit hetzelfde jaar 1986, van Costello's King Of America. Hij schreef volgens mij toen al niet zo veel meer, maar zijn helden waren dezelfde als die van mij.

Schitterend is ook zijn, in The Darks Stuff herdrukte, dubbelportret van de Happy Mondays en de Stone Roses in het januari nummer van 1990 van The Face, een van de weinig tijdschriften die ik bewaard heb.

Al twintig jaar woont Kent echter in Parijs en duikt zijn naam in de Britse media nog maar zelden op. Hij volgt het allemaal nog wel, vertelde hij me, maar weinig nieuwe artiesten interesseren hem echt: Rufus Wainwright misschien en Thom Yorke met wie Kent nog wel eens contact heeft 'omdat hij een fan is van Costello en The Smiths, van wie hij weet dat ik ze vaak ontmoet heb.'

Pas nog zag hij voor het eerst in meer dan 20 jaar Morrissey weer eens optreden, in Parijs. Kent was verbaasd hoe goed Morrissey bij stem was ('ik heb shows van The Smiths gezien waar hij veel slechter zong'), en vond de band 'lekker hard'.

Gesproken hebben ze elkaar niet. Kent was er incognito.

Een half uurtje off the record Nick Kent en een half uurtje met publiek bleek nog veel te kort. Hij bleek een groot verteller die nog makkelijk een uurtje door had kunnen gaan.

'I could tell you stories about Nick Kent that would uncurl the hair in your afro', heeft Morrissey ooit over hem gezegd.

Ik geloof het.

Ik ben heel benieuwd naar zijn autobiografie die hopelijk vol met anekdotes staat. En ik zou wel meer van hem willen lezen. De moderate musos interesseren hem alleen niet zo veel meer, en daar kan ik wel inkomen.

Maar zijn The Dark Stuff blijft een meesterlijk boek. Hij zegt erin dat zijn hard-drug gebruik 'practically ruined my talent as a writer.' Daar valt weinig van te merken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden