Reportage Jemen

Aan het front bij ‘onze mannen’ in het door oorlog verscheurde Jemen

De frontlijn van de oorlog in Jemen, waar volgens de VN de ergste humanitaire ramp ter wereld plaatsvindt, blijft doorgaans uit het zicht. Ana van Es rijdt op de bijrijdersstoel naar de strijders wier kant ook Nederland nadrukkelijk kiest. 

Vluchtelingen hebben een schuilhutje gemaakt in een vluchtelingenkamp. Beeld ESSA AHMED/ AFP

Zakje groene qatbladeren in de ene hand, kalasjnikov in de andere, en zo vertrekt bataljonscommandant Fouad Mahmoud naar het front. Zijn mannen in de pick-uptruck dragen hun eigen mondvoorraad van de opwekkende bladeren mee. Qat kauwen is in Jemen de gewoonte, ook in oorlog. Met groengekauwde tanden legt Fouad uit: ‘In Europa drinken jullie wijn.’

Fouad is een visser. Als hij geen dienst heeft, gooit hij zijn hengel uit aan het strand aan de Rode Zee, pal tegenover de legerbasis. Om te vergeten dat hij nu al jaren aan het vechten is in Jemen, in een conflict dat door de Verenigde Naties (VN) wordt omschreven als de ergste humanitaire ramp ter wereld. Fouad vocht de hele Rode Zee-kust langs. ‘Dat waren geen serieuze oorlogen,’ zegt hij. ‘Maar dit wel. Dit is een heel serieuze oorlog.’

Nu is hij gelegerd bij Hodeida, de havenstad aan de westkust van Jemen. Een coalitie geleid door Saoedi-Arabië vecht hier tegen de Houthi’s, een groepering die een groot deel van Noord-Jemen inclusief de hoofdstad Sanaa in handen heeft. In Hodeida staan volgens de VN de levens van een kwart miljoen burgers op het spel. Voordat Fouad in zijn pick-uptruck springt, kan hij misschien even aan de lezers in Nederland uitleggen waar deze oorlog om draait? Met qatzakje en al zet hij zich in de schaduw van een boom.

‘Dit is een oorlog met een religieus doel,’ zegt de jonge overste ernstig. ‘Wij zien de Houthi-milities niet als moslims. Zij zijn sjiiet, wij zijn soenniet. Wij zien ze als ongelovigen. Ze hebben geen rol in dit land. Als we Hodeida in handen hebben, gaan alle Houthi’s dood en worden ze gestopt.’

Steun uit het Westen

Op de weg langs de legerbasis denderen gloednieuwe beige MRAPs, Mine Resistant Ambush Protected. Wonderwagens van de moderne oorlogsvoering, ontworpen door de Verenigde Staten, naar men zegt aangekocht door de Verenigde Arabische Emiraten en hier nu in Jemen bestuurd door strijders in hemd, traditionele lendendoek en op sandalen. Ook Fouad vertrekt in deze outfit naar de frontlijn. ‘Voor mij is dit prima zo.’

Zijn commandant, die bij het gesprek is komen zitten, laat zijn waardering blijken over deze opstelling. ‘Het enige wat ertoe doet, zijn je wapen en je kogels.’

Fouad en de duizenden andere strijders aan deze kant van het front, dat zijn ook ‘onze mannen’ in Jemen. De coalitie van Arabische landen voor wie Hodeida het laatste station is in ruim drie jaar strijd tegen de Houthi’s krijgt steun uit het Westen. De VN en ook Nederland kiezen nadrukkelijk de kant van de regering van president Hadi, de legitieme overheid in Jemen, die de Houthi’s als illegale militie beschouwt. De Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk verkopen op grote schaal wapens aan de twee machtigste landen in de coalitie tegen de Houthi’s: Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten.

De Emiraten breiden in hoog tempo hun invloed uit in Zuid-Jemen. Begin dit jaar voltrok zich in Aden een staatsgreep met hun steun. Veel checkpoints zijn in hun handen. Ook rondom Hodeida lijken de Emiraten nu aan de leiding. Een gesprek tussen de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Mike Pompeo, en de leider van de Emiraten – hij heeft begrip voor ‘veiligheidszorgen’ van de coalitie maar hamert op een ‘politieke oplossing’– wordt op het Arabisch schiereiland gezien als groen licht voor de aanval op Hodeida.

Gouden Overwinning

Op de legerbasis van de eenheid Amalre (‘Gigant’) worden de waarschuwingen van de VN (‘wel 250 duizend mensen kunnen alles verliezen – zelfs hun leven’) met schouderophalen aangehoord. ‘De Arabische landen die deel uitmaken van onze coalitie zitten ook bij de VN’, zegt commandant Hamed Hamadi. ‘Het is daar intern opgelost. We zullen in Hodeida een korte oorlog voeren.’

‘Alles gaat volgens plan’, meldt zijn hoofd planning Menasi Hogari. Jemen beschikt niet alleen over de wapens, maar ook over de taal van een modern leger. Niet voor niets heet de operatie Gouden Overwinning.

Hoe ziet dat eruit, een korte oorlog in Jemen? Westerse journalisten komen nauwelijks aan de frontlijn in Hodeida. Jemen zelf is al moeilijk bereikbaar door visumproblemen, logistieke perikelen en veiligheidsrisico’s, laat staan het hart van de oorlog. Maar persofficier Aseel al Saqladi rijdt in zijn ongepantserde Toyota pick-uptruck, machinegeweer in de laadbak, bosje qat tegen de voorruit, dagelijks journalisten uit Jemen en de Emiraten van en naar het front. De Volkskrant is welkom op de bijrijdersstoel.

Het is donderdag 21 juni, enkele dagen nadat de Arabische coalitie in Jemen heeft aangekondigd het vliegveld van Hodeida te hebben heroverd. De weg is veilig, zo luidt de verzekering. De frontlijn is immers ver weg, pas bij het vliegveld.

Inderdaad begint de rit rustig, in het al langer veroverde vissersdorp Khawkah. Militairen uit Soedan, partner in de Arabische coalitie, kijken vanuit hun kampement verwonderd naar hun wapenbroeders uit Jemen, op sandalen en in lendendoeken. De Soedanese commandant, Ibrahim Abdallah Mahdi Issa, kaarsrecht op zijn woestijnlaarzen, trekt zijn onberispelijke uniform nog wat strakker. Hij wil er niks over kwijt, behalve dit: ‘Het is heel belangrijk om eruit te zien als een echte militair. Formeel.’

Aan de overkant van de weg een ander tableau uit deze oorlog: een vluchtelingenkamp, de tenten voorzien van de vlag van de Emiraten. De voedselschaarste drijft arme inwoners tot dramatische oplossingen, zoals je uitgeven voor vluchteling in de hoop op een bord eten. ‘Andere mensen houden hier tenten bezet, alleen omdat ze dan elke dag een gratis maaltijd krijgen’, klaagt Saida Ali Awal Hodeibi, gevlucht uit het frontplaatsje Kerish. ‘Wij hebben daarom geen tent en moeten slapen in de zon.’ Een medebewoonster uit het relatief veilige Mocka bekent schuld. ‘Andere families hebben deze tenten meer nodig dan wij. Maar als wij teruggaan naar huis, hebben we geen eten.’ 

Voor de eerste familie uit Hodeida was in het vluchtelingenkamp geen plaats. Ze hebben hun intrek genomen in een rieten hutje. ‘In Hodeida was alles goed tot de oorlog begon’, zegt de vrouw des huizes, Negad Mohammed. ‘We hadden genoeg te eten. Maar we woonden dicht bij het vliegveld waar wordt gevochten, dus we moesten weg.’ De anti-Houthi-coalitie roept burgers met strooibiljetten op om de stad te verlaten. Een lokale tribale leider, Agdalqani Almafa, zal zich later beklagen: de overwegend soennietische burgers van zijn stad betalen de prijs voor de oorlog tegen de zayidi Houthi’s. Meerdere families die probeerden te vluchten, zijn gedood door een coalitiebombardement. ‘De internationale gemeenschap verroert geen vinger. Vergelijk dat met de aandacht voor één verdronken kind uit Syrië.’

Een uit Hodeida gevluchte Jemenitische vrouw en kind, in een kamp in Khawkah Beeld Saleh al Obeidi / AFP

Zeventig kilometer ten zuiden van Hodeida, vlak voor het dorp Al Faza, gebeurt iets onverwachts. Persofficier Aseel verlaat met zijn ongepantserde pick-uptruck de geasfalteerde kustweg richting Hodeida. Auto in de terreinversnelling en daar rijdt hij het strand op. Het begint als een ritje over zandduinen die in veiliger streken horden badgasten zouden trekken, langs de rieten hutjes van het dorp Al Faza. Maar bij elke struik versnelt Aseel. Welk gevaar ziet hij hier, tientallen kilometers ten zuiden van de officiële frontlijn, in gebied dat allang in handen is van de coalitie?

Houthi rebellen 

De Houthi’s. Ze zitten verstopt in de struiken langs de weg. De dagen voor ons bezoek beschoten ze voertuigen, met scherpschutters vanaf wel een kilometer afstand. ‘Met groepjes van vier tegelijk vallen ze aan vanuit de struiken’, weet Ibrahim al Ashwal van de 3de Ondersteunende Eenheid, op een foerageerpost waar het in de zomerhitte zoeken is naar water, maar waar qat volop wordt verstrekt.

In de week dat de coalitie schermde met de herovering van het vliegveld, sloten de Houthi’s hen van achteren in, door de kustweg onder vuur te nemen. De aan- en afvoerroute van operatie Gouden Overwinning is daarmee over ongeveer tien kilometer gereduceerd tot een karrenspoor over mul zandstrand. Maximale snelheid: stapvoets. Bordjes ‘pas op mijnen’ markeren de route aan de westkant. Aan de oostkant ziet het groen van de struiken.

De Houthi’s zijn rebellen uit het noorden van Jemen. In de jaren negentig promootten ze hun unieke geloof: ze zijn zayidi-sjiieten, een sjiitische sekte die nagenoeg alleen in Jemen bestaat. Traditioneel gingen zayidi’s en soennieten naar dezelfde moskee, maar de laatste jaren zijn er sektarische spanningen. De religieuze strijd van de Houthi’s werd in de 21ste eeuw politiek: met steun van de overgelopen president Ali Abdallah Saleh en zijn wapenarsenaal veroverden de Houthi’s in 2015 Sanaa, de hoofdstad van Jemen, om daarna hun bewind uit te rollen over de rest van het land.

Westerse regeringen hebben weinig op met de Houthi’s, die zichzelf Ansar Allah (‘Helpers van God’) noemen. Allereerst worden ze gesteund door Iran, al is de feitelijke omvang van die steun niet duidelijk. Daarnaast zijn er lijntjes met de Libanese terreurgroep Hezbollah, die de Houthi’s hoogstwaarschijnlijk ter plaatse bijstaat. ‘Ik zou willen dat ik een van jullie strijders was’, verzuchtte Hezbollah-leider Hassan Nasrallah onlangs in een toespraak.

Guerrillatactieken

Met een oorlog die onlangs het vierde jaar in ging, is Jemen aardig op weg om het Vietnam van de Arabische wereld te worden, met enorme gevolgen voor de inwoners van dit verscheurde land. Op het eerste gezicht is dat lastig te begrijpen. De Houthi’s zijn slechts een militieleger zonder luchtmacht. Dat lijkt geen partij voor de internationale coalitie met de modernste westerse wapens en vliegtuigen. Pas hier op het strand aan de Rode Zee begrijp je het probleem: de Houthi’s zijn onovertroffen in guerrillatactieken.

‘Onze vliegtuigen kunnen ze niet zien tussen de bomen,’ zegt commandant Nabeel al Mashushi van de eenheid Gigant. Hij claimt dat hij twaalfduizend strijders op de grond heeft. De Soedanezen zijn hier met tienduizend man, zeggen ze. Maar een nul meer of minder is in de Arabische wereld snel gezet: zulke aantallen laten zich onderweg naar Hodeida niet zien. Het front is uitgestrekt en opvallend verlaten, langs tientallen kilometers kustweg.

Strijders van de eenheid Gigant richten hun kalasjnikovs op een Houthi-muurschildering waarop staat: God is de grootste... dood aan Amerika, dood aan Israël, vervloekt zijn de joden, de zege is aan de islam. In Hodeida. Beeld Saleh Al Obeidi / AFP

Als het spannend wordt, zet Aseel de muziek harder. Een dreunende beat onder oude taal uit de Koran. Over zij die verdoemd zijn omdat ze strijden voor de verkeerde partij. Over het vuur dat de huichelaars zal verslinden. En, eigentijdser, over de strijd van de ‘leeuwen’ van het leger in Jemen. ‘Tot de Rode Zee jammert van alle lijken.’ Maar de klanken overstemmen niet wat er buiten gebeurt. Vanuit de laadbak opent de schutter tot drie keer toe het vuur op de struiken.

Vlak voor het vliegveld staat een gestrande MRAP, zo’n machtige Amerikaanse legerwagen, het hekwerk verwrongen, kansloos tegen de tactieken van de Houthi’s. Bij een verwoeste benzinepomp vlak voor het vliegveld stopt het gemotoriseerde verkeer. Wie het vliegveld wil zien – situatie ‘perfect’, ‘veilig’ – moet lopen, vergezeld door strijders op sandalen over open terrein. Het lijkt verstandig om onder de overkapping van de pomp te blijven, waar Abdallah Ali (21) vertelt dat hij bezig is met ‘jihad tegen de Perzen’. De Houthi’s worden immers gesteund door Iran.

Ruim een week later verschijnt een klein maar belangrijk bericht op de website van The National, een krant uit de Emiraten. In een video over de grote overwinningen van de coalitie in Hodeida wordt terloops gemeld dat Al Faza na ‘hevige gevechten’ is heroverd. Al Faza is het dorp met rieten hutjes aan het strand waarlangs het karrenspoor van de coalitie loopt. Blijkbaar wisten de Houthi’s tot hier door te dringen. Even later maakt de Emirati minister van Buitenlandse Zaken op Twitter bekend dat de slag om Hodeida op pauze staat. Officieel ‘om ruimte te maken voor de onderhandelingen’.

Het is tijd om terug te denken aan de woorden van commandant Nabeel al Mashushi, uitgesproken in de veiligheid van zijn legerhoofdkwartier. ‘Ik geef de schuld aan het landschap. Er zijn echt heel veel bomen langs de weg.’

Jemen: Moeilijk bereikbaar en gevaarlijk land

Correspondent Ana van Es reisde in 17 dagen dwars door Jemen, een land dat sinds 2015 door oorlog is verscheurd. Jemen is moeilijk bereikbaar voor journalisten. Visaprocedures zijn lang en ondoorzichtig, strijdende partijen weigeren regelmatig journalisten op de schaarse beschikbare vluchten en de veiligheidsrisico’s aan de chaotische fronten zijn groot.

De strijd tussen de Houthi-rebellen en de internationaal erkende regering spitst zich nu toe op de havenstad Hodeida, waar de VN waarschuwen voor een humanitaire catastrofe. Als eerste westerse journalist lukte het Ana van Es het front bij de stad te bereiken. Hier leest u haar verhaal, het eerste deel van een serie. Vanuit Aden, de tijdelijke hoofdstad van de internationaal erkende regering, reisde Van Es nog per auto door de frontlijn naar Sanaa, de officiële hoofdstad van Jemen, die in handen is van de Houthi-rebellen. Onderweg had ze niet alleen oog voor de honger en de oorlog in ­Jemen, maar ook voor het leven van Jemenitische vrouwen en het lot van de laatste koffieboeren. 

De kans op vrede lijkt ­weggeslagen

De Arabische lente bereikte in 2011 ook Jemen waar verzet uitbrak tegen de ruim twee decennia heersende president Ali Abdullah Saleh. Een jaar later moest hij aftreden.

Het lukte zijn opvolger Abdrabbuh Mansur Hadi niet de opstanden te smoren en een eenheidsregering te vormen. De door Iran gesteunde sjiitische Houthi’s rukten steeds verder op vanuit het noorden en namen in 2015 uiteindelijk de hoofdstad Sanaa in.

Hadi vluchtte naar Saudi-Arabië waarop het restant van zijn door het Westen erkende regering vergeefs stand probeerde te houden in Aden.

In 2015 mengden Saudi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten, met steun en wapens van het Westen, zich in de strijd om de Houthi’s definitief uit Jemen te verdrijven.

Door de hevige bombardementen brak de ernstigste humanitaire crisis ter wereld uit die honderdduizenden burgers op de vlucht heeft doen slaan en driekwart van de bevolking in hongersnood bracht.

Een diplomatieke uitweg uit de crisis is vooralsnog onmogelijk gebleken. De Verenigde Naties waarschuwen dat met de militaire oplossing, die nu met de slag om Hodeida tot een hoogtepunt is gekomen, de kans op vrede in Jemen helemaal wordt weggeslagen 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.