Aan De Vries kun je vele flessen wijn kwijtraken

De inhoud van een flinke wijnkelder is niet groot genoeg voor alle glazen wijn die ik naar het televisiescherm had willen gooien....

Kortom, alle machtszoekertjes van de publieke en commerciële omroepen. Natuurlijk zou ik vorige week vrijdagavond Peter R. de Vries een glas rode wijn naar zijn hoofd hebben gegooid, met een nog mooiere dessertwijn tegen het einde, maar ik hoorde in stilte de woedende trompet, die de aanvallende troepen ten strijde riep, het werd gevaarlijk en ik wist dat ik moest afhaken. Ik zette Pauw en Witteman af (de eerste kan ontzettend goed loerend kijken, het ene oog iets gesloten – een mooie rookblik van eens –het hoofd iets achterover als hij bij de verhoorde maar een enkele aarzeling vermoedt). Soms ril ik bij de gedachte aan de zomer. Als Pauw en Witteman zijn gestopt, verschijnen daar Knevel en Van den Brink (de laatste is de vlugste van de twee, hij loopt snel achter iedere gast om hem een pootje te kunnen lichten, de christelijke nieuwsgierigheid is een vorm van agressiviteit) die iedereen met hun Statenbijbel op het hoofd willen slaan.

Aan De Vries ben ik al vele flessen kwijt geraakt. Hij is geen verslaggever, hij voert een bewind uit. Ik herlees op het ogenblik 1984 van Orwell, hij past perfect in dat boek. Hij schept onzekerheid, met die glimlach die altijd doet vermoeden dat hij alles weet wat de ondervraagde niet wil zeggen, met die trage stem die iets treiterigs heeft. Als hij op televisie komt, denk ik altijd even of ik de afgelopen week toevallig niet iemand heb vermoord, want voor hem zijn wij allemaal moordenaars. Hij vermoedt overal onraad of minstens een lijk onder het tapijt. Hij heeft natuurlijk ook komische kanten. Een paar jaar geleden vond hij in Zuid-Amerika een sprekend paard, dat scheepsjongen van Bruinsma was geweest. Hij heeft ook eens een politieke partij willen oprichten: de wijn die ik bij de uitzendingen daarvan klaar had staan, heb ik van de vrolijkheid maar zelf opgedronken. Hij heet – en dat vind ik ook komisch – ‘misdaadverslaggever’. Ik veronderstel dat dat een journalist is die de misdadige kant van de maatschappij voor zijn rekening neemt, zoals die aardige bolleboos John van den Heuvel, die in amusementsprogramma’s optreedt en de misdaad zo leuk vindt dat hij op alle begrafenissen of crematies van topcriminelen een vrolijk toespraakje houdt. Voor hem zou ik best een misdaad willen plegen. En hij mag dan in de aula van de Nieuwe Ooster bij mij best even iets leuks komen zeggen. De Vries is geen verslaggever van de misdaad, hij zoekt die: hij is rechercheur, detective, speurhond, bemoeial, veldwachter en nog een heleboel andere dingen tegelijk. Hij staat boven de journalistiek, boven de politie, de hele rechterlijke macht, eigenlijk boven ons allemaal. In elk geval roept hij ons allen ter verantwoording. Door in de camera te kijken. En te glimlachen.

We hebben een grote traditie van vervaarlijke kijkers: Flipse, de veldwachter uit Dik Trom, Swadde, die de orde handhaaft in het dorpje van Daantje van Leonard Roggeveen, Bromsnor natuurlijk (De Vries leek sprekend op hem, toen hij in Zuid-Amerika met dat paard stond te praten). Maar het ideaal van onze misdaadverslaggever las ik toch bij Orwell. Daar is Big Brother: ‘Zelfs vanaf de munt volgden de ogen je. Op geld, op postzegels, op boekomslagen, op vaandels, op posters en op de sigarettenpakjes – overal. Altijd sloegen die ogen je gade en altijd hield de stem je in haar greep(*). Niets was van jezelf, afgezien van die paar kubieke centimeters in je schedel.’

Die zullen ons redden als alle wijn op is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden