Aan pret ten onder

Pesten op school, geweld op het voetbalveld en losgeslagen jongeren tijdens een straatfeest in Haren. Het zijn geen incidenten meer, schrijft hoogleraar pedagogiek Aryan van der Leij aan zijn moeder. De cultuur van leuk en gelukkig is doorgeschoten naar lust en overlast.

Lieve moeder,

Jij bent nu 25 jaar dood en dat is maar goed ook. Geboren in 1904 zou je versteld staan van de wereld waarin we tegenwoordig leven. Of liever gezegd: wat de mensen ervan gemaakt hebben, daarbij een flink handje ge-

holpen door de welvaart en de moderne technologie die in jouw tijd nog niet bestonden. Dat is het sterkst zichtbaar in wat ik ben gaan beschouwen als de 'pretparkgeneratie', de kinderen en jongeren die geboren zijn na, zeg, 1990.

Tijdens een bezoek aan de Efteling viel me die term in. Een pretpark is gericht op het bevredigen van de behoefte aan plezier, afgestemd op kinderen die er hun grenzen mogen verleggen en het is veilig afgeschermd van de boze buitenwereld. Het voorziet in vermaak in een overmaat aan vrije tijd, gaat gepaard met een hoop herrie en opwinding en af en toe frustratie in de wachtrij - drie kwartier vanaf hier! Met zo'n pretpark is op zichzelf niets mis, behalve als je het als model voor het hele leven gaat zien. Dan ontstaat de illusie dat de wereld van volwassenen een verlengstuk is van die van de jeugd. Je wordt ouder, maar verder blijft de pret je leven beheersen. Eigen plezier najagen en grenzen verleggen worden opgerekt tot levensmotto.

Waarom vertel ik dit aan jou, lieve moeder? Waarom ben jij de uitgelezen persoon om te schrijven wat er de afgelopen tijd is veranderd? Geboren in het begin van de vorige eeuw, zou jij geschokt zijn door de vele uitingen van grenzeloos gedrag die je nu om je heen ziet. Jouw wijsheid werd gevormd door ervaringen met een lange reeks oorlogen en crises en de vijf kinderen die je kreeg. Boven op de burgerlijke opvattingen die je van huis uit meekreeg, hebben die ervaringen jouw normbesef gestaafd. Er was een duidelijk onderscheid tussen 'dingen die je doet' en 'dingen die je niet doet', en dat vormde de basis van de manier waarop mensen met elkaar omgingen. Kinderen die grenzeloos gedrag vertoonden - en die waren er zeker - werden op hun gedrag aangesproken, ook kinderen van anderen. Dat respect tonen van belang is, hoefde niet te pas en te onpas geroepen te worden, want dat sprak vanzelf.

Aanspreken: tegenwoordig zijn de uitingen van grenzeloos gedrag zo veelvuldig dat er geen beginnen meer aan is. Het zijn ook geen incidenten meer, maar symptomen van een langzamerhand stevig verankerde cultuur.

Waar je dat aan ziet? Veel kinderen krijgen, op steeds jongere leeftijd, steeds grotere vrijheden waaraan ze steeds langer blijven vasthouden, tot ver over hun houdbaarheidsdatum als kind heen. Ze worden verwend en weinig beperkt door regels. Gevolg is dat Nederlandse peuters en kleuters op Franse campings tot de luidruchtigste van Europa behoren. Op oudejaarsdag zorgen jongens en jongemannen voor steeds meer hinder en schade door vuurwerk. Vakantie-oorden als Terschelling, Chersonissos en Lloret de Mar worden met regelmaat onveilig gemaakt door bezopen Nederlandse jongeren, dat is zelfs onderwerp van amusementsprogramma's op tv. Overlast door overmatig drankgebruik en gewelddadigheid in de publieke ruimte zijn gemeengoed geworden. Maar ook in andere opzichten wordt gedrag extremer, het lijkt wel of er een proces van uitvergroting plaatsvindt. Zo zijn er steeds meer kinderen die lijden aan obesitas en neemt het aantal gevallen van adhd gestaag toe. Sinds de internet-computergames op de markt zijn gekomen, zijn er, vooral onder jongens, flink wat verslaafden. Er zijn steeds meer meldingen van terreur van jongeren in stadswijken.

Je vraagt je misschien af of, met het afnemen van de welvaart, de grenzen bereikt zijn. Aangeleerd gedrag leer je echter niet zomaar af. Recente gebeurtenissen laten dan ook zien dat de rekening van het opgroeien in de pretparkcultuur nog lang niet betaald is. Een paar maanden geleden werd een vader die als voetbalgrensrechter optrad door jongens doodgeschopt. Terwijl de shock over dit incident nog na-ijlde, stond geweld op voetbalvelden en op straat alweer week in week uit op de voorpagina. Er waren zelfmoorden die waarschijnlijk samenhingen met een historie van gepest worden. Maar er was één gebeurtenis die, hoewel er geen doden vielen, op massale wijze demonstreerde wat ik wil beweren: in september 2012 liep een onofficieel straatfeest in idyllisch Haren volkomen uit de hand. Hoe dat eruit zag, is met geen pen te beschrijven, maar dankzij de moderne middelen is er filmmateriaal genoeg om te bekijken. Moeder, de nationale verontwaardiging was enorm en de schuldigen werden door de media snel aangewezen. Dat waren de 'losgeslagen jongeren', de meesten met flink wat alcohol op.

De onderzoekscommissie onder leiding van Job Cohen kwam tot een heel andere conclusie: de schuld lag hoofdzakelijk bij het falende gezag. Vergoelijkend werd geconstateerd dat de raddraaiers 'heel normale jongens' waren die de impulsen van hun nog niet toerekeningsvatbare puberbrein volgden. Nauwelijks een kwaad woord over hen en dus ook niet over hun opvoeding en ouders. Over de 'feestcultuur' en het bijbehorende zuipen werd ook laconiek gedaan: die horen nu eenmaal bij deze tijd. De term yolo dook op: you only live once. Die verklaring kon op de instemming van heel wat hoogwaardigheidsbekleders rekenen - voorzitter Cohen en minister Opstelten voorop. Typisch iets voor jongeren van nu, die moeten de ruimte krijgen voor wat hun brein hun ingeeft.

Nog afgezien van de vraag of degenen die wegens vandalisme opgepakt werden wel zo normaal waren - van de 106 jongens had minstens de helft problemen thuis, op school of op straat - en los van het feit dat het gezag wel heel onbeholpen acteerde, sprak uit die conclusies ook een hoop onbegrip. Het brein is immers ook maar een speelbal van de wisselwerking tussen aanleg en omgeving. Wat over het hoofd werd gezien, is dat niet het brein met zijn uiterst trage evolutie maar de omgeving de laatste tientallen jaren drastisch is veranderd. Het ligt dus meer voor de hand om, tegen de heersende mode in, niet het brein maar de omgeving de schuld te geven. Dat laat zich ook raden: yolo wordt immers niet alleen aangehangen door de huidige jongeren, maar ook door veel ouderen, misschien niet allemaal even actief als vroeger maar op zijn minst gedogend. Dat zie je bijvoorbeeld aan hoe tolerant ouders zijn in het toestaan van alcoholgebruik.

Deze jongeren groeien op in de pretparkcultuur die hun ouders hebben geschapen. Het feit dat er steeds meer incidenten zijn, is meestal te herleiden tot de regels die ouders hebben gesteld. Of liever gezegd: níét hebben gesteld en die de kinderen dus níét hebben geleerd. De huidige opvoeders lijken behept met twee gedachten: mijn kind moet gelukkig worden en ik wil jong en jolig blijven. Lijkt me dubbel yolo! Overlast? Of die ouders dat gedrag nu willen of niet, één ding is zeker, voorkómen doen ze het zeker niet. Dat duidt op een chronisch gebrek aan opvoeden.

Onderontwikkeld geweten

Is er aan die cultuur niets te doen, vraag je je misschien af, moeder. Laat ik vooropstellen dat ik niet wil beweren dat het vroeger allemaal beter was, en al helemaal niet dat we terug zouden moeten keren naar de benepenheid van de jaren vijftig. Dat zou, gegeven de verworven individuele vrijheid en de pijlsnelle ontwikkeling van de massamedia, internet en sociale media, ook absurd zijn. Wat ik wil laten zien, is dat de cultuur van leuk en gelukkig wel erg is doorgeschoten naar lust en overlast die het samenleven bemoeilijken. Het zou helpen als ouders hun neiging tot toegeven en verwennen temperen en meer regels aan gedrag stellen die niet alleen met het hier en nu, maar ook met de toekomst te maken hebben. Het gaat er immers om dat hun kinderen als volwassene een positieve bijdrage leveren aan de maatschappij. Nu lijkt de gedachte te overheersen dat kinderen zelf wel kunnen bedenken hoe ze zover komen en dat ze, desnoods, elkaar wel zullen opvoeden. Daar heb je echter een geweten voor nodig, en een geweten, dat leer je niet van leeftijdgenoten of van verwennende ouders.

