‘Aan merendeel tbs-gevallen gaat verwaarlozing vooraf’

Veel tbs’ers hadden voor hun misdrijf contact met een hulpverleningsinstantie. Volgens Jaap van Vliet, die vrijdag in Tilburg promoveerde, kan veel leed worden voorkomen door probleemgevallen niet aan hun lot over te laten....

De meeste criminelen die zijn veroordeeld tot tbs, zijn voordat ze hun delict begingen al eens behandeld in een instelling van de geestelijke gezondheidszorg (GGZ). ‘Van de tbs’ers heeft 60 tot 70 procent een GGZ-verleden’, zegt Jaap van Vliet, die vrijdag aan de Universiteit van Tilburg promoveerde op een onderzoek naar de tbs in zijn maatschappelijke context.

Volgens Van Vliet hebben de veroordeelden eerder in een psychiatrisch ziekenhuis gezeten of in de crisisopvang, de verslavingszorg of de jeugdzorg. In de meeste gevallen werd het contact met de hulpverlening verbroken. Soms omdat de cliënt het voor gezien hield, soms omdat de instelling de persoon onbehandelbaar verklaarde.

Van Vliet, die jarenlang werkte in de reclassering en de forensische (strafrechtelijke) psychiatrie, meent dat mensen met een ernstige psychische stoornis aan hun lot worden overgelaten. Hij kwalificeert dit als ‘geïnstitutionaliseerde verwaarlozing’.

Die verwaarlozing brengt grote maatschappelijke risico’s met zich mee. ‘Ik ben een dossier van iemand tegengekomen die met tussenpozen zestien jaar contact heeft gehad met de GGZ. Vanaf zijn 10de zat hij al in de hulpverlening wegens gedragsproblemen. Hij was seksueel misbruikt, had ADHD, gebruikte later cannabis en cocaïne, zat al in het speciaal onderwijs, maar werd zelfs daaruit verwijderd vanwege agressief gedrag.’

Volgens Van Vliet is de hulpverlening gestopt, omdat hij moeilijk behandelbaar was vanwege zijn agressieve gedrag. ‘Die man komt in een vacuüm terecht. Je moet niet gek opkijken als iemand dan in de fout gaat. Uiteindelijk is hij veroordeeld tot een celstraf plus tbs, wegens poging tot doodslag.’

Van Vliet vindt dat mensen met een psychische stoornis beter in de gaten moeten worden gehouden. Hij pleit voor een meldingsplicht. ‘Als je zulke risicovolle patiënten behandelt, en iemand blijft weg of het contact wordt om een andere reden verbroken, meld het ergens. Laat ze niet zomaar gaan.

‘Creëer een meldpunt, bijvoorbeeld bij de Forensisch Psychiatrische Dienst.’

Hij is ervan overtuigd dat een aantal ernstige delicten zeker kan worden voorkomen als de hulpinstellingen ‘zorgvuldiger met mensen omgaan’.

‘In Amsterdam zwerven enkele honderden daklozen over straat. Die vormen een risico. Ik heb het niet over opsluiten. Maar vang ze op en geef ze op de een of andere manier zorg. Doorbreek de grote stroom van narigheid en wacht niet tot ze een ernstig delict plegen.’

Van Vliet onderstreept het belang van goede nazorg. Niet in de laatste plaats op basis van zijn ervaringen bij de reclassering. ‘Ik had met iemand twaalf jaar na zijn tbs nog contact, soms intensief. Op een gegeven moment overhandigde hij me een fileermes. Hij zei dat het niet goed met hem ging en dat hij een probleem had met zijn buurman. “Ik geef je dit fileermes maar even, want je weet maar nooit’’.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden