Aangeharkte oorlogstuintjes

Terwijl 250 Syrische vluchtelingen in Nederland aankomen, leggen achterblijvers tuintjes aan in de kampen. Henk Wildschut fotografeerde ze.

In Syrië was Abdel al Razaq boer. Hij bezat 2 hectare land in de zuidelijke grensregio Deraa. Je moet hem niet vragen hoe zijn grond er nu bij ligt. Anderhalf jaar geleden viel er een bom op zijn huis. Boem, alles weg. Een van zijn dochters overleefde de aanslag niet, een andere dochter verloor haar beide benen.


Nu woont Abdel met zijn gezin in Al Za'atari in Jordanië, het grootste vluchtelingenkamp van het Midden-Oosten. Dit kamp, gerund door UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties, ligt hemelsbreed nog geen 12 kilometer van de Syrische grens, in de woestijn. Twee jaar geleden werd het ingericht als tijdelijk onderkomen voor honderd ontheemde families. Tegenwoordig is het de vierde stad van Jordanië, met rond de 84 duizend officieel geregistreerde inwoners. In tenten en portocabins maken ze het dagelijks leven zo dagelijks mogelijk. Er zijn duizenden winkeltjes, twee grote supermarkten met cola, aanbiedingen en winacties en shoarmaboeren.


En tuintjes, viel fotograaf Henk Wildschut op toen hij in april twee dagen in Al Za'atari was. In de zomer van 2011 zag hij ze ook al in Shousha, een vluchtelingenkamp in Tunesië. Toen veronderstelde hij dat dit improvisatietuinieren alles te maken had met honger en de wens onafhankelijker van de voedselvoorziening te zijn.


Ook Abdel verbouwt uien, koriander en peterselie. Meer krijg je niet uit de woestijngrond, die ongeschikt is voor landbouw. Te hard, te zout. In een emmer heeft Abdel een vijver gemaakt waarin twee eenden, nou ja, een soort van zwemmen. Hij houdt ook duiven. Omdat hij behoefte heeft aan afleiding en een beetje groen in de stofwolken. Met hem vele andere kampbewoners, die bij wijze van win-win- situatie de was boven hun planten laten drogen.


Onlangs kreeg fotograaf Wildschut een mail van een Amerikaanse professor in landschapsarchitectuur, Kenneth Helphand. In 2006 verscheen van hem een boek over deze vorm van provisorisch tuinieren met centraal de vraag: hoe komt het dat je zelfs in oorlogsgebieden keurig bijgehouden tuinen tegenkomt?


De groenstrook van Abdel is een voorbeeld van wat Helphand defiant gardens noemt: tuinen gecreëerd in extreme sociale, politieke, economische of culturele omstandigheden. Het zijn decoratieve verzetjes. Iets laten groeien is bezigheidstherapie. Maar, zo schrijft Helphand: meer nog staan ze voor het menselijk vermogen zich aan te passen aan moeilijke omstandigheden. Een oorlogstuin is een stukje getrotseerde rottijd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden