'Aan makelaars in cynisme hebben we niks'

Op zoek naar het humeur van het land in de aanloop naar de lokale verkiezingen. Vandaag het laatste woord vanuit Venlo aan burgemeester Bruls....

Door Raoul du Pré

‘Mijn humeur? Uitermate zonnig! Ik ben trots op deze stad. Op de gemeenschapszin, het rijke verenigingsleven, het dorpse karakter dat je nog terugvindt in veel stadsdelen. Ik prijs mij gelukkig hier burgemeester te zijn.’

Zo. Dat wilde Hubert Bruls, CDA-burgemeester van Venlo, eerst even kwijt nadat ook hij de afgelopen dagen via krant en tv kennis nam van de zorgen en ongenoegens van zijn stadgenoten in het stadsdeel Blerick. Er werd geklaagd over onveiligheid, verloedering, onbegrip, anonimiteit, overlast van hangjongeren en de taal- en cultuurverschillen met de migranten.

En dáár zit ook het smetje op Bruls humeur. ‘Laten we het wel in de Venlose verhoudingen zien. Het is hier geen Rotterdam of Amsterdam. We hebben geen getto’s. Maar ook ik zie de scheurtjes die her en der in de samenleving ontstaan, óók in Venlo.

‘Het is allemaal wel te verklaren. Mensen zijn niet meer zo gebonden aan hun buurt als vroeger. Ze doen hun boodschappen elders, zitten vaak op verenigingen buiten de buurt. We zitten te chatten met mensen op Vuurland maar kennen onze eigen buren niet meer. Dat is een bedreiging voor de samenhang. Als je elkaar niet meer kent is elk punt van overlast er één te veel.

‘Het is de keerzijde van de individualisering en de emancipatie. We zijn op onszelf teruggevallen. We dachten anderen niet meer nodig te hebben. Maar een wereld die je niet kent, wordt al snel heel bedreigend. Daarbij geef ik de mensen gelijk dat de toestroom van nieuwkomers in sommige buurten te snel en te massaal is gegaan. Bewoners hebben de tijd niet gekregen om aan elkaar te wennen.

‘Als je in twee jaar tijd de enige nieuwkomer bent in een straat, heb je kans om opgenomen te worden in de buurt, ook als je geen Limburger bent. Maar als er hele groepen tegelijk komen met een andere cultuur, die bovendien de taal niet spreken, ontstaat al snel grote irritatie als er iets vervelends gebeurt. Andere steden hebben daarin het slechte voorbeeld gegeven. Zo ver mag het hier niet komen.

‘Dat dient het stadsbestuur zich aan te trekken. We moeten daar creatiever in worden. We gaan praten met de woningcorporaties over de verdeling van de woningen. Hoe zorgen we voor betere spreiding? Zitten er niet te veel kansarmen bij elkaar?

‘Maar daarbij verwacht ik ook veel van mijn burgers. Als zij het niet oppakken, hoe moet de politiek het dan doen? Als je klachten hebt over je buren, of ze nu Turks zijn of Blericks, en je hebt nog nooit met ze gesproken, dan kan ik er wel een agent of een buurtbemiddelaar op af sturen maar dat zal dan echt niet helpen. Soms is het nuttig om gewoon eens bij elkaar aan te bellen. Natuurlijk treden we op als mensen zich misdragen. De zwakken mogen niet de dupe worden van malloten die de buurt terroriseren. Maar als je elkaar niet ziet en toch een oordeel over elkaar hebt, dan ben je om te beginnen zelf aan zet.

‘De wereld verandert. Iedereen heeft de keus. Blijf je sikkeneurig voor je breedbeeldtelevisie zitten kankeren over de buurt en de jongeren en de gemeente die niks doet? Of pak je je eigen rol en verzin je zelf een antwoord? Er wordt tegenwoordig iets te snel met het vingertje naar de overheid gewezen. Van kiezers wordt meer verwacht dan alleen eens per vier jaar de gang naar het stemhokje. Deze stad komt alleen vooruit met mensen die iets willen.

‘Ik ben een makelaar in hoop. Dat zouden alle politici moeten zijn. Aan makelaars in cynisme hebben we niks. Ik bestrijd niet dat Wilders hier veel stemmen zou hebben gekregen. Zijn aanhang is groot. Hij speelt bijzonder handig in op de onvrede en de onzekerheid. Daarom is het zo jammer dat hij niet meedoet. Hij laat zijn kiezers rechts liggen. Heel veel ergernissen blijven nu onder de oppervlakte. Ik geloof niet dat hij de oplossingen heeft, maar nu kunnen we hem daarop ook niet beoordelen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden