Aan doping viel niet te ontkomen

In zijn net vertaalde boek erkent David Millar dat hij epo gebruikte. 'Ik was moe van het vechten tegen alle renners die het al deden.'

David Millar koerst af op zijn 36ste verjaardag, maar de Schot voelt zich jeugdiger dan ooit tevoren. Hij is nu pas de tiener die hij jarenlang vergat te zijn.


'Ik ben weer een idealist, zoals toen ik met fietsen begon. Ik zie weer de mooie dingen van de sport in plaats van het cynisme', zegt Millar in een Belgisch hotel. Hij neemt ruim de tijd om zijn autobiografie Koersen in het duister te promoten, die een jaar na verschijning ook in het Nederlands beschikbaar is.


Een vloeiend - en door hemzelf opgeschreven - maar sinister levensverhaal is het, vooral waar het zijn dopingverleden betreft. Millar was vastberaden zonder hulpmiddelen te slagen toen hij in 1997 zijn eerste profcontract bij het Franse Cofidis tekende. Vier jaar later zwichtte hij. Velen waren hem in de tussentijd voor-, en vooral, voorbijgegaan.


In 2004 trof de politie in de boekenkast van zijn appartement injectienaalden aan die herinnerden aan zijn laatste epo-kuur. Na twee jaar te zijn geschorst, keerde Millar terug om het dopingvrije fietsen te propageren. Hij is het uithangbord van Garmin, dat ook Thomas Dekker onderdak bood nadat hij zijn dopingschorsing had uitgezeten.


Vrienden is hij niet verloren na zijn debuut als auteur. Boze reacties bleven uit, hoewel hij beschrijft hoe het er bij Cofidis, en in het peloton, aan toeging.


'Mensen zijn vooral verrast', zegt hij. 'Ze denken dat je in een opwelling besluit een spuit in je lichaam te zetten. Maar ik was ontzettend in de war. Ik was moe van het vechten tegen alle renners die het al deden. Wel of geen doping is voor velen een kwestie van zwart of wit, van goed en slecht. Maar ik was het spoor bijster. Voor mij was alles juist grijs op dat moment.'


Mensen willen graag overzichtelijk over doping kunnen denken, zeg je.

'Als mensen horen dat een sportman positief heeft getest op doping, zeggen ze: wat een bedrieger. Maar ik wil duidelijk maken dat er ook een verhaal achter schuilgaat. Dat mensen een dopingzondaar als een persoon gaan zien.


'Sport is paradoxaal. We zien het graag als een wereld waar eerlijk wordt gespeeld en ethische standaarden hoog zijn. We moeten idealistisch zijn, maar de sport is niet volmaakt. Terwijl we een sportman harder straffen dan iemand anders, als hij in de fout gaat. We oordelen met een dubbele moraal.'


Thomas Dekker werd behandeld als de kroonprins van het Nederlandse wielrennen. Toen hij positief op doping testte, liet iedereen hem vallen.

'Het is een enorme last om als jonge renner te worden gezien als een rockster, zoals Thomas. Je hebt wijze mensen nodig die je beschermen tegen fouten. Maar die moet je zelf zoeken. Al ontfermen wielerploegen zich nu veel meer over jonge renners. Ze zien eindelijk in dat ze een verantwoordelijkheid hebben.'


Hoe heeft het dopingprobleem zich ontwikkeld sinds de jaren negentig?

'Na de Tour van 1998 stopten veel teams met het systematisch organiseren van doping. Maar nog steeds wisten teammanagers en ploegleiders wat hun renners deden. Doping bleef een onderdeel van je professie, alleen werd het na 1998 verborgen.'


Voordat je jouw heil zocht in middelen als epo en cortison, werd je geregeld gefeliciteerd omdat je de eerste schone renner was in de uitslag.

'Het is het laatste dat je wilt horen, ook al was het waar. Het was een verschrikkelijke tijd. Er werd voortdurend geroddeld en naar elkaar gekeken door renners. Welke dokter staat hem bij? Of je zei tegen elkaar: kijk hem eens fietsen, zijn hematocriet zit absoluut boven de 50.


'Tot twaalf jaar terug was er een diepgewortelde dopingcultuur in het wielrennen. Iedereen werden besmet door rotte appels in de mand, er was geen ontkomen aan. Injecties, cortison en epo waren normaal. Renners lieten ijs naar hun hotelkamer brengen om de doping in hun thermosfles koel te houden. Het was een cynische, vermoeiende omgeving.'


Hoe is het nu met de sport gesteld?

'Ik durf te zeggen dat er werkelijk wat is verbeterd. Er zijn geen abnormale prestaties meer. Wat Boonen dit voorjaar deed, was te verklaren. Hij was vooral mentaal de sterkste, dát is wat telt in een koers zoals de Ronde van Vlaanderen. Je kunt nu prof worden zonder een injectienaald van dichtbij te hebben gezien. Vroeger was de hele koers één grote finale en ging het almaar harder. Nu hoor ik niemand zeggen: gefeliciteerd met je schone, 37ste plaats.'


Je bent streng geweest voor Dekker toen die na zijn schorsing bij jullie kon komen fietsen. Was dat nodig?

'Ik wilde niet dat hij als beschermeling van onze manager Jonathan Vaughters in de ploeg zou komen. Dat zou tot een slechte sfeer hebben geleid. Dus zei ik tegen hem: je moet het zelf opknappen, ik ga je niet helpen. Ik heb hem verteld hoe belangrijk het is om berouwvol te zijn. Hij moet begrijpen dat hij een verantwoordelijkheid heeft, vooral naar onze jonge renners. Thomas kan niet doen alsof er niks is gebeurd. Dat heb ik ook niet gedaan.'


David Millar: Koersen in het duister.

Tirion, 360 pagina's; €19,99


ISBN 9789043914499


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden