Aan de overkant

Vlak voor mijn vlucht naar Curaçao (inmiddels hoop ik te zijn gearriveerd) moest ik naar Amsterdam-Noord een ander watertje over....

Ik fiets graag naar Noord. Eerst de Singel af onder de tunnel door langs het Centraal Station, dan de pont op, het IJ over. Na een paar minuten sta je al aan de overkant.

Nu ging ik er ingeblikt naar toe; de dag was voorbijgevlogen en de try-out van Landgenoten, Beatrix spreekt van theatergroep Toetssteen begon om drie uur. De matinee werd gehouden in het Kampinatheater in de Kampinastraat. Op de kaart leek het traject een makkie.

Dankzij langzaam rijdend en nog vaker stilstaand verkeer kwam pas na lange tijd de IJtunnel in zicht. Er eindelijk doorheen, had ik nog drie minuten. Waar was in godsnaam die Kampinastraat? En waar, eenmaal in de Kampinastraat, het Kampinatheater?

Ik arriveerde om kwart over drie. Dat betekende wachten tot de pauze. Ik mocht genieten van een andere voorstelling: die van de Kampina-technicus/Kampina-kantinebaas/Kampina-allesbestierder. Dat hij een nazaat is van de toneelfamilies Nooy en Blaaser was te zien aan zijn donkerbruine spleetoogjes. Maar nog beter te horen aan zijn niet te stuiten monoloog: zo gelachen in zijn leven! Maar ook zich heus wel eens kwaad gemaakt, als iemand hem te na kwam! Nee, dan stond deze jongen niet voor zichzelf in! Daarin was hij een hele rare! Maar zette deze zelfde jongen zijn schouders ergens onder, dan was dat voor de volle honderd procent! Voor zijn artiesten ging deze jongen door het vuur!

Weggevlucht naar de wc, zag ik door de kier van een gordijn stiekem Toetssteens laatste scène voor de pauze: een droom van de vorstin waarin de dode Pim Fortuyn verschijnt. De politicus-in-ruste wordt, nu eens inspinnend dan weer impertinent, ten tonele gevoerd door Frank Klijn, in het gewone leven werkzaam bij het Haagse Nationale Toneel. Voor dit doel heeft hij zijn weelderige lokken prijsgegeven. Ook Ineke Veenhuizen lijkt uiterlijk zoveel mogelijk op Beatrix (nooit Trix of Bea zeggen): jasje met schouderjuk, helm op het hoofd en pumps aan de – helaas niet overbloezende – voetjes.

Maar na de pauze onder het uitspreken van haar 'zelfgeschreven troonrede' (nou ja, die van Ger Beukenkamp), veranderde de actrice pas echt in een koningin, misschien omdat ik haar nu in volle glorie zag. Niet alleen dankzij haar motoriek, intonatie en dictie, maar vooral ook vanwege wijsheid en distinctie. Veenhovens spel neigt nergens naar de parodie. Ze zet – mede dankzij Beukenkamps tekst en Hans Hylkema's regie – een aardige, waardige vrouw van vlees en koninklijke bloede neer, iemand met wie je zowaar medelijden krijgt.

Na afloop vertelde de tengere actrice dat ze was opgedikt met een op maat 42/44 toegespitste bustier, dat haar koninginnenkleren afkomstig zijn van Couture K. uit Bloemendaal en het vorstelijk kapsel van Head Affairs uit Amsterdam, toevalligerwijs ook mijn hofleveranciers. De schoentjes, verklapte ze met gedempte stem, zijn van Van Haren. Veertien euri.

Ander saillant detail. La Veenhoven is, evenals Beatrix en nog zowat Nederlandse koninginnen (Ellen Vogel, Mary Dresselhuys en mijn moeder zaliger) van eind januari: een Waterman.

Op naar Curaçao. O nee, daar ben ik al.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.