Begrijp me goed, het is ook niet zo dat het altijd misgaat, er gingen meer jongeren niet dan wel naar Haren en slechts een kleine minderheid van de feestgangers gooide met stenen. De meeste ouders lijken van goede wil, en, toegegeven, ze hebben het niet gemakkelijk vandaag de dag. De digitale communicatiemiddelen scheppen een jongerencultuur waar ze moeilijk greep op krijgen. Bovendien kun je je afvragen of ze goed zijn voorbereid op het ouderschap.

Grenzen verleggen

Vaak zijn ze zelf door hun ouders min of meer aan hun lot overgelaten, want die waren vooral druk met zich los te maken van de autoriteiten, de kerk en de zuilen en met het ontwikkelen van hun eigen identiteit. Dat proces is vanaf de jaren zestig in versneld tempo ingezet, te beginnen met de babyboomers die toen jong waren en nu tot de grootouders behoren. In zo'n beweging, overgedragen van generatie op generatie, past natuurlijk niet dat je je al te autoritair opstelt. Onderhandelen doe je, maar verbieden zo weinig mogelijk. De ouders van nu hebben van hun ouders meegekregen dat ruimte geven en grenzen verleggen positief zijn. Dat impliceert het geloof dat kinderen zelf tot moreel besef komen. In de vrijheid van 'alles moet kunnen', zouden ze gaan bedenken dat beperkingen noodzakelijk zijn: de mens is in die visie immers in aanleg goed.

Kijk naar het nieuws en je weet beter.

Wat je om je heen ziet is niet verfijnder en verlichter, maar grover en egocentrischer, dus die ideeën zijn geen goede voedingsbodem voor het geweten gebleken. Vooral de sociale kant daarvan moet worden aangeleerd als remming op de directe bevrediging van individuele behoeften ten gunste van inleven in de ander. Dat wordt opgebouwd door socialisering: je leren aanpassen aan het samenleven met je naasten, de gemeenschap en de maatschappij. Dat gaat niet vanzelf, het wordt je bijgebracht door de juiste ervaringen en modellen en is het product van jaren opgevoed worden.

Gelukkig zijn er veel jongeren bij wie dat lukt. Je kunt aannemen dat hun moreel besef is opgebouwd door de opvang in verschillende sociale vangnetten. Ouders en andere betrokkenen - familie, buurtgenoten, leraren, begeleiders, vrienden/vriendinnen, jongerenwerkers - zijn essentieel in de ontwikkeling van morele groei. Te vaak missen kinderen echter de noodzakelijke structuur en ondersteuning, waarvan de gevolgen vrijwel dagelijks zichtbaar zijn. Het wordt voor alle betrokkenen tijd om eens kritisch te kijken naar de huidige opvoedingscultuur en hun eigen rol daarin. Waar dat nodig is, zou het beleid vangnetten kunnen opzetten en ondersteunen en dus niet afbouwen zoals met het jongerenwerk gebeurde. Misschien wordt de volgende generatie dan geen pretparkgeneratie.

Lieve moeder, je vraagt je misschien af of ik niet een beetje overdrijf. Dat dacht ik eerst ook, maar nu er in korte tijd zoveel gebeurtenissen zijn geweest waarin grenzeloze, losgeslagen of radeloze kinderen en jongeren de hoofdrol speelden, ben ik er niet meer zo zeker van. Het is jammer dat wij er niet meer over kunnen praten want ik had graag jouw mening gehoord over wat zich voor onze ogen ontvouwt: Nederland pretparkland.

Laatste kus,

je liefhebbende zoon

Aryan van der Leij

VADER

kinderwereld model

De pretparkgeneratie van Aryan van der Leij (1946) verschijnt 16 april. De kinderwereld is voor moderne ouders tot model verheven, betoogt de emeritus hoogleraar en vader van twee generaties kinderen. Opvoeden moet vooral leuk blijven.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